Het is de 80e verjaardag van mijn vader. Wij zijn uitgenodigd met een kleine groep andere gasten, allemaal op leeftijd. Vrienden van mijn ouders die ik niet ken, een aantal kennissen die ik in het verleden weleens ontmoet heb, maar waar ik zelf geen band mee heb. De enige personen die mij vertrouwd zijn, zijn Oliver en mijn tante. Mijn kinderen en kleinkinderen, ze zijn allemaal niet gevraagd om te komen. Ze hebben het daar ook niet over of vragen mij ernaar. Ik verwacht dat ook niet.
*
Ik ben uitgenodigd, niet omdat ik bij dit jubileum vanzelfsprekend hoor, maar omdat de kaart die ik mijn vader heb gestuurd een aantal dagen te vroeg is bezorgd. Na ontvangst kreeg ik ineens een telefoontje van mijn vader: “Hallo, hier is je vader. Ik heb je kaart ontvangen”, zegt mijn vader nadat ik heb opgenomen. “Oh, dat is dan een paar dagen te vroeg. Ik had er nog bijgezet dat de kaart pas op je verjaardag geleverd moest worden, maar daar hebben ze zich dan niets van aangetrokken”, leg ik uit. “Dat maakt niet uit”, geeft hij terug, “maar nu ik je toch spreek: willen jullie dan ook bij het eten aanschuiven? Dan vraag ik of ze er nog twee stoelen bij aan kunnen schuiven.”
Ik slik weg wat ik al wist: mijn lage plek op zijn prioriteitenlijst.
Ik voel me overrompeld door deze plotselinge uitnodiging en bespeur tegenstrijdige stemmen in mij. Ik merk dat ik het antwoord moet uitstellen. Ik wil eerst luisteren naar mezelf en dat kan ik nu niet. Gelukkig weet ik inmiddels dat ‘tijd kopen’ in dit soort situaties legitiem is en geen reden om mij schuldig te voelen. Dat was vroeger anders, maar heb ik met de jaren geleerd.
Ik observeer veel meer de chaos die in mijn gevoelswereld losbreekt en antwoord rustig: “Ik moet daarover nadenken en het bespreken, want het is nu wat kort dag. Ik kom er nog op terug en bel dan.”
“Nou…” en ik hoor zijn onuitgesproken oordeel: “dan ga jij maar nadenken”, en hij rekt het laatste woord extra lang, alsof ‘nadenken’ voor mij een hele opgave zou zijn. “Je hoort van mij”, geef ik terug, en daarmee beëindigen we dit gesprek.
*
Ik voel dit gesprek nagolven, maar merk ook dat er iets anders is. Mijn systeem gaat enerzijds op de automatische piloot aan, maar deze keer voel ik parallel ook rust en een bepaalde stevigheid. Ik ben er niet meer van ondersteboven. Ik voel mijn volwassen kant aan mijn zijde. Dat is een fijne gewaarwording.
Ik vertel Oliver over het gesprek en hij zucht. Deze ‘uitnodiging’ betekent ook iets voor hem, maar ik laat hem weten dat hij van mij helemaal niets moet. Zelf weet ik ook nog niet wat ik hiermee wil, maar Oliver mag zich helemaal vrij voelen in zijn keuze om wel of juist niet mee te gaan, mocht ik daar wel voor kiezen. Dat zeg ik niet alleen, dat meen ik ook echt.
Ik begrijp heel goed als hij daar niet voor kiest, want deze bezoeken zijn ook voor hem vermoeiend en confronterend. Hij haalt daar geen energie uit. Toch zie ik zijn zoektocht.
“Ik kan je ook moeilijk alleen laten gaan”, geeft hij terug en ik weet wat hij bedoelt. Een paar jaar geleden waren we ook eens een middag op bezoek bij mijn ouders en terwijl we er maar een paar uur waren, reageerde mijn systeem hevig op deze ontmoeting. Het waren de vele kleine triggers, de opmerkingen, de blikken, de manier van doen, ademen – de hele interactie met mijn vader en tussen mijn ouders – ik liep er helemaal op leeg.
Niet een beetje, zoals ik dat soms ken als ik iets doe dat ‘gewoon’ veel energie kost, omdat het niet binnen mijn comfortzone ligt of buiten mijn natuurlijke talenten. Of omdat ik er gewoon niet zoveel zin in heb.
Mijn systeem was tijdens dat bezoek in een alarmstand. Ik had er toen nog onvoldoende tegenin te brengen. Op de twee uur durende terugreis naar huis sloeg mijn lijf helemaal af. Ik was op slag intens moe, mijn hoofd barstte van de knallende hoofdpijn en mijn darmen waren compleet ontregeld. Op iedere parkeerplaats langs de snelweg moesten we stoppen, omdat ik haast in paniek raakte doordat mijn lijf er alles uitgooide. Ik had daarna meerdere dagen hersteltijd nodig.
Terwijl ik daar aan terugdenk, begrijp ik het gevoel van Oliver om niet echt een keuze te hebben. Toch verwacht ik dat het deze keer anders zal gaan. Ik weet het niet, maar ik ben deze keer niet bang. Er heerst meer een gevoel van een soort ‘nieuwsgierigheid’. Mijn onderzoekende kant heeft hier best wel ‘zin in’ en dat besef laat mij zelfs even lachen. Mijn innerlijke kleine meisje vindt het desondanks erg verontrustend en blijft huiverig, maar ik denk dat ik het nu wel aankan.
*
Zou het deze keer anders zijn na alles wat er is gebeurd de afgelopen 2,5 jaar? Want zo lang, zelfs langer, heb ik mijn ouders nu niet meer gezien. Op een paar korte telefoontjes na hebben we geen contact gehad sinds Luca in het ziekenhuis terecht is gekomen. Ze hebben zelf geen initiatief genomen om hun kleindochter eens op te zoeken of op z’n minst een kaartje te sturen. Ik kan mij daar nog steeds niets onder voorstellen.
Aan de andere kant had ik ze ook niet welkom kunnen heten met alle oude wonden die toen weer openbraken, naast alle zorgen die we om Luca hadden.
Zou het deze keer anders zijn – nadat ik mijn verhaal heb neergeschreven en alle angsten, boosheid, schaamte, eenzaamheid en verdriet nog eens heb doorleefd, gevoeld en opnieuw geordend? Het antwoord ken ik nog niet, maar ik merk dat er in mij iets aan het verschuiven is. Ik kan het nog niet helemaal plaatsen.
*
Wat ik wel ervaar, is dat ik sinds ik begonnen ben met het schrijven, na 55 jaar eindelijk nachten doorslaap. Dat is voor mij een wonder, want sinds mijn vierde kon ik de nachten dat mij dat wel lukte, aan een hand aftellen.
Ook ervaar ik de zin ‘dicht bij mezelf blijven’ anders. Alsof ik ook daarin weer zak naar een volgend niveau en beter weet wie ik ben. Want hoe kun je ‘dicht bij jezelf blijven’ zolang je daar nog onvoldoende bewust van bent?
Ik ontmasker mijn angsten eerder om vervolgens net iets anders te handelen. Niet dat ik ineens totaal veranderd ben; het zijn meer de kleine, subtiele koerswijzigingen. Niet rigoureus, maar toch maken ze voor mij een voelbaar verschil. De stappen die ik neem blijven daardoor voor mij behapbaar, ook al zijn ze soms nog steeds spannend.
*
Ik verwacht niet dat mijn vader ineens anders is; zo naïef ben ik niet. Maar ik ervaar meer verbinding met mijn volwassen kant en dat geeft mij de steun in mezelf die ik altijd zocht. Of deze standhoudt op het moment dat we weer tegenover elkaar staan, kan ik niet inschatten, maar ik wil het testen.
Tegen mijn cliënten zeg ik altijd: “Zie het als een oefening. Een proefje. En geef jezelf toestemming dat het ook mag mislukken, zonder dat jij daardoor gefaald hebt. Je verzamelt gewoon informatie en ervaringen en dat is altijd waardevol.”
*
“Waarom zou je willen gaan?”, vroeg mij een paar weken eerder een collega toen ik vertelde over de aanstaande verjaardag van mijn vader en de mogelijkheid ‘daar nog iets mee te moeten doen’. De ‘waarom-vraag’ had ik mezelf ook al gesteld en deze vraag riep hele tegenstrijdige gevoelens in mij op. “Ik weet niet eens of ‘willen gaan’ de juiste woorden zijn”, verzuchtte ik eerst. “Het roept geen ‘joepie-gevoel’ in mij op en toch merk ik dat het tijd wordt”.
“Waarvoor wordt het tijd?” vroeg zij en daar moest ik even over nadenken. Die tijd gaf zij mij.
“Misschien een mix van alles?” Niet langer vermijden, nieuwsgierigheid wat het schrijven van het boek voor mij gedaan heeft, onder ogen zien wat ‘is’” Zij knikt en geeft mij nogmaals tijd om te voelen.
“Er is ook een gevoel dat veel kinderen van ouders op leeftijd hebben, denk ik? Nu kan het nog. Nu kan ik nog iets horen, zien, ervaren. Nu kan ik ook nog mijn moeder zien, zoiets misschien?”
“Of ook de hoop dat je vader jou nog eens ‘ziet’?” vraagt zij, Ik val weer even stil. “Jaaa…” zeg ik en voel me een beetje betrapt. “Ik kan het niet ontkennen. Deze stiekeme hoop zal waarschijnlijk nooit helemaal overgaan”.
“Denk je dat het in dit leven nog zal gaan gebeuren?” vraagt zij. Ik antwoord onmiddellijk, hoofdschuddend en met stevige stem: “Nee, dat gaat niet gebeuren – dat weet ik zeker” en ik moet daar zelf om lachen en zij ook. “Nee, echt niet. Nu ik het zo uitspreek, weet ik het verschil: mijn innerlijk kind ‘hoopt stiekem’, mijn volwassen kant weet wel beter en dat is prima nu.”
*
Nadat ik er nog twee nachten over heb geslapen en met Oliver diverse scenario’s heb besproken, kiezen we ervoor om te gaan. We nemen de hondjes mee; dat geeft ons ook een reden om er voor een wandeling met ze tussenuit te glippen.
Nadat we het besluit hebben genomen, app ik mijn tante en zij reageert heel blij. “Oh, dat vind ik heel leuk, Anja. Dan zijn er in ieder geval twee gasten waar ik mij op verheug en dan kan ik die oude, knorrige man ook makkelijker verdragen.” Ik verheug me er ook op om haar weer te zien en ook Oliver kan het goed met haar vinden.
Bijzonder genoeg belt mij dezelfde avond ook mijn andere tante, de jongere zus van mijn vader. Wij zien elkaar zelden, maar bellen een paar keer per jaar met elkaar. Zij heeft ook al tientallen jaren geen contact meer met mijn vader, want hij heeft ook haar geschrapt uit zijn ‘lijst’. De reden daarvoor kent zij niet.
“Ga jij nog naar de verjaardag van mijn broer?” vraagt zij wat later in het gesprek. “Grappig dat je net nu belt en mij deze vraag stelt”, antwoord ik, “want ik heb zonet toegezegd, nadat ik daar eerst over na moest denken”.
“Anders kom ik ook even langs als verrassingsgast”, zegt zij grappend en we moeten allebei even lachen, niet helemaal zonder enige bittere bijsmaak.
“Mis je hem soms?” vraag ik haar en ik hoor haar zuchten. Mijn tante is 11 jaar ouder dan ik. “Vroeger wel”, zegt ze. “Ik was best wel gek op hem en begreep ook nooit waarom hij ineens zo raar deed tegen onze moeder. Daar heeft hij nooit over gesproken en mama, jouw oma, kon het ook niet uitleggen aan mij. Ik denk dat ze het oprecht niet wist of begreep.” Ik knik. Ik denk hetzelfde.
Daarmee sluit ik niet eens uit dat er ongetwijfeld issues zijn geweest. Maar deze issues zijn niet uitgesproken en al helemaal niet besproken. Dat heb ik altijd lastig gevonden en misschien is dat wel de belangrijkste reden waarom ik er nooit voor gekozen heb om het contact met mijn vader helemaal te verbreken. De vraag ‘waarom houd je contact met hem?’ werd mij namelijk vaak gesteld. Ik realiseer mij dat ik vooral niet in zijn voetsporen wilde treden. ‘Contact verbreken’ als oplossing was voor mij daarom nooit een optie.
*
Ik denk ook terug aan mijn oma. Haar stervensadvertentie hangt bij ons aan de koelkast en ik moet er weer aan denken dat mijn vader niet aanwezig was tijdens haar crematie.
Ze is geboren in 1927, denk ik weer, en ik probeer mij voor te stellen hoe zij is opgegroeid. Ze was 12 jaar oud toen de Tweede Wereldoorlog begon – een kind. Mijn oudste twee kleinkinderen zijn nu 11 en 13 jaar oud. Ik moet er toch niet aan denken dat hun leven vanaf nu door een oorlog gekenmerkt zou worden. Dat zou hun leven voorgoed veranderen. Dat deed die oorlog met het leven van mijn oma ook.
Ja, ze zal ongetwijfeld niet de perfecte moeder zijn geweest en dingen fout hebben gedaan, vanuit haar poging om te overleven, zoals deze generatie genoodzaakt was om te doen.
Zijn we dat niet allemaal op een bepaalde manier? Genoodzaakt om te ‘overleven’ met alles wat het leven op ons pad brengt? Ik heb dan weliswaar geen oorlog meegemaakt, maar desondanks had ik voldoende uitdagingen op mijn levensweg.
Weer voel ik wat ik al vaker voelde: volgens mij is de oplossing niet het verbreken van het contact. Dat voelt in mijn geval te ‘makkelijk’. Ik kies voor mezelf de route van inzicht krijgen en begrijpen. Ik wil ontwarren. Dan kan er zoiets als begrip of verzachting ontstaan. Dan kan ik groeien en zelf verantwoordelijkheid nemen. Dan kan ik een gevoel van slachtofferschap beginnen te overstijgen. Zelfs als ik deels daadwerkelijk ‘slachtoffer’ ben en het gemis reëel is en blijvend.
*
“Je bent dus echt naar het verjaardagsfeest van je vader gegaan”, zegt een vriendin tegen mij tijdens een wandeling samen met onze hondjes een aantal dagen later. Ik moet lachen, omdat ik het ongeloof in haar gezicht zie. “Je begrijpt dat ik nu wel heel benieuwd ben. Vertel… En ik neem haar mee naar deze bijzondere middag.
“Hoe moet ik beginnen?” Ik doe een poging om dat wat er gebeurde onder woorden te brengen. “Tegen Oliver zei ik na afloop dat ik wel honderden ‘errors’ kreeg in mijn hoofd”, leg ik uit terwijl ik in gedachten terugga in een poging woorden te vinden voor wat er gebeurde. “Misschien schiet ik wat chaotisch heen en weer in mijn verhaal. Ik ga gewoon maar ergens beginnen, oké?” Haar ogen geven mij het antwoord.
*
“Jeetje Anja, het is toch niet te geloven. Ik krijg er de rillingen van. Hebben ze dat echt gezegd? Met al die mensen erbij? Ik kan er wel boos om worden”, we lopen naast elkaar door het bos en de hondjes blijven dicht in de buurt. “Ik vind jou ontzettend dapper. Dat je het toch gedaan hebt.” Ik merk dat ik niet goed weet of ik zelf ‘dapper’ het juiste woord vind. Ik had voor mijn gevoel niet echt een keuze. Het was meer een stap die ik te nemen had. Ze ademt nog een keer verontwaardigd uit en vult dan aan “Zoiets doe je toch niet?”
*
Ik denk terug aan die scène die ik haar net verteld had. We zaten met ongeveer 12 mensen aan een vierkante tafel in een hoek van een restaurant. Mijn tante werd aan de kant van de tafel gezet die het verst van Oliver en mij af was. Op die manier konden we eigenlijk geen gesprek met elkaar voeren. Ik weet zeker dat dat ook de bedoeling was.
Mijn ouders zaten aan een andere kant. Tussen ons zaten allemaal onbekende mensen. Een hele tijd ging het over koetjes en kalfjes. Er werden door mijn ouders en de gasten anekdotes gedeeld over gemeenschappelijke uitstapjes of andere herinneringen en er werd gegeten. Ik zelf luisterde en keek ernaar. Op het eerste gezicht een heel normaal verjaardagsgezelschap.
Er waren al heel wat onderwerpen besproken waarbij ik ‘errors’ in mezelf voelde. Eentje sprong er tussenuit. Eentje die misschien ook voor een buitenstaander makkelijker tot de verbeelding spreekt. Mijn moeder nam het woord en begon te vertellen:
“Ik zie het nog zo voor me – we hadden een vaste staanplaats op een camping en vlakbij was een zwemvijver. Anja mocht daar alleen heen, maar ze kon nog niet zwemmen. Ja, toen werd dat nog zo gedaan en ik wilde er ook niet de hele tijd bijstaan. Ik wilde natuurlijk ook niet dat zij zou gaan verdrinken. Daarom hadden we de regel: ‘Je mag er met de voeten in, maar je broek mag niet nat worden.’”
Terwijl ze vertelt, zie ik die scène ook weer voor me. Er was een groep oudere kinderen en die gingen kikkers vangen. Ze spetterden daarbij wat rond en voordat ik het wist, werd mijn broek nat. Dat mocht natuurlijk niet. Omdat ik, om goede redenen, nooit iets deed wat niet mocht, rende ik bang terug naar onze caravan. Mijn moeder vervolgt: “Onderweg riep ze de hele tijd huilend: Nu krijg ik een pak slaag op mijn billen, nu krijg ik een pak slaag op mijn billen.”
Iedereen begon te lachen en keek naar mij. Ik bleef stil zitten om naar haar vervolg te luisteren. Lachend vervolgt ze haar verhaal. “Ik heb haar toch nooit geslagen. Nou ja – op een enkele keer na. Toen waren we net daarvoor verhuisd naar het appartementje. Anja mocht dan achter het appartementencomplex alleen in de zandbak spelen, maar kwam een paar keer achter elkaar naar boven, omdat ze in haar broek had geplast. Toen was ik er even helemaal klaar mee en riep: nu is het genoeg. Trek je broek omlaag.” De tranen van het lachen lopen nog net niet uit haar ogen, maar het hele verjaardagsgezelschap heeft duidelijk plezier – op mijn tante na.
“Nee mama, nee mama”, jammerde ze, maar ik hield vol. Die broek moest omlaag en toen heb ik haar toch een paar klappen gegeven, zodat mijn hand er nog een hele tijd zeer van deed.” Ik zie medeleven voor mijn moeder bij de mensen die luisteren. Ik zelf begin naar de grond te kijken. “Tja, een pak slaag heeft nog niemand gedeerd”, vult iemand aan en op dat moment is er weer zo’n ‘error’ in mijn hoofd.
Ik zelf herinner mij dat moment namelijk ook nog heel goed. Het was vlak nadat mijn broertje was overleden. Ik vond het verschrikkelijk om vanaf dat moment alleen in onze kinderkamer te moeten zijn, na alles wat er was gebeurd. Zoveel en zo vaak mogelijk ging ik naar beneden en zocht een uitvlucht in de zandbak. Ik voelde zelf ook dat ik soms zomaar ineens begon te plassen. Ik kon het gewoon niet tegenhouden. Ik schaamde mij daar enorm voor.
Plotseling optredende onzindelijkheid na verlies en rouw is een zeer bekende en natuurlijke reactie bij kinderen. Kinderen uiten stress, rouw en verlies vaak niet in woorden, maar in hun gedrag of via hun lichaam. Dit fenomeen wordt ook wel regressie genoemd.
Maar dat deel van het verhaal werd hier aan de verjaardagstafel niet verteld en precies dat feit maakt voor mij nogmaals duidelijk in welke mate ik ‘niet gezien’ werd. Had mijn moeder deze uitleg als aanvulling gegeven en eraan toegevoegd dat wij allemaal in die tijd overvraagd waren, dan had ik er nog mee kunnen leven. Want dat was een feit. Ook zij was er als jonge vrouw en moeder zomaar mee geconfronteerd en haar pijn moet verscheurend geweest zijn. Misschien is het een onvermogen, misschien een copingstrategie om er nu maar een grappig verhaal van te maken – voor mij is het in ieder geval volstrekt ongepast.
*
Terwijl de tafel plezier heeft, overvalt mij een verlammende woordeloosheid.
Als mijn moeder even later ook nog de vraag aan mij stelt of ik zelf niet ook nog iets leuks van vroeger wil vertellen, krijg ik vluchtneigingen en sla ik helemaal dicht. Ik kan geen volledige zin meer uitbrengen en zeg kort: “Ik sla deze even over”
Ik voel stress door mijn lijf gieren en voel me ontzettend opgelaten – ongemakkelijk. Het verhaal van zo net galmt nog in mij na en ik kan mij geen houding geven. Vervolgens zegt mijn vader: “Ah, toe nou, Anja. Vertel anders gewoon wat voor ontzettend leuke ouders wij waren – en ik voor een geweldige vader”.
Onze blikken treffen elkaar en ik kijk in zijn strakblauwe ogen. Ik zie weer die strakke, harde blik. Hij doet het ervoor, ik weet het zeker. Maar deze keer voel ik dat mijn volwassen kant ervoor gaat staan en mij rustig toespreekt.
*
Natuurlijk had ik op dat moment een heel boek open kunnen doen en alle gasten kunnen laten weten ‘wat voor een geweldige vader hij is geweest’, maar dan vanuit mijn perspectief. En dan?
Mijn tante knikte mij heel even toe. Zij begreep precies wat hier gebeurde. De rest van het gezelschap had daar geen idee van.
Ik besloot er vooral geen energie in te steken. Dit bezoek was een experiment en dit was het resultaat. Misschien dat ik deze resultaten later nog eens zou ontwarren en ordenen, maar voor nu liet ik het erbij. Meer kon ik op dat moment niet doen.
*
“Poeh… ik heb haast de neiging… Ik spreek het maar liever niet uit. Maar ik denk dat ik ook begrijp waarom je ervoor koos om er geen energie aan te verspillen. Je voelde je in dat gezelschap toch niet veilig”, zegt mijn vriendin.
“Weet je wat ik zelf bijzonder vind en waar ik me tevreden over voel?”, ze kijkt me vragend aan. “Deze keer was ik daarna wel moe, maar niet meer uitgeput. De volgende dag kon ik gewoon direct weer genieten van ‘een dagje weg’ samen met Luca. Dat is voor mij winst. Dat had ik eerder niet gekund. Ik vond die dag ingewikkeld, ook interessant; het deed zeer, was pijnlijk en voelde alleen – maar ik raakte daardoor mijn evenwicht alleen maar kort kwijt. De volwassene in mij was deze keer vlakbij en kon het gewonde kind in mij opvangen.” Zij knikt.
En Oliver aan mijn zijde zorgde ervoor dat ik me net iets minder alleen voelde.
*
Ik kan mij voorstellen dat het voor anderen moeilijk voor te stellen is, waarom ik niet voor escalatie koos. Maar escalatie zou mij alleen maar uitputten. Daar heb ik niets aan. Voor nu was dit de beste keuze. Wat het voor de toekomst betekent, weet ik nu nog niet. Ik hoef het ook nog niet te weten.
Laat ik hier voor de helderheid nog toevoegen dat ‘contact verbreken’ soms ook een goede keuze is.
*
“Ga je ze nog eens opzoeken?” vraagt mijn vriendin.
“Dat weet ik nog niet. Voorlopig in ieder geval niet”, leg ik uit.
“En nog een laatste vraag: ze hebben vast niet naar Luca geïnformeerd?”
“Nee, natuurlijk niet. Geen enkel woord. Ze vroegen niet naar Luca, ook niet naar Lena, Yako of hun kinderen. Voor hen bestaat alleen ‘de kleine Anja’ van vroeger. Ik werd mij daar ineens bewust van. Alsof mijn verdere leven niet bestaat. Ze kijken naar mij, zoals ik in hun herinneringen leef. De volwassen Anja bestaat in hun wereld eigenlijk niet.”
En dat laatste is een nieuw inzicht dat ik van deze ontmoeting mee naar huis heb genomen.
0 Comments