Om 17:32 krijgen we het verlossende telefoontje. Luca is net terug op de intensive care en wij mogen komen. Ik spring onmiddellijk op en weer lukt het mij niet om mijn passen te vertragen. Ik hoor de stem van mijn man: “Rustig, schat”, maar het lukt mij gewoon niet om langzamer te lopen. Ik ga nog net niet rennen en voor de lift sta ik ongeduldig te wachten en vermijd ik elk blikcontact met onbekende mensen. Iets wat ik normaalgesproken nooit doe, maar blijkbaar heb ik mijn focus nu helemaal voor mezelf nodig.
*
“Ze wordt moeilijk wakker”, zegt de zuster die ons tegemoetloopt in de gang en mijn hart staat voor een moment stil.
Soms kan ik mij erover verbazen hoeveel gedachten een mens binnen enkele seconden kan denken.
Wat bedoelen ze met ‘moeilijk wakker worden’? schiet er door mij heen. Ik speel in mijn hoofd tientallen scenario’s tegelijk door; van rampzalig tot ‘gewoon’ moeilijk wakker worden vanuit de narcose. ‘Niet te veel nadenken, Anja’, roep ik mezelf met een soort mantra tot de orde. Ik mag hier nu niet in verdrinken, daar help ik niemand mee.
De zuster loopt met ons mee richting Luca’s kamer en door het glas heen zien we dat er nog van alles met Luca gedaan wordt. Ik probeer het te begrijpen, maar ik kan het niet plaatsen.
Uiteindelijk – het lijkt een eeuwigheid te duren, terwijl het maar een paar minuten zijn – mogen we naar binnen.
“Ga maar gewoon tegen haar praten, misschien lukt het haar dan makkelijker om wakker te worden. Ze is immers bijna 8 uur onder narcose geweest”, zegt een andere zuster en ik ga naast Luca’s bed staan. Ik zie bloed in haar haren. Ik voel me daardoor een beetje overweldigd. Dan begin ik tegen haar te praten zoals ik het vroeger deed, toen ze nog jonger was.
“Hey schatje”, dat mocht ik al lang niet meer tegen haar zeggen. “Alles is achter de rug. Kom maar weer terug”. Ik voel me een beetje betrapt, omdat ik zomaar ‘schatje’ tegen haar zeg. Daarvoor had ze mij een tijd terug nog vernietigende blikken gestuurd. Maar ‘de moeder’ in mij gaat moedertaal gebruiken, ik kan er niets aan doen.
Ik streel ook voorzichtig haar hand en haar arm. Ook dat heeft ze pas dit weekend weer een beetje toegelaten en ik merk dat ik nog wat voorzichtig ben en niet over haar grenzen heen wil gaan. Vanuit respect voor haar.
Het duurt even en dan ineens maakt ze geluidjes. De zuster knikt mij bemoedigend toe: “Heel goed, ze reageert op je stem. Ga maar door.” En tegen een collega hoor ik haar zeggen: “Ze reageert op haar moeder” en ik hoor een bepaalde opluchting.
Nu laat ik alle huiverigheid varen en geef ik mijn moederkant alle ruimte. “He, lieverd, daar ben je weer. Kom maar terug naar ons. Je hebt het achter de rug. Je bent weer in je kamer en papa staat naast mij.” Ik praat maar door en heb tegelijkertijd ook geen idee wat ik moet zeggen.
Achter mij hoor ik Oliver praten met iemand. Hij probeert informatie over de operatie op te halen.
Mijn innerlijke controleur doet zijn uiterste best om flarden van die informatie op te vangen en heeft vragen. Veel vragen. Hoe is het gegaan? Is zij nu veilig? Heeft zij hersenschade opgelopen? Kan zij weer herstellen? Is de tumor nu helemaal weg? Wat zien we straks terug als ze begint bij te komen?
‘De moeder’ in mij stopt niet met praten tegen onze dochter en geeft alles om haar terug te halen in het hier en nu. Mijn controleur wordt er gek van en wil weten waar we aan toe zijn. Hij moet maar even wachten.
*
Heel langzaam komt Luca steeds meer bij. Eerst brabbelt ze nog een beetje en kan ik haar nog niet verstaan. Haar ogen krijgt ze nog niet open, maar steeds vaker begint ze te herhalen wat ik net tegen haar gezegd heb. Wat een opluchting. Ze kan nog praten.
*
Op een gegeven moment herhaalt Luca mijn zinnen in vraagvorm: “Alles is goed gegaan?” mompelt ze. “Ja, alles is goed gegaan. Maar we hebben de arts ook nog niet gesproken.” Ze glimlacht met een zalige, vermoeide blik, noemt de naam van haar neurochirurg en zegt: “Hij is mijn held.” De zuster, die nog bij haar bed is, en ik kijken elkaar aan en moeten lachen. “Hij is echt mijn held, zeg dat maar tegen hem”, herhaalt ze en ze klinkt daarbij haast een beetje dronken. Ik hoor nu ook Oliver lachen. “En de zuster is heel lief”, voegt ze er nog aan toe.
Ze blijft deze zinnen maar herhalen en moet er zelf ook steeds weer om lachen. “He… echt mam, hij is echt mijn held. Maar is het wel goed gegaan?” En ook ik blijf herhalen: “Ja, schat. Je bent weer wakker en je praat met ons. Dat is een goed teken. En je beweegt ook je handen en je voeten.”
“Dat is goed. Dat is goed”, en ze is weer even stil om vervolgens weer vooraan te beginnen. Op een gegeven moment begint ze het lied ‘Nachtzuster’ te zingen, voor de lieve zuster. We moeten weer lachen. De zuster vindt haar ook heel lief, zegt ze.
Er komen nog meer liedjes langs die avond, onder andere van Willeke Alberti, en dat lied doet haar aan haar vriendin denken en ze wordt er wat emotioneel van. “Wil je haar appen dat ik aan haar moet denken?” en natuurlijk beloof en doe ik dat.
Willeke Alberti komen we de komende tijd nog vaker tegen, bijvoorbeeld op covers van tijdschriften in het ziekenhuis. Zelfs veel later zien we haar nog terug als we terugkeren voor controleafspraken in de wachtkamer. We kunnen er wel om lachen.
*
Op aandringen van Luca neemt de neurochirurg nog even de tijd om ons een korte update te geven. Hij is al omgekleed en klaar om naar huis te gaan en de vermoeidheid straalt van hem af. Ik kan mij nauwelijks voorstellen hoe vermoeiend zo’n dag voor hem moet zijn.
Luca begroet hem en laat hem weten dat hij haar held is. “Ik stuur je nog een bedankkaartje”, zegt ze. Hij moet ook lachen, maar relativeert ook direct. “Wacht nou maar even af, Luca, hoe jij hier over een paar dagen over denkt”, geeft hij haar terug.
Hij praat ons in het kort bij en geeft aan dat hij het meeste tumorweefsel heeft kunnen verwijderen, maar dat de tumor helaas op sommige plekken meer vergroeid was dan hij had gehoopt. Hij heeft daarom op een aantal plekken tumorweefsel achter moeten laten, om schade te voorkomen. Wat dit voor de toekomst gaat betekenen, horen we op een ander moment nog wel.
Een monster van het weefsel wordt nu opgestuurd voor pathologisch onderzoek en met een beetje geluk weten we over twee weken meer. Gezien de vorm en de ligging van de tumor gaat hij nu uit van een neurocytoom, dat is een hele zeldzame goedaardige tumor die onder de kindertumoren valt, maar dat moet nog bevestigd worden. Hij voegt er wel aan toe dat ook goedaardige tumoren kwaad kunnen doen, maar dat de verwachtingen dan een stuk positiever zijn dan bij andere kwaadaardige, agressievere hersentumoren.
Voorlopig ligt zijn grootste zorg bij het voorkomen van een infectie.
Morgen wordt een volgende MRI-scan gemaakt en woensdag worden we weer bijgepraat. Wij bedanken hem en gunnen hem zijn welverdiende nachtrust.
*
Luca komt inmiddels steeds meer bij, maar valt ook steeds weer even in slaap om vervolgens wakker te worden met pijn. In de tussentijd brengen we zoveel mogelijk mensen via de app op de hoogte van de stand van zaken. De berichtjes met vragen blijven maar binnenkomen.
*
Luca blijft klagen over haar hoofd, maar ook over haar been. Ook is ze soms wat in de war, wat natuurlijk niet raar is na zo’n lange en ingrijpende operatie.
Na de eerste fase van lachen en liedjes zingen, volgt nu een fase van pijn, verdriet en ook wat angst. De arts op de IC legt ons uit dat ze ook zware medicatie krijgt om de zwelling van de hersenen tegen te gaan en dat deze nogal vervelende bijwerkingen hebben. Daar zal ze nog wel even last van hebben, maar de voordelen wegen in deze fase toch op tegen de nadelen. Ook de drainage in haar hoofd blijft voorlopig nog zitten en Luca wordt daardoor nog beperkt in haar bewegingsruimte, maar inmiddels is ze daar al zo aan gewend dat dit haar zelfs nu goed afgaat.
Ze beluistert nog wat lieve spraakberichtjes van haar vriendinnen en die geven haar troost. Om 21:30 laten we haar enigszins opgelucht achter op de IC om zelf ook even te rusten. Ze kan praten, stelt goede vragen en kan haar handen en voeten bewegen.
We weten haar hier in goede handen en ons wordt beloofd dat we direct gebeld worden, mocht er iets zijn. Luca blijft in ieder geval de eerste 24 uur op de IC. Bezoek blijft eerst nog beperkt tot ons als ouders en Lena mag morgen ook eventjes langskomen. Daarna zien we weer verder. Het is een leven van dag tot dag.
*
In de auto op de terugweg zijn we vooral stil. Thuis praten we heel in het kort onze vrienden bij die vanavond op de hondjes hebben gepast en daarna gaan we op tijd naar bed. Wij zijn kapot, maar ook dankbaar.
0 Comments