Met de start van mijn studie veranderde ons leven. Mijn partner werd ‘huisman’ en nam een aantal taken thuis voor zijn rekening. Daardoor kon ik op en neer van Pieterburen naar Groningen om te studeren. Waar hij zich op verkeken had, was hoeveel tijd ik ook daarnaast moest besteden aan de studie.
Er waren enerzijds de theorievakken waar ik voor moest leren, maar daarnaast zat ik ook vele uren achter de piano te studeren. De hoeveelheid stukken die ik binnen een week onder de knie moest krijgen, was niet makkelijk te combineren met de opvoeding van twee kinderen.
‘Piano lichte muziek’ was mijn hoofdvak, maar ik had ‘piano klassieke muziek’ als bijvak en ook daarvoor moest ik studeren. Terwijl andere medestudenten zich helemaal op zichzelf konden focussen, moest ik continu meerdere ballen in de lucht houden.
Ik leerde nieuwe mensen kennen en was ook buiten mijn studierooster regelmatig op pad om naar concerten te gaan of om zelf te spelen. Dat maakte ook deel uit van mijn studie, maar betekende dat ik ook in de avonden en weekenden soms weg moest. Daarnaast gaf ik nog pianolessen om ook financieel mijn steentje bij te kunnen dragen.
Ik droeg desondanks bij aan de zorg voor de kinderen en het huishouden, maar ik begon daarnaast een nieuw leven op te bouwen. Niet ‘met opzet’, maar omdat het in de natuur der ontwikkelingen lag. Dat zorgde er wel voor dat mijn partner en ik steeds meer uit elkaar groeiden.
*
Hij voelde zich soms een beetje jaloers. Dat kon ik ook begrijpen, maar ik kon het niet voor hem veranderen. Tenminste niet zolang ik bleef studeren, en die droom wilde ik nu niet meer opgeven.
Ik hield binnen mijn mogelijkheden rekening met hem en moedigde hem aan om zelf ook de vrijheid te nemen dingen te doen waar hij blij van werd. Hij was beeldend kunstenaar. Autodidact, en zeker creatief. Maar op de een of andere manier vonden we niet goed een weg om dit met elkaar vorm te geven.
We kregen steeds meer gedoe en hij zonderde zich van mij af. Dat vond ik erg jammer en het voelde een beetje alsof ik ‘gestraft’ werd, omdat ik alsnog ging studeren.
In de terugblik probeerde hij door deze houding ook maar om zichzelf te beschermen tegen mogelijke pijn. Ik begon een eigen netwerk om mij heen op te bouwen en dat voelde voor hem bedreigend. Andersom had ik dat ongetwijfeld ook lastig gevonden, maar ik denk dat ik van nature eerder het gesprek zoek en hij creëerde in deze situatie juist afstand, vanuit zelfbescherming.
Ik daarentegen begon mij ook steeds meer te irriteren aan zijn chaotische leefstijl. Die had mij aan het begin van onze relatie juist aangetrokken, omdat die zo anders was dan wat ik thuis had meegemaakt. Nu begon het te schuren, omdat ik mijn studie alleen maar met heel veel discipline kon waarmaken binnen deze kaders. Al die chaos gaf dan te veel ruis en afleiding en extra werk, en dat was voor mij niet te combineren. Het gaf mij veel extra stress.
Ook had ik het gevoel dat alle initiatieven om dichter tot elkaar te komen van mijn kant moesten komen. Ik pakte die rol haast op de automatische piloot, vanuit een soort schuldgevoel. Ik was immers diegene die zo nodig nog moest studeren. Dat ‘recht’ had ik niet zomaar en ik vond het normaal dat ik dat eerst moest verdienen. Tot er op een gegeven moment iets in mij begon te steigeren. Ooit had ik mezelf beloofd om mezelf te leren waarderen en niet in de voetsporen van mijn moeder te treden. Ik wilde er samen uitkomen, maar dan moest het wel van twee kanten komen.
*
Alles bij elkaar zorgde ervoor dat we ons steeds meer in verschillende richtingen ontwikkelden. Dat wat eerst passend was, wilde ineens niet meer samen. Een jaar hebben we nog geprobeerd de relatie te redden.
We gingen daarvoor zelfs van Pieterburen naar Groningen verhuizen en maakten een nieuwe start in de stad, maar het mocht uiteindelijk allemaal niet baten. Er kwamen steeds meer ‘dingetjes’ bij, die bij elkaar toch een onoverbrugbaar geheel werden, totdat ik zelf op een warme zomeravond het gesprek zocht. We konden hier nog heel lang omheen blijven draaien, maar in feite waren we elkaar al een tijd kwijtgeraakt.
Na deze relatiebreuk in de zomer van 1995 kwam er veel op ons af. Terwijl we gelukkig in goed overleg uit elkaar waren gegaan, was het tegelijkertijd ook een erg pijnlijk proces.
Wat ik vooraf niet zag aankomen, was het rouwproces dat zou gaan volgen. Het was toch een bewuste keuze? Waar kwam al dat verdriet dan nog vandaan?
*
Midden in de zomervakantie zetten we dus, na ruim 9 jaar, een punt achter onze relatie. Iedereen was tijdens deze vakantie weg en daarmee was er ook geen gesprekspartner in de buurt om mijn hart te kunnen luchten. Dat vond ik pittig. Daarnaast moesten we ons gezin ook letterlijk uit elkaar trekken en daar hoorden een hoop regeldingen bij.
Maar allereerst moesten we het de kinderen vertellen en dat was heftig om te doen.
Yako reageerde in eerste instantie rustig. Hij was nog jonger en had nog niet goed door wat dit ging betekenen, maar Lena was overstuur.
Zij moest heel hard huilen en had veel verdriet. Toen Yako haar verdriet zag, kreeg hij ook verdriet van haar verdriet. Dat deed pijn om te zien. Ik moest zelf ook veel huilen en vroeg mij wel 100 keer af of ik echt wel het juiste deed. Maar ik had mezelf ooit beloofd om nooit bij een man te blijven alleen vanuit angst om het niet zelf te kunnen of vanuit angst voor het onbekende.
Ik wist dat we nu in ieder geval nog vroeg genoeg waren om elkaar niet vanuit wrok te gaan verlaten. Dat zat er wel aan te komen; zouden we nu doorgaan vanuit angst om de kinderen geen pijn te doen? Dat leek mij uiteindelijk nog veel erger. Nu konden we in ieder geval nog goed met elkaar praten.
Het nadeel was dat de kinderen, en vooral Lena, het daardoor helemaal niet zagen aankomen. Het overviel haar helemaal, want we hadden nooit ruzie met elkaar gehad. Terwijl ik daar juist blij mee was, omdat ik weet hoe naar het is om naar al die ruzies te moeten luisteren, had het dus ook een keerzijde.
*
We moesten afspraken maken over wie van ons waar ging wonen, over de zorg voor de kinderen, over geldzaken, over Zora, onze hond, over hoe ik in deze nieuwe situatie mijn studie kon blijven volgen en financieren, over verzekeringen, huwelijkse voorwaarden en over hoe we ons netwerk hierover op de hoogte wilden brengen.
We kwamen eruit, maar makkelijk was het niet. Er kwamen veel emoties bij te pas: angsten, verdriet, schuld, schaamte, maar ook boosheid en onmacht. Soms konden we allebei ook onredelijk worden door gekwetste emoties en hieruit voortkomende miscommunicatie of onoplettendheid. Gelukkig deden we beiden uiteindelijk toch altijd weer ons best om er alsnog uit te komen.
*
We namen niet alleen afscheid van een levensfase en een toekomstbeeld dat we ooit samen hadden ingekleurd, maar ook van een deel van ons netwerk. Ineens was mijn schoonfamilie niet langer mijn schoonfamilie en sommige vrienden werden ineens zijn vrienden en mijn vrienden.
Daarnaast moest later ook de inboedel worden verdeeld. Dat verliep enerzijds soepel, maar het werd ingewikkeld bij dingen met een emotionele waarde, zoals fotoboeken.
Het had tijd nodig om ons leven weer op de rails te krijgen. Lena vertelde later dat ze zich een paar jaar rond deze tijd nauwelijks kan herinneren. Haar brein heeft blijkbaar geprobeerd haar te beschermen tegen wat wij haar niet konden besparen – een ingrijpende verandering van ons aller leven.
*
Ik ging voor de tweede keer in mijn leven door een fase waarin ik moest rondkomen van een maandelijks bedrag dat ver onder de armoedegrens lag. Maar deze keer vond ik het erger, omdat ik kinderen had.
Dat ik zelf geen geld te besteden had, kon ik nog verdragen, maar dat ik mijn kinderen niets kon bieden, was moeilijk te verkroppen. Toch deed ik mijn uiterste best om er een goede tijd van te maken en we vierden juist de kleine dingen met elkaar.
Zo gingen we met Pasen als een soort feestelijk uitje naar de bioscoop. De rest van het jaar had ik daar geen geld voor. Ook gingen we een keer een week samen kamperen op een leuke kindercamping in Grollo. Een medestudente van mij deed daar vakantiewerk en kon voor mij een gratis plekje organiseren. Dat was voor ons een heel groot feest en ik voelde mij ontzettend dankbaar.
Ik moest heel goed huishouden met alle kosten voor het huis, mijn studie en hun school. Ik deed een voltijdstudie en daarnaast probeerde ik zoveel mogelijk pianoles te geven, had ik nog schoonmaakbaantjes en speelde ik waar ik kon op feesten en partijen met diverse bandjes.
Het eerste jaar had ik daar mijn handen aan vol. In het tweede jaar kreeg ik ineens te maken met de gevolgen van langdurige overbelasting. Ik raakte oververmoeid en kon soms nauwelijks mijn bed nog uitkomen. Maar ik had weinig te kiezen en ging gewoon door. Totdat ik op een gegeven moment last kreeg van hevige paniekaanvallen.
*
De paniekaanvallen werden steeds erger en ik vond geen middel om ze te stoppen. Ik belde veel met mijn vriendinnen of sprak met ze af en zij hebben me ontzettend geholpen om deze tijd door te komen.
De aanvallen kwamen altijd onverwachts en dan had ik het gevoel volledig de controle over mezelf kwijt te raken. Deze fase heb ik als heel heftig en ontwrichtend ervaren.
Ik was niet bang dat ik dood zou gaan, maar ik kreeg hele nare black-outs. Dan wist ik ineens niet meer waar ik mijn fiets had gestald, of waar ik naartoe wilde. Ik had het idee niet meer op mezelf te kunnen vertrouwen en zomaar de controle over mezelf en mijn leven volledig kwijt te zijn.
Op bed had ik soms het gevoel dat mijn hele bed draaide en dan moest ik mij helemaal vastklampen, omdat het voelde alsof ik er anders uit gekatapulteerd zou worden.
Op een gegeven moment werd mijn vertrouwen door de aanvallen dusdanig ondermijnd dat ik mij continu onveilig voelde.
Wat ik toen nog niet wist, was dat ook hier mijn oude wonden open werden getrokken. Mijn innerlijke kleine meisje werd geraakt. Ze was als de dood om ‘niet te kunnen redden’. In dit geval mijn kinderen.
Ik voelde in alles de verantwoordelijkheid die ik als moeder hierin voor ze droeg, maar besefte ook dat ik niet kon voorkomen wat ik ze graag bespaard had. Dat mijn probleem daardoor ook invloed zou hebben op hun leven – niet alleen in het nu – maar ook in de toekomst. Deze last vond ik onverdraaglijk.
Dat alles was voor mijn innerlijke kleine meisje te groot om te kunnen overzien. Het inzicht dat ik ook een volwassen kant in mij draag en hoe ik tussen deze twee kan schakelen en uiteindelijk kan kiezen, had ik toen nog niet.
Ieder moment kon ineens weer die hete stroom door me heen gaan en dan was ik zomaar de kluts helemaal kwijt. Op een gegeven moment, begin 1998, werden de aanvallen dusdanig intens en volgden ze elkaar in zo’n snel tempo op, dat ik serieus dacht dat de wereld en ook mijn kinderen er beter af zouden zijn zonder mij. Huilend stond ik onder de douche en merkte ik dat ik het alleen niet meer aan kon.
Gelukkig ging toen wel een alarmbel in mijn hoofd rinkelen en belde ik daarna een vriendin. “Ga nu direct je huisarts bellen”, zei ze, en dat deed ik. Daar mocht ik nog dezelfde dag komen en dat zou het begin worden van mijn eerste bewuste fase van ‘hulp zoeken’. Mijn eerste stappen op het gebied van persoonlijke ontwikkeling en groei.
*
Ik werd doorverwezen naar een psycholoog en kreeg tijdelijk medicatie om de hevigheid van de paniekaanvallen te verminderen. Ik moest immers kunnen blijven functioneren. Op z’n minst voor mijn kinderen. Gelukkig had ik binnen een paar weken baat bij de medicatie en deze heb ik uiteindelijk een jaar lang gebruikt. Op die manier lukte het vervolgens om met hulp van de psycholoog alles weer op een rij te zetten.
Mijn verhaal bleek veel gelaagder te zijn dan ik zelf op dat moment doorhad. In de gesprekken met hem ontdekte ik voor het eerst dat het niet alleen over de scheiding ging. Het ging niet enkel om ‘dat wat in het nu speelde’. Mijn hele verleden liftte als het ware mee.
Het overlijden van mijn broertje, de rol van mijn ouders en specifiek die van mijn vader vroegen weer om aandacht. Voor het eerst had ik een gesprekspartner die mij hele nieuwe invalshoeken liet zien.
Waar ik tot nu toe mijn ouders, ondanks alle pijn, boosheid, eenzaamheid en verdriet, had verdedigd – want zij hadden immers een kind verloren – zei hij dat ik daarmee mocht stoppen.
*
In de terugblik weet ik dat ik de eerste lagen van mijn verhaal aan het afpellen was. Wat ik toen nog niet wist, was dat er nog vele lagen zouden volgen. Ik had nog de hoop dat ik na deze intensieve fase van ‘zakken tot op de bodem en langzaamaan weer opklimmen’ verlost zou zijn van de spoken uit mijn verleden. Dat het ‘opgeruimd’ was.
In de praktijk werkt het anders en is het een golfbeweging van steeds dieper zakken in dit proces en telkens weer een laag afpellen, nieuwe inzichten winnen en je daarmee ook nieuwe denkwijzen en vaardigheden eigen maken.
Dat was weer een geheel eigen leerproces en aan het begin probeerde ik me te verzetten, als het weer over mijn oude wonden moest gaan. Met elke crisis in mijn leven staken de oude thema’s weer de kop op.
Pas met het volgen van mijn eerste coachopleiding begon ik door te krijgen dat het een levenslang proces is en dat het geen teken van zwakte of falen was om steeds weer terug te moeten naar die oude wonden. Niet continu gelukkig, maar van tijd tot tijd.
Het was juist een teken van persoonlijke ontwikkeling en groei, want het vertrekpunt was iedere keer een ander. Ik ging niet terug naar ‘nul’, maar begon daar waar ik de vorige keer geëindigd was. Hiermee bleef het behapbaar en kon ik het ‘dragen’.
Inmiddels heeft mijn eerste verzet ruimte gemaakt voor interesse, nieuwsgierigheid en zelfs humor en een gezonde portie zelfspot. Ik hoef niet meer ‘af’ en dat geeft mij juist ruimte en een gevoel van vrijheid. Ik gun mij ook zoiets als ‘imperfectie’.
Is het daarom altijd makkelijk? Nee, zeer zeker niet. Het brengt mij soms nog steeds aan mijn grenzen, maar ergens heb ik inmiddels ook het vertrouwen dat het me iedere keer verder brengt.
Ik leer te ontwarren, om uit elkaar te trekken, en daardoor ben ik niet langer overgeleverd aan de emoties die er soms bij komen kijken. Ze zijn meer een soort surfplank die ik mag gebruiken.
En daar waar het in mijn eentje te groot wordt en waar het nodig is, vraag ik inmiddels vlot en zonder al te veel schaamte om hulp.
0 Comments