In de nacht vooraf aan de grote hersenoperatie voel ik me heel erg gespannen. Het valt niet mee om mijn gedachten tot rust te brengen. Voordat we vanavond bij Luca weggingen was zij niet lekker. Trillerig en onrustig. Of dat zenuwen zijn voor de grote ingreep van morgen of de gevolgen van de eerste operatie, de medicatie of de tumor zelf, weten we niet.
Luca was vandaag heel lief. Een beetje aandoenlijk. Dat is voor mij wat onwennig, want normaal is Luca eerder een stoere meid.
Ze vraagt steeds weer of ik nog in de buurt ben, als ik even buiten op de gang ben of een koffie drink in de kantine. Haar hand zoekt de mijne als ik naast haar bed zit. Ook dat is onwennig, maar ook fijn.
Ik zelf ben een knuffelaar en heb dat soms gemist met haar. Sinds het begin van haar puberteit wilde ze ineens geen lichamelijk contact meer en al helemaal niet knuffelen. Het voelt een beetje alsof ik een stukje van mijn oude Luca terug zie. We weten op dat moment nog niet dat deze verandering blijvend zou zijn en vragen ons later nog vaker af of de tumor al langere tijd invloed had op dat deel van haar gedrag of dat ze gewoon door de hele situatie zelf, is veranderd. Op deze vraag zullen we geen antwoord krijgen.
Ik zie mijn dochter in al haar kwetsbaarheid daar liggen, hoe dapper ze zich er ook doorheen slaat en dat is hartverscheurend.
Haar vriendinnen mogen ook beiden nog eventjes een uurtje langskomen, maar heel lang mogen deze bezoekjes vandaag niet duren. Ze moet niet uitgeput raken en alle prikkels worden haar nu gauw teveel. Dan wordt ze ineens heel misselijk.
Het is wel naar om haar uiteindelijk in de avond zo achter te moeten laten, maar gelukkig wordt er goed op haar gelet.
*
Vooral ’s nachts is relativeren moeilijk. Rampscenario’s doemen regelmatig op en het is hard werken om mezelf telkens weer heel bewust terug te fluiten en tegen mezelf te zeggen: “Deze zorgen kan ik mij maken op het moment dat het echt aan de orde is. Zolang dat niet zo is heeft dat geen enkele toegevoegde waarde.”
Ik ken de tekst, maar met elk uur slapeloosheid, gaat het me moeilijker af.
Af en toe huil ik zachtjes in mijn kussen en weer overheerst het gevoel van ‘hoe durf je aan mijn kind te komen?’. Steeds kijk ik op mijn telefoon om te checken of ik geen bericht van Luca gemist heb. De tijd gaat ontzettend langzaam en weer wil ik tegelijkertijd de tijd ook stopzetten. Nu weet ik in ieder geval nog zeker dat Luca leeft. Wat nou als… daar is weer mijn kleine innerlijke meisje dat overstuur raakt en niet durft te slapen.
*
In mijn oren wordt het gepiep van mijn tinnitus steeds harder. Normaal kan ik hem aardig goed negeren, maar nu lukt mij dat niet. Ik weet dat mijn stresssysteem op maximum draait, want dit harde, piepende gegil in mijn oren zijn de blijvende gevolgen van een burn-out van jaren geleden. Terwijl ik verder alles andere allang weer op de rit heb, is de tinnitus gebleven.
Ik zie hem maar als een reminder om in deze tijd extra goed op mezelf te letten, daar waar dat kan. Ik laat los waar ik geen invloed op heb, vermijd suikers en eet zo gezond mogelijk, drink weinig koffie en zeker geen alcohol. Dit alles doe ik om mijn stresssysteem te ontzien van nog meer stress en mezelf letterlijk en figuurlijk te voeden (en niet te vullen) met energiegevers.
*
Al jaren vertel ik hierover tijdens onze wekelijkse workshopavonden van de focusgroep gezonde leefstijl en nu merk ik hoezeer ik mij deze mindset eigen heb gemaakt.
Ik weet dat ik hier vroeger anders mee omging en juist in tijden van (hoge) stress de neiging had om ongezonde keuzes te maken. Dan greep ik naar suikerrijke producten en dacht dat ik die chocolade ‘verdiend’ had omdat ik zielig was. Of ik at ongezonde maaltijden omdat dat sneller leek te gaan; wat vaak onzin is of waar ‘om hulp vragen’ een betere keuze is. Ik had destijds niet eens door dat mij deze ongezonde keuzes vooral nog meer vermoeidheid opleverden en ervoor zorgden dat mijn energiebuffers geen kans kregen om opgevuld te worden. Dat had niet alleen effect op mijn lijf, maar ook op mijn emotionele veerkracht.
Ook dronk ik dan soms een borrel om te kunnen ontspannen – maar die borrel had alleen maar heel even het effect van verzachting. Daarna kwamen de emoties juist des te harder binnen. Al met al hielp het allemaal juist niet mee om mezelf in balans te houden en haalde ook nog het laatste beetje wankel evenwicht onder mijn voeten vandaan.
Daar heb ik gelukkig van geleerd, ook al moest ik daarvoor destijds hard vallen. Het was wel een leerschool.
Des te dankbaarder voel ik me nu omdat mijn zoon gezond eten voor ons heeft gekookt en zelfs nog onze vriezer heeft gevuld met voorgekookte maaltijden. En ook onze lieve buurvrouw heeft voor ons een heerlijke gezonde en verrukkelijk geurende maaltijd gemaakt, waar ik zo blij van wordt dat de tranen mij bij het eten over de wangen lopen.
*
Ik vraag nu om hulp waar nodig en houd het in deze fase bij de meest essentiële ‘to do’ dingen. Alles andere moet wachten en komt later weer. Mijn wereld wordt op dit moment heel klein. Het voelt alsof ik in een kleine bubbel, een soort van belleblaas, zit en daaromheen draait het ‘gewone leven’ gewoon verder. Ik kijk ernaar en toch dringt het niet tot me door. Ik kan er ook niet uit.
*
Op mijn telefoon zie ik al vroeg allemaal lieve, bemoedigende berichtjes binnen komen. Sommige mensen hebben een kaars opgestoken, andere laten weten voor ons, voor Luca, te gaan bidden. Terwijl ik zelf niet gelovig ben, voelt het toch steunend. Er wordt aan ons gedacht.
Luca zelf appt ook rond 6:00 of wij al wakker zijn en wanneer we komen.
*
We gaan vroeg naar het ziekenhuis om Luca nog even bij te staan, voordat ze opgehaald wordt. Ze verteld dat ze zenuwachtig is en slecht geslapen heeft en herhaalt sommige zinnen steeds weer. Ze geeft zich ook over aan alles wat nu op haar af komt. Ze heeft ook geen keuze.
Er volgen nog wat korte voorbereidende onderzoeken en dan is er het moment dat we naast haar bed meelopen van de IC naar de operatiekamer. De anesthesist is heel vriendelijk en stelt haar met zijn vragen en praatjes zo goed mogelijk op haar gemak. Dan is het tijd om afscheid te nemen.
We doen ons best om vertrouwen uit te stralen, maar Luca is natuurlijk niet gek. Aan de andere kant, doet zij net zo goed haar best – meer kunnen we met z’n allen even niet voor elkaar doen. Het is een haast onmogelijke opgave om haar zo te zien verdwijnen achter de klapdeuren. Ik wordt er een beetje misselijk van.
*
In de gang houden mijn man en ik elkaar stevig vast en moet ik heel hard huilen. Het is een mix van spanning, maar ook een soort opluchting, van angst en hoop tegelijk en telkens weer moet ik mezelf tot de orde roepen: niet te veel nadenken Anja. Niet te veel nadenken.
De operatie gaat 7 tot 8 uur duren, weten we. Dat hoop ik nu in ieder geval. Ik realiseer mij dat het geen goed teken is, zouden ze ons eerder gaan bellen.
*
Lena is vandaag met haar gezin vanuit Berlijn vertrokken richting Drenthe en zal vanaf vanavond in de buurt zijn. Ik merk ineens dat ik ontzettend blij ben om haar straks dichterbij te hebben en snel te zien en te spreken. Ik heb haar nogal gemist de laatste dagen en ineens besef ik dat ik dat gevoel vanuit mijn hoofd heb weggedrukt, wetende dat er niets aan te doen was. Des te meer dringt het gemis ineens tot me door.
Ook Yako, die gisteren vertrokken is terug naar Wuppertal, komt over een paar dagen weer naar Drenthe. Dan samen met zijn gezin. Oorspronkelijk wilden we daar met z’n allen Pasen vieren en nu wordt het ook hun uitvalbasis voor ziekenhuisbezoeken. Mijn oudste twee kinderen dichterbij weten, voelt even heel fijn. Het geeft mij houvast en ik kijk ernaar uit om ze te zien. Ik heb verder ook geen andere familie in de buurt wonen.
Terwijl ik normaal gesproken altijd heel blij ben om mijn 5 kleinkinderen te zien, merk ik dat mij dat idee nu overvraagd. Ik kan daar de vinger nog niet goed op leggen en parkeer deze observatie daarom. Het brengt me wel een beetje in de war.
*
“Hoe gaat het vandaag met jullie?” appt mijn oudste dochter van onderweg een paar uurtjes later. “Gek genoeg gaat het aardig goed” antwoord ik. We kunnen toch niets doen vandaag behalve wachten en dat geeft ons een soort ‘dagje vrij’-gevoel.
Ik ben eerst thuis en zoek afleiding in schoonmaken. Daarna ga ik voor het eerst weer mee naar het bos om samen met Oliver en de hondjes te wandelen in Glimmen. Dat geeft ademruimte en ik hoor weer eens vogeltjes, voel de wind en frisse lucht. De lente is op komst.
De zorg voor de honden heb ik de afgelopen dagen helemaal uitbesteed aan Oliver, Yako en goede vrienden van ons. Dat lijkt misschien logisch, maar is het voor mij niet. Mijn honden, Einstein en Elsa, zijn niet zomaar mijn honden, ze zijn veel meer dan dat. Ze zijn ook mijn co-coaches, mijn collega’s en vooral ook mijn zieltjes. Ik kan met ze lezen en schrijven en ze hebben een grote plek in mijn hart. Ook in dat van mijn man, maar ik denk toch een klein beetje anders.
*
Honden hebben mijn hele leven al deze bijzondere plek. Mijn eerste hond kreeg ik toen ik 7 jaar oud was. Het was een zwart poedelteefje, dat ik als een klein, wollig cadeautje onder de kerstboom vond. Ik weet nog dat ik heel hard moest huilen van blijheid en direct geraakt werd in mijn hart. Het was liefde op het eerste gezicht en het begin van een leven met honden. Ik noemde haar Buffy (gesproken Baffi) en ze werd mijn eerste zielsmaatje.
Ze vulde het gat dat het overlijden van mijn broertje had achtergelaten. Ik vond in haar de nabijheid, het contact, het gezelschap dat ik zo mistte. Ik moest om haar lachen, kon haar vreselijk missen, ik genoot van onze stoeipartijen, sliep met haar naast mijn bed en ze voelde altijd veilig. Veilig omdat zij nooit een verborgen agenda had. Haar reacties waren eerlijk en puur en voor mij goed te lezen en daardoor voorspelbaar.
Ze kon mij als geen ander troost bieden als ik weer eens last had van verdriet en haar blijheid werkte aanstekelijk. Ze werd mijn steun en toeverlaat in de jaren die volgden en waarin mijn vader steeds sterkere narcistische trekken en gedrag ging vertonen. Dat kon ik destijds weliswaar niet op die manier herkennen of plaatsen omdat het mij aan deze kennis ontbrak, maar in de terugblik valt ook dit puzzel in elkaar.
Tot mijn 16e zou Buffy deel van mijn leven uitmaken. Daarna werd ze erg ziek en moesten mijn ouders de keuze maken om haar in te laten slapen. Ik was er kapot van en heb diep gerouwd. Het voelde alsof er een deel uit mijn ziel werd gesneden en ik was maanden erg verdrietig.
*
In het bos van Glimmen proberen Oliver en ik onze emoties te ordenen.
Dit is de plek waar ik normaal meerdere keren per week te vinden ben tijdens coachwandelingen met mijn cliënten. Ik noem het altijd de mooiste werkplek die je maar kunt bedenken.
Ook tijdens de sessies met mijn cliënten merk ik dat het een stuk makkelijker is om moeilijke en beladen gesprekken in de buitenlucht te voeren, dan in een binnenruimte. Letterlijk en figuurlijk komt er beweging en tegelijkertijd rust in het lijf en de aanwezigheid van de honden brengt nog een extra component.
Hun onbevangenheid is ontwapenend en soms leveren ze in hun interacties prachtige metaforen op, die vaak nog lang in het geheugen van mijn cliënten blijven hangen. Veel beter dan alleen woorden dat kunnen doen.
Ik houd ontzettend van dit werk en ben er heel blij mee. Het is dankbaar werk en ik knijp in mijn handen dat het lot deze wending in mijn levensloop heeft gebracht. Ook al ging hier een moeilijk proces aan vooraf, want eigenlijk lag mijn hart bij de muziek. Maar het is uiteindelijk anders gekomen.
*
In het café houden Oliver en ik elkaars handen vast, zijn stil met elkaar en soms praten we kort over alles wat er in ons rondgaat. De spanning is hier toch volop aanwezig. In een moment van ontlading rollen de tranen over mijn gezicht en ik doe mijn best om ze een beetje ongezien weg te vegen. Deze plek is zo bekend voor mij dat het heel vertrouwd voelt en daarom prettig. Tegelijkertijd hoop ik om nu niemand bekends tegen te komen. Het idee dat ik dan een kort gesprekje zou moeten voeren, is mij nu te veel. Ik heb geen zin om iets te vertellen of een ‘goed’ als antwoord te ‘liegen’, want zo zou het voelen.
Zo zittend in het café, voel ik ineens ook weer de onrust en wil ik toch terug naar huis. Misschien kan ik nog heel eventjes op de bank liggen en in ieder geval even een andere houding aannemen dan al dat zitten van de afgelopen dagen. Ik ben toch al geen goede ‘zitter’, maar inmiddels voel ik mijn zitbotjes zowat door mijn zitvlees heen prikken. Dat is niets voor mij.
Thuis op de bank houd ik het ook niet lang vol. Terwijl Oliver afleiding kan vinden in ‘series kijken’, lukt mij dat absoluut niet. Ik kan mij nergens op focussen, hoe laagdrempelig ook. Naast de hondjes op de grond zitten is het enige dat eventjes verlichting geeft.
*
Vrienden komen deze avond bij ons thuis oppassen op de honden, want we hebben geen idee wat ons te wachten staat of hoe lang we zullen blijven vanavond. We zien onze vrienden nog heel even voordat we vertrekken en in onze blikken zien we elkaars spanning. We hoeven niet veel woorden te gebruiken naar elkaar toe. Nog een laatste omarming van hart tot hart en dan gaan we vertrekken.
Rond 16:00 gaan we terug naar het ziekenhuis. Ik wil vermijden dat we in de avondspits terecht komen en te laat terug zijn. Ik wacht liever in het ziekenhuis op het verlossende telefoontje. Dan zijn we in ieder geval binnen enkele minuten bij Luca.
Ik heb het gevoel dat ik implodeer, zo gespannen ben ik onderweg. Met z’n tweeën zuchten we bijna de hele autorit de spanning eruit. Ik app Lena en Yako, dat we onderweg zijn.
0 Comments