door Anja Kuhn

Hoofdstuk 4 – Heb je oma en opa al gesproken?

23 Jan 2026

“Heb je oma en opa al gesproken?”, vraagt Luca mij de volgende ochtend, vlak voordat ze opgehaald wordt om de operatiekamer in te gaan. Ze doelt met haar vraag op mijn ouders.

Ik ben een beetje verbaasd over deze vraag en toch laat het me zien hoe familiebanden werken. We denken soms dat we ons ervan los kunnen maken, maar dat is een illusie. We kunnen familiebanden negeren of met familieleden het contact verbreken, maar we blijven deel uitmaken van het familiesysteem, of we dat nou willen of niet.

“Nee, ik kon het nog niet opbrengen”, antwoord ik en ze knikt. “Dat begrijp ik”, zegt ze, en het doet me pijn dat ik haar die ‘oma en opa’ nooit heb kunnen bieden. Evenmin als mijn oudste twee kinderen. Mijn ouders blinken namelijk uit in afwezigheid en desinteresse.

Het is niet dat ik er niet al aan gedacht had om mijn ouders te bellen. Sterker nog, ik zou niets liever willen dan nu ouders hebben die ik zou kunnen bellen, waar ik mijn verhaal kan doen of die zelfs direct onze kant opkomen om Luca en mij stevig te omarmen. Zij zijn immers ooit een kind verloren en zouden daardoor mijn angst van nu moeten kunnen begrijpen. Daarnaast ben ik hun enige kind – het overgebleven kind, voeg ik er vaak in mijn hoofd aan toe.

Maar mijn ouders zijn er weliswaar nog, maar ze zijn er ook niet. Het is een ingewikkeld verhaal op zichzelf met weer een geheel eigen vorm van gelaagdheid. En terwijl ik in het ziekenhuis contact met hen voorlopig en bewust vermijd, zijn ze tegelijkertijd ook continu juist door hun afwezigheid aanwezig. Verdrietig, confronterend en tegelijkertijd ook een interessante paradox (ziet de coach in mij).

*

‘Narcisme’ – we horen er tegenwoordig veel over, door alle ontwikkelingen op het wereldtoneel en een aantal leiders die ongetwijfeld binnen deze categorie vallen. Ik herken ze aan hun lichaamshouding, hun taalgebruik, aan de handelingen die getuigen van grootheidswaanzin met onderliggende gevoelens van minderwaardigheid. Ik herken het kleineren, belachelijk maken en manipuleren, het bang maken door machtsmisbruik en het niet dulden van enige vorm van kritiek door het eigen buitenproportionele ego.

*

Ik heb als kind oneindig veel ruzies kunnen beluisteren tussen mijn ouders. Eigenlijk was het geen ruzie ‘tussen’ mijn ouders, want dat suggereert gelijkwaardigheid en die gelijkwaardigheid was er niet.

Het geschreeuw van mijn vader was niet te overhoren en vanuit mijn kinderkamer observeerde en leerde ik daardoor al op jonge leeftijd hoe hij mijn moeder manipuleerde. Met tranen in mijn ogen en gebalde vuistjes lag ik dan op mijn bed en greep de onmacht me naar mijn keel. Ik kon het toen nog niet plaatsen of omschrijven of een naam geven zoals ik dat nu kan, maar ik voelde hoe vernietigend het was. De strijd viel nooit te winnen.

Ik begreep daarom ook heel lang niet waarom altijd gezegd werd dat een scheiding schadelijk is voor de ontwikkeling van een kind. Ik heb mijn moeder jaren achtereen gesmeekt om bij mijn vader weg te gaan, maar dat is nooit gebeurd. Dit jaar zullen zij 60 jaar getrouwd zijn.

Ik zag hoe mijn vader haar in zijn greep had, mijn lieve, zachte moeder die totaal niet tegen hem opgewassen was. Mijn hart brak duizenden keren, omdat ik de machteloosheid alleen maar kon aanschouwen vanuit mijn kindpositie. Ik kon haar niet redden.

*

Voor de tweede keer in mijn leven kon ik ‘niet redden’. Net als dat ik mijn broertje niet heb kunnen redden. Daarmee zou mijn innerlijke redder het nog lange tijd in mijn latere leven moeilijk hebben en net te vaak en te hard aan het werk gaan. Vanuit een diepe behoefte om het alsnog goed te maken en mijn (levens)schuld af te lossen.

Hoe lief ik ook was, hoe braaf, stil en aangepast, hoe hard ik ook werkte, het was nooit goed genoeg. Het laatste was een opgave die voor mij niet te doen was, want ik wist nooit waar mijn vader in het volgende moment de lat neerlegde en wat de kaders van dat moment waren waar ik mij aan had aan te passen.

De waarheid van zo net kon zomaar het volgende moment niet meer waar zijn. Het was de onvoorspelbaarheid die voor chronische stress en onveiligheid zorgde. Waar je het ene moment voor geprezen werd, kon ik het volgende moment hard voor door de mand vallen. Ik werd dan als dom verklaard of (onterecht) opstandig, en het ergste was dat niet alleen ik daarvoor straf kreeg, maar ook mijn moeder in de vorm van afkeuring, omdat haar opvoeding dan niet deugde. Die last was voor mij moeilijk te (ver)dragen.

‘De waarheid’ werd bij ons thuis door een enkel persoon bepaald – mijn vader.

*

Hoe heb ik mij dan toch nog aardig goed kunnen ontwikkelen? Een vraag die ik mezelf op een gegeven moment ook stelde, want als kind van een narcistische ouder loop je gevaar.

Mijn redding was dat mijn vader vele jaren vooral afwezig was in mijn leven. Hij werkte ver weg en pas vanaf mijn 13e levensjaar veranderde dat. Daarvoor zag ik hem alleen in de weekenden. Hij kwam dan vrijdagavond thuis en moest regelmatig zondagavond alweer vertrekken. In de zomer waren we op onze vaste camping te vinden en daar had ik voldoende andere mensen om mij heen, met wie ik leuke dingen deed. De rest van de week was ik alleen met mijn moeder en in de zomervakanties werd ik een groot deel uitbesteed. Ik ging dan 2 en later 4 weken op kamp, terwijl mijn ouders met z’n tweetjes elders op vakantie gingen.

In deze jaren heb ik mijn buffer met liefde en waardering door mijn moeder kunnen vullen, ook al waren deze jaren niet helemaal onbeladen door de rouw over het verlies van mijn broertje.

Desondanks heb ik mooie en warme herinneringen kunnen verzamelen, waarin ik me geliefd en veilig voelde bij en door haar. Het waren vooral de vele kleine gebaren van haar liefdestaal, waar ik nog steeds graag en dankbaar aan terugdenk.

Bijvoorbeeld de momenten waarop we nog even iets lekkers gingen halen bij de bakker om het vervolgens met glimmende ogen en smullend thuis op te eten. Of de dagen dat ik van school thuis kwam en zij met een picknickmand op mij zat te wachten om samen naar een meertje te fietsen en daar een middagje te zwemmen.

Zij zorgde voor een gezellig thuisgevoel; we knuffelden vaak en veel met elkaar, konden uitgebreid lachen of van knusheid genieten. Dit alles heeft ervoor gezorgd dat ik bepaalde emotionele vaardigheden heb kunnen ontwikkelen die mij, ook in mijn latere leven, de basis hebben geboden om mezelf verder te kunnen ontwikkelen.

Het werk tot ‘bewustwording’ had ik later nog wel volop te doen, want de jaren waarin mijn vader ineens wel thuis was, hebben schade achtergelaten. Behoorlijke schade zelfs, en in dat proces van eerst ‘overleven’ en later stap voor stap ‘begrijpen’ om vervolgens in vele kleine stappen te ‘herstellen’ was en is deels nog steeds een lange weg.

Vanuit mijn volwassenheid heb ik met de tijd wel anders leren kijken en ging ik beseffen dat, en vooral waarin ik een keuze heb.

0 Comments

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *