Dat je kunt groeien van of aan tegenslag werd mij vaker in mijn leven bewust. Voor het eerst, toen ik op mijn 18e het huis uitging. Want ja, we kunnen veel leren van de mooie dingen in ons leven, maar juist de pijnlijke ervaringen leren ons het meest. Dat zeg ik niet vanuit bitterheid, maar juist vanuit een zekere mildheid, naar mezelf en daardoor ook naar anderen toe.
*
Op een avond ging ik het huis uit. Alleen met mijn schoolspullen en een plastic zak met wat kleren onder de arm en 200 Duitse Mark gespaard zakgeld, liep ik door de donkere straten naar het huis van mijn destijds beste vriendin en belde aan. “Mag ik blijven slapen?” vroeg ik aan de moeder van mijn vriendin, toen zij de deur opendeed. Zij trok mij naar binnen. Het mocht.
Deze avond was de situatie voor de zoveelste keer geëscaleerd en zoals altijd ging het eigenlijk om niets. Ik weet dat ik in mijn latere leven nog heel vaak heb gedacht: ‘Misschien kijk ik hier nog eens anders op terug als ik zelf kinderen heb’ en bedoelde daarmee dat ik dan misschien toch nog zou gaan begrijpen waarom mijn vader deed zoals hij deed.
Dat gebeurde niet. Mijn onbegrip groeide alleen maar. Pas later maakte het onbegrip ruimte voor begrijpen, vanuit een heel nieuw perspectief.
*
Deze middag had ik met mijn vriend en twee andere vrienden afgesproken dat ze mij thuis zouden komen ophalen en dat wij daarna nog iets samen zouden gaan doen. Wat we van plan waren, weet ik niet meer, maar het was niets heel spannends.
Ik was nog maar net 18 en dit getal was voor mij een heel belangrijk getal, want vanaf nu was ik volwassen. Dat is natuurlijk voor veel jonge mensen iets bijzonders, maar voor mij was het meer dan dat. Het was mijn reddingsboei.
De afgelopen jaren hadden zich steeds meer ontwikkeld tot een ondraaglijke situatie. Het werd zo erg dat op een gegeven moment zelfs mijn docenten en ouders van mijn vrienden met mij samen op zoek gingen naar instanties om te kijken of het mogelijk was dat ik eerder uit huis kon. Helaas kon dat niet. Mijn ouders zouden dan moeten instemmen en dat was mijn vader niet van plan.
Zolang er geen sprake was van lichamelijk geweld, maakte ik als minderjarige geen kans om te ontsnappen en wat er bij mij thuis aan de hand was, was moeilijk uit te leggen, want aan de buitenkant zag je niet zoveel.
Lag het niet toch gewoon aan de puberteit? Dan zijn er wel vaker conflicten tussen ouders en hun kinderen – werd er dan gezegd. En ergens begreep ik deze vraag. Tegelijkertijd was ik de wanhoop nabij.
*
Ik had thuis geen enkele bewegingsvrijheid meer en het ergste vond ik de voortdurende ruzies tussen mijn moeder en mijn vader. Mijn moeder nam het nog weleens voor mij op, maar dat mocht nooit baten. Uiteindelijk werd altijd gedaan wat mijn vader wilde.
We waren allebei bang voor hem.
Met de jaren had mijn vader mijn leven steeds meer voorzien van regels en verboden. Niet omdat ik dreigde gevaarlijke of onverstandige dingen te doen, maar gewoon omdat het kon. Ook met mijn moeder deed hij dat.
*
Ik zie haar nog staan, trots en blij voor de spiegel met haar nieuwe broek of rok. Ze was een jonge, mooie vrouw. Toen ik op mijn 18e het huis uitging, was zij zelf nog maar 36 jaar oud.
Ik herinner mij haar voorzichtige en hoopvolle blik als ze haar kleren aan mijn vader liet zien. Soms werden ze goedgekeurd, maar regelmatig ook niet. Ik kreeg altijd buikpijn als zo’n moment van ‘keuren’ er weer aan zat te komen, mij bewust van zijn wispelturige oordeel.
Het waren hele normale kleren, niet duur, niet extravagant, maar ze maakten mijn moeder tot een stralende vrouw. “Dat gaat mijn vrouw niet dragen”, zei hij dan met een diepe en koele stem en zijn ogen spraken boekdelen. Daarmee was het keuren afgerond. Met trillende handen pakte ze de kleren dan weer in de tassen om ze de dag erop weer terug te brengen.
Toen ik nog klein was, probeerde ze nog weleens om zich over zijn oordeel heen te zetten en een kledingstuk te houden. Dan trok ze het aan voordat we wilden vertrekken naar een afspraak.
Dat heeft ze geweten, want de woede die ze vervolgens over zich heen kreeg was huiveringwekkend. Het is haar niet gelukt om door te zetten en uiteindelijk is zij in andere kleren het huis uit gegaan en al snel gaf ze deze pogingen op.
*
Ook ik wist nooit wanneer en waarover hij een volgende keer boos zou worden. De onvoorspelbaarheid en het tempo waarmee hij nieuwe regels invoerde, waren duizelingwekkend en werkten heel verwarrend en daardoor verlammend.
Nu weet ik: het is de tactiek van de narcist. Manipulatie, verwarring zaaien, feiten verdraaien, slachtofferschap, discussies bewust uitlokken, nooit uit zijn op het oplossen van een probleem, maar het probleem juist uitbuiten om de ander te kunnen overheersen.
Het geeft de narcist voeding en energie. Het is zijn drijfveer. Het gaat hem nooit om begrip, nooit om verbinding – alles draait om macht. Om een ego dat als de dood is om ontmaskerd te worden op zijn meest verwondbare plek – kwetsbaarheid. Kwetsbaarheid betekent voor de narcist zwakte.
*
Mijn vader vond altijd een reden om boos te kunnen worden en het was altijd mijn schuld of die van mijn moeder.
Zo moest ik een keer een berekening voor hem maken waarvan ik geen idee had wat hij van mij wilde. Het ging om iets met de auto en daar had ik toch zeker een formule voor. Hij werd er woest van dat ik geen antwoord kon geven op zijn vraag en bulderde: “Daarvoor stuur ik jou toch naar het gymnasium? Nutteloos ding.”
Ik was toen al zo oud dat ik begon door te krijgen dat onder al die woede en boosheid een grote portie minderwaardigheid zat, want hij had de kans niet gekregen om langer naar school te gaan, maar moest op zijn 15e beginnen met werken. Dat heeft hij altijd oneerlijk gevonden en daarin geef ik hem niet eens ongelijk, want dom was hij niet.
Mensen met een narcistische persoonlijkheidsstoornis hebben diepe gevoelens van schaamte en ontoereikendheid, veelal voortkomend uit een onveilige hechting of onverwerkt trauma. Hierdoor ervaren zij een diepe afkeer van zichzelf. Met deze afkeer valt niet te leven en daardoor komt er een soort van omkeerproces op gang. Hun ego is zo kwetsbaar dat het wanhopig probeert te overcompenseren en ‘schuld’ consequent buiten zichzelf neerlegt.
In die situatie stopte mijn vader niet met mij als nutteloos en dom te betitelen en woedend om mij heen te lopen. Ik voelde mij steeds meer in het nauw gedreven en riep daarom op een gegeven moment: “Ik kan er toch ook niets aan doen dat jij niet naar een gymnasium mocht?” Toen werd hij heel even stil en die stilte duurde lang genoeg om te beseffen dat ik een fout had gemaakt.
Hij ontplofte kort daarop helemaal en gaf mij een dusdanige klap op mijn achterhoofd dat mijn hoofd voorover op de kant van mijn bureau sloeg en mijn neus gebroken was. Het bloed stroomde op de grond en op mijn kleren en mijn moeder holde naar mij toe om mij uit de situatie te halen.
Ik zag haar vurige blik naar mijn vader toe en hij trok zich met de woorden: “Dat is haar eigen schuld”, terug. Hij besefte dat hij hiermee een rode lijn had gepasseerd.
Mijn moeder is zelf opgegroeid in een gezin waar lichamelijk geweld een rol speelde. Ze heeft meer dan een keer tegen mijn vader gezegd: “Als jij onze dochter ooit aanraakt, dan ben ik weg”. Dit was dan ook bijna de enige keer dat hij mij ging slaan, want hij wist dat mijn moeder haar dreiging anders waar zou maken.
Ik weet nog dat de gedachte door me heen ging dat er dan tenminste een keer iets zichtbaar zou worden. Een gedachte die ik tegelijkertijd ook direct weer verwierp, omdat ik vanuit de verhalen van mijn moeder wist dat lichamelijk geweld zijn eigen verschrikkingen kent.
*
De jaren tussen mijn 13e en mijn 18e voelde ik mij als een dier in een kooi dat overgeleverd was aan de grilligheid van de baas.
Ik kreeg bijvoorbeeld op een gegeven moment verkering met een jongen uit het orkest waarin ik speelde. Een keurige, goed opgevoede en onschuldige jongen, maar mijn vader had de pest aan hem. Ik denk juist omdat er niets op hem aan te merken was. Maar in feite heeft mijn vader geen enkele partner van mij goedgekeurd.
Hij mocht dan bijvoorbeeld niet aanschuiven aan tafel, iets wat nogal ongebruikelijk was en waarvoor ik mij schaamde. Maar goed, daar had ik op zichzelf nog mee kunnen leven en dat had inderdaad een stuk ‘puberschaamte’ kunnen zijn, was het niet dat het net weer anders was.
Mijn vriend moest dan op mijn kamer wachten totdat wij klaar waren met eten. Mijn vader ging vervolgens de maaltijd rekken, niet een beetje, maar heel uitgebreid. Hij nam alle tijd en dronk nog, en nog een extra kopje koffie, en hij rookte nog rustig 2 sigaretten aan tafel.
Ik mocht niet eerder van tafel dan dat hij helemaal uitgegeten was en zelf van tafel ging. Dat kon zomaar 2 uur duren. Ondertussen tikte de klok door en het tijdvak dat ik überhaupt bezoek mocht ontvangen werd steeds kleiner. Op het moment dat er dan teleurstelling in mijn gezicht te zien was, zag ik hem genieten en tegelijkertijd gaf het hem een reden om boos te worden zodra ook maar enige teleurstelling in mijn gezicht te zien was.
Ook moest ik vaak van mijn vader avonden thuisblijven om ‘tijd met de familie’ door te brengen, maar die tijd bestond dan uit ‘toekijken hoe mijn vader voetbal op tv keek’ en mijn moeder en ik mochten ondertussen niet praten, want dat stoorde hem.
*
Tot mijn 18e moest ik, zonder uitzondering, om 22:00 thuis zijn. 22:00 was dan ook echt 22:00 en niet 22:01. Werd het toch 22:01, dan had ik een probleem. Het maakte niet uit wat hiervoor de reden was. Geen enkel argument telde.
Dat gaf mij ontzettend veel stress, want enerzijds deed ik mijn best om zoveel en zo vaak mogelijk van huis te zijn om hem uit de weg te kunnen gaan. Elke minuut deed er voor mij toe, maar ik moest erg uitkijken dat ik niet te laat kwam, want dan was ik verzekerd van gevolgen die ik vooraf niet kon bedenken en die niet best waren. Toen het mij toch een keer overkwam verbood hij mij de omgang met mijn vriend, niet voor eventjes, maar voorgoed. Ik mocht hem niet meer ontmoeten.
Ik haatte mijn vader daarvoor. De ouders van mijn vriend deden nog pogingen om mijn vader van gedachten te doen veranderen, maar zoals altijd, mocht ook dat niet baten. Ik was toen 16 jaar oud. Het resulteerde erin dat ik mijn vriend nog een jaar lang stiekem zag en loog tegen mijn ouders. Iets wat ik eigenlijk nooit deed en waar ik ook helemaal niet achter sta, maar in dat geval had ik geen keuze.
Ik was wel als de dood om betrapt te worden en voelde me dat jaar heel angstig op straat als ik weer eens vertelde naar een vriendin te gaan, maar stiekem met mijn vriend afgesproken had. Met al die stress was het uiteindelijk niet vol te houden en ging de relatie een jaar later alsnog uit.
*
Toen wij met de klas ons afscheidsfeest gingen vieren, probeerden docenten van mij met mijn vader in gesprek te gaan. Dat was net voordat we de overgang zouden maken naar de laatste school voor de komende 3 jaar op het ‘voortgezet’ gymnasium. Ze kwamen daarvoor zelfs naar ons thuis.
Het schoolsysteem in Duitsland is net wat anders dan in Nederland. Ik was toen 17 jaar oud. Maar mijn vader was onbereikbaar voor argumenten van mijn docenten en bleef bij zijn standpunt.
Ik hoor nog zijn woorden: “Ik verbied haar niet om te gaan, maar om 22:00 is zij thuis en daarover valt niet te discussiëren.” Het feest begon om 21:30. Mijn docenten boden nog aan om mij met de auto persoonlijk thuis te brengen, maar het mocht allemaal niet baten. Het afscheidsfeest vond zonder mij plaats.
*
Narcisme is een persoonlijkheidsstoornis, met de nadruk op stoornis. Met het ouder worden en de nodige afstand, hulp en inzicht kan ik dat nu zien en plaatsen. Destijds en nog vele jaren later kon ik dat niet.
Het besef dat het bij narcisme om een stoornis gaat, helpt mij nu om tot een realistischer beeld te komen en afstand te creëren, want dit gaat nooit meer over. Daar hoef ik niet op te wachten of op te hopen. De beroemde ouderdomsmildheid zal bij mijn vader uitblijven.
Kenmerkend voor een narcistische persoonlijkheidsstoornis is het onvermogen tot zelfreflectie. Een narcist zal daarom ook nooit hulp gaan zoeken. Hij zal hooguit een tijd ‘het spel meespelen’, omdat hij bijvoorbeeld bang is om zijn partner kwijt te raken. Maar de ‘hulp’ die hij of zij dan zoekt zal niet baten en uiteindelijk zal ook daar de schuld buiten zichzelf neergelegd worden.
Het helpt mij om te beseffen dat mijn vader hierin zelf ook geen keuze had of heeft. Hij heeft niet gekozen voor deze stoornis. Het is hem ook maar ‘overkomen’.
Desondanks is er het gemis van een ‘normale’ vader in mijn leven. Met de gevolgen ervan heb ik nog steeds te dealen. De pijn en de wonden zijn een feit.
Ik kan er nu over het algemeen wel beter mee zijn. Vanuit volwassenheid en doordat ik mijn eigen verantwoordelijkheid neem over mijn leven. Ik kan mezelf over het algemeen sneller en makkelijker reguleren, mocht de oude pijn toch weer geraakt worden.
Daarbij hoort enerzijds onlosmakelijk een gevoel van blijvend gemis, maar inmiddels vooral ook een gevoel van vrijheid.
Ik weet nu: ik kan mijn levensweg zelf invulling geven en ben onafhankelijk. Ook al was het een lange weg. Het was een proces van rouw en verdriet, van eenzaamheid en later ook boosheid, maar vooral een proces van herstel en groei, van inzicht, groeiend vertrouwen en wijsheid. Het heeft mij gemaakt tot wie ik nu ben en ik zou niemand anders willen zijn dan mezelf.
*
Deze weg begon dus op deze middag, met mijn vrienden bij mij thuis. Ze waren gekomen om mij op te halen en omdat we nog net iets te vroeg waren, bood ik ze een kopje thee aan voordat we zouden vertrekken. We zaten met z’n vieren netjes aan tafel om ons kopje thee te drinken toen mijn vader, een halfuur eerder dan verwacht, thuiskwam.
Ik weet nog dat ik de sleutel in de deur hoorde draaien en misselijk werd. Toch had ik ook hoop dat het misschien mee kon vallen. Dat was natuurlijk een misvatting.
Ik zag mijn vader binnenkomen en zijn blik was direct ijzig. Hij zei geen ‘hallo’ of stelde zich voor, maar ging breeduit in de deuropening staan en vroeg: “Wat moet dit hier voorstellen?”
Met het schaamrood op mijn wangen, naar mijn vrienden toe, gaf ik uitleg en gaf ik aan dat we zo zouden vertrekken, maar daar had hij geen boodschap aan.
“Zo vertrekken?” vroeg hij voor de schijn. “Jullie pakken nu je spullen. Wegwezen hier”, zei hij op dreigende toon. “En jij blijft hier en we spreken elkaar nog”, voegde hij eraan toe.
Maar deze keer ging er in mij een knop om en voelde ik een nieuwe energie in mij. Ik maakte een keuze. Ik kon nu eindelijk een keuze maken, want ik was niet langer minderjarig.
Mijn vrienden vertrokken vol ongemak en ongeloof en ik bleef, maar deze keer niet overstuur. Er kwam een enorme rust over mij heen. Een kracht die ik eerder nog niet gevoeld had.
Mijn vader en ik kregen een heftige woordenwisseling, maar ik was niet langer bang. Ik was juist heel zeker over wat ik nu had te doen. Mijn moeder kwam halverwege deze situatie thuis en wilde zich mengen in onze ruzie, maar deze keer stuurde ik haar weg. Dit ging tussen hem en mij; ik moest dit alleen doen.
Ik deed het alleen en ik eindigde met de woorden: “Ik ga hier niet langer in mee, ik ga nu het huis uit.” Hij keek me verbaasd aan, weet ik nog. Na een korte stilte vroeg hij: “Zo, denk je dat je dat zomaar kunt? Jij hebt toch helemaal geen geld daarvoor? Jij bent afhankelijk van mij!” en hij keek me triomfantelijk aan.
Ik antwoordde heel zeker van mezelf: “Ja, ik denk niet alleen dat ik het kan, ik weet dat ik het kan. Heel zeker”.
Vervolgens liep ik naar mijn kamer, pakte mijn schoolspullen, een plastic zak vol kleren en mijn spaargeld, liep naar de slaapkamer van mijn ouders waar mijn moeder inmiddels huilend op bed lag en zei tegen haar: “Mam, het spijt me, maar ik ga nu. En ik kom ook nooit meer terug.”
Ze zei niks, greep naar mijn hand en ik hield de hare vast. Nu moest ook ik even snikken, maar ik hield het huilen tegen. Ik gaf haar nog een kus en ging daarna letterlijk en figuurlijk ‘uit huis’.
0 Comments