door Anja Kuhn

Hoofdstuk 40 – Een afscheid

30 Oct 2026

Een aantal maanden later is het harde gepiep in mijn oren er weer. Ook de rest van mijn lichaam laat aan alles weten dat er veel aan de hand is. Ik heb pijn in elke cel van mijn lijf. Alles voelt loodzwaar. In golven stroomt het door me heen – verdriet dat mij lijkt te verscheuren.

Ik rouw. Het is een diepe en hevige rouw. Al weken voelde ik het aankomen en steeds verder bouwde het zich op. Wetende dat het moment van afscheid nemen steeds dichterbij zou komen. ‘Ik weet gewoon niet of ik dat kan’, dacht ik telkens weer.

Niet iedereen kan deze rouw begrijpen – ik rouw om mijn hond, mijn beste vriend, mijn collega, mijn trouwste luisteraar, mijn zielsmaatje. Ik rouw om Einstein.

Ook nu kan ik weer vol verwondering observeren met welke snelheid mijn gedachten alle kanten opschieten, zoals het vaak gebeurt in tijden van nood of crisis. Ook nu gaat dat razendsnel en holt mijn brein en mijn hele systeem van de ene herinnering en gedachte naar de andere.

Alles om mij heen kan zomaar en volstrekt onvoorspelbaar het verdriet in mij oproepen en aanwakkeren. Een geluid of juist het ontbreken ervan, een geur, een bal op de grond, een blik die er niet meer is, een lege plek of een handeling die ik honderden keren heb gedaan en die nu niet meer nodig is. Ik mis hem in alles om mij heen. Hij is verweven in heel mijn leven, niet alleen privé, maar ook in mijn werkende leven. Hij was gezinslid en collega – maar hij was vooral Einstein – mijn zieltje.

Hij laat een grote leegte achter.

*

‘Het wordt aangewakkerd, net als de vele bosbranden op dit moment’, voeg ik er in gedachten aan toe.

Het is heet tijdens deze zomer in augustus 2026. De ene hittegolf volgt al sinds weken de andere op. De rivieren lopen droog, de oogst loopt gevaar, dijken dreigen scheuren op te lopen en het drinkwater begint krapper te worden. Dat zijn we in Nederland helemaal niet gewend, maar het is een nieuwe realiteit. De wereld staat in brand, letterlijk en figuurlijk. Het zijn onrustige tijden.

*

“Wat is het ergste?” vraagt Oliver, terwijl hij een arm om mij heen legt en mijn snikken rustig aanhoort. Ik kijk hem aan. “Alles”, zeg ik, want ik zou niet weten waar ik moet beginnen. De tranen blijven maar komen. Ik kan de stroom niet tot stilstand brengen.

“Hij was er gewoon altijd”, ik doe een poging om dat wat in mij gebeurt onder woorden te brengen, maar merk dat het te veel is om te kunnen vangen in een aantal zinnen.

Hij was er werkelijk altijd. Rustig bleef hij aanwezig. Ik mocht zijn wie ik was – elk moment. Hij trok mij nooit in twijfel, had geen oordeel over mijn zoektochten, mijn angsten, mijn twijfels. Hij kwam gewoon met een diepe zucht bij me liggen; een blik, een tikje met zijn neus en ik wist dat ik niet alleen was op momenten dat ik mij zo oneindig alleen voelde de afgelopen jaren. Met hem aan mijn zijde voelde ik me verbonden, veilig. Dat hielp mij om te kunnen dragen wat zo ontwrichtend voelde. Zijn manier van ademen, zijn rustige manier van lopen – het zorgde ervoor dat ik kon aarden.

*

“Hij was er ook voor ons beiden, toen we zo bang waren om Luca kwijt te raken”, zeg ik en weer pakt mij op een dwingende manier een golf van verdriet. Hem ‘moeten laten gaan’ raakt alles weer. Alles waar ik ook tijdens het schrijven opnieuw naar ging kijken. Ik besef wat voor een enorme vriendschap en liefde ik voor hem voelde en nog steeds voel. Onvoorwaardelijk – net zoals ik deze onvoorwaardelijke liefde van hem naar mij voelde. En nu moest ik een keuze maken die haast niet te doen is.

De gedachte eraan snijdt als een mes dwars door mijn hart heen.

Oliver knijpt zachtjes in mijn arm en is even stil. Dan zegt hij: “En dan nemen wij ‘alleen maar’ afscheid van onze lieve Einstein en niet van onze dochter.” Ik knik en snik weer en weet precies wat hij bedoelt, zonder dat het ons verdriet om het afscheid van Einstein tekortdoet.

Dat het heel anders had kunnen gaan, weten we maar al te goed. Een lieve vriendin van mij heeft het helaas moeten meemaken: je dochter kwijtraken aan een hersentumor.

Wie had dat ooit van tevoren kunnen bedenken toen zij en ik voor het eerst met elkaar in contact kwamen?

*

Het was haar dochter die haar op mij attent maakte, omdat zij haar moeder meer rust en vertrouwen gunde in de buurt van honden. Haar moeder was namelijk haar hele leven al bang voor honden en deze angst zorgde voor veel belemmeringen – tijdens wandelingen, reizen of in het contact met vrienden die een hond hadden. Toen ik later voor het eerst met de moeder belde, vertelde ze:

“Mijn man en ik zijn met pensioen en houden ervan om rond te reizen, maar oh, wat zit die angst mij soms in de weg. Het moet maar eens afgelopen zijn daarmee – mijn dochter heeft helemaal gelijk. Denk je dat je mij kunt helpen? Ik ben vast een moeilijk geval.”

Ik had deze laatste zin al vaker gehoord in een eerste gesprek met cliënten en tot dat moment was het altijd gelukt om de angst te leren overwinnen. Pas later zou ik een enkele keer meemaken dat een begeleidingstraject ‘Angst voor honden’ niet ging slagen.

We maakten een eerste afspraak met elkaar om haar situatie nader te verkennen en een plan van aanpak met elkaar te bespreken. Vanaf dat moment zagen we elkaar regelmatig en stap voor stap gingen we het samen aan. Eerst zonder hond erbij, omdat ik weet dat alleen al de aanwezigheid van de hond voor dusdanig veel stress zorgt dat de ander niet meer ontvankelijk is voor informatie, tips of adviezen. De honden kwamen daarom pas later in het spel en ook dan weer stap voor stap.

Het werd voor mij een heel leuk traject, want het was een feest om te zien hoe haar vertrouwen, ondanks alle twijfels en huiveringen, steeds verder ging groeien. Om te zien hoe angst ruimte begon te maken voor interesse en plezier. Haar enthousiasme werkte aanstekelijk. We konden goed samenwerken, maar daaromheen hadden we ook een bijzondere klik met elkaar. Ondanks het leeftijdsverschil.

*

Haar levenslange angst voor honden overwon ze met vlag en wimpel en omdat we het op het laatst daarnaast ook steeds gezelliger met elkaar hadden, nam ik haar ook na afloop van het traject zo nu en dan mee tijdens een wandeling met de honden. Op die manier kon zij nog een beetje oefenen, maar konden we ook elke keer weer bijpraten. Het ging al lang niet meer alleen om ‘de honden’. We deelden van alles met elkaar en voerden mooie gesprekken.

Daarnaast volgde zij mij op social media en las mijn blogs – totdat zij een keer opmerkte dat het een hele tijd rustig was en er niets meer van mij verscheen. “Ik zie al een tijdje niets meer van je langskomen, lieve Anja. Dat ben ik niet van je gewend. Gaat het wel goed met je?” vroeg ze aan mij in een berichtje. Dat was precies in de tijd dat wij iedere dag bij Luca in het ziekenhuis waren, bang voor wat er nog zou komen.

Even later stuurde ik haar een bericht en bracht ik haar op de hoogte van het slechte nieuws. Vanaf dat moment ontstond er een vriendschap tussen ons.

Wat we op dat moment nog niet wisten, was dat dit verhaal een aantal maanden later nog een heel ander vervolg zou krijgen.

*

Mijn nieuwe ‘oudere’ vriendin werd een fijne gesprekspartner – betrokken, liefdevol, rustig, eerlijk en met gevoel voor humor. Ik kon alles aan haar kwijt en we vonden verbazingwekkend veel herkenning daar waar we het van tevoren niet hadden kunnen bedenken. Er was veel overlap tussen onze vaders en ook zij kende fases waarin de relatie met haar partner door zorgen weleens onder druk was komen te staan. Dat zorgde ervoor dat je niet elk gevoel tot in het detail hoefde uit te leggen – we voelden elkaar aan en dat gaf ademruimte.

De gesprekken met haar, tijdens onze wandelingen met de honden, hielpen mij om te ontladen en te ordenen. Dat zij zodoende ook steeds meer begon te wennen aan Elsa en Einstein was mooi meegenomen. “Ze hebben inmiddels echt een plekje in mijn hart”, zei ze steeds vaker en ik zag dat ze het meende.

*

Onze groeiende vriendschap kreeg een aantal maanden later onverwachts een volgende en tragische ‘overeenkomst’ erbij. Volstrekt onvoorspelbaar bleek haar leven voorgoed te veranderen toen haar dochter zelf de diagnose ‘hersentumor’ kreeg. Van de ene op de andere dag was niets meer wat het vooraf was geweest. Alles veranderde.

Later zeiden we een keer tegen elkaar dat het op een bepaalde manier ‘bijzonder’ was hoe onze wegen elkaar juist door haar dochter hebben mogen kruisen. Terwijl ik zelf haar dochter niet meer persoonlijk heb kunnen leren kennen, heeft ook zij daardoor een plek in mijn hart gekregen. Soms bedank ik haar voor het feit dat ik haar moeder heb mogen ontmoeten.

*

Helaas heeft haar dochter minder geluk gehad dan Luca. Al snel werd duidelijk dat de prognoses slecht waren en na een afschuwelijke periode tussen vrees en hoop volgde er uiteindelijk een intense fase van afscheid nemen. Het verdriet voor alle mensen die haar dochter dierbaar waren, het moeten loslaten van haar plek in dit leven en het groeiende besef van het onomkeerbare van dit proces valt in woorden niet te vangen. Mijn nieuwe ‘oudere’ vriendin heeft sindsdien te dealen met een nieuwe werkelijkheid. Een werkelijkheid die nog steeds niet te bevatten is en blijvend veel vraagt van iedereen die getroffen is door het afscheid.

Soms neigen wij mensen ertoe om elkaars rouw te vergelijken of ‘er iets van te vinden’. Ik heb geleerd om dat niet te doen. Dan bedoel ik niet zozeer geleerd ‘uit de boeken’, maar vooral vanuit ervaring.

Er zijn oneindig veel rouwervaringen en rouwprocessen. Iedere keer is het anders – zelfs voor dezelfde persoon kunnen diverse rouwervaringen heel anders beleefd worden. Soms kort en hevig, dan weer lang en slepend of zacht en vanuit acceptatie. Er is ook rouw vanuit een soort onverschilligheid, maar daardoor niet minder pijnlijk of rouw vol warme en mooie herinneringen, en zo zijn er nog ontelbaar vele manieren.

Daarnaast vraag ik mij ook altijd af wat we dan precies met elkaar gaan vergelijken? Verlies en rouw is zo’n gelaagd proces en raakt meer dan enkel het grote gemis dat iemand (of iets) achterlaat.

Zo hoorde ik een keer iemand zeggen dat het minder erg is om het verlies van een volwassen kind te rouwen dan om een jong kind. Dan beluister ik zinnen die ik niet te vergelijken vind, omdat ze domweg geen recht doen aan het verlies zelf. ‘Maar het volwassen kind heeft in ieder geval zijn leven geleefd’, kan dan gezegd worden, terwijl bij het verlies van een jong kind de gedachte ‘maar ze kunnen nog meer kinderen krijgen’ genoemd wordt. Ik vind dat kortzichtig.

Rouw is altijd pijnlijk, rauw en haast onverdraaglijk – maar rouw is ook een hele pure en daardoor eerlijke emotie. Ze geeft je veel informatie en het kan waardevol en mooi zijn om dat op een later moment te ontrafelen – tenminste als je daar aan toe bent. Er is ook niets mis mee om rouw er maar gewoon te laten zijn en het enkel te doorleven.

*

Terwijl de golven van rouw om Einstein mij soms letterlijk kromtrekken van pijn, voel ik me tegelijkertijd ook dankbaar dat we onze dochter nog steeds bij ons hebben. Het is gek hoe in dit soort hevige emotionele fases alles naast elkaar kan bestaan. Groot verdriet, naast dankbaarheid; wanhoop naast hoop; angst naast vertrouwen. Het is er allemaal tegelijk en het is allemaal waar.

Nadat Luca uit het revalidatiecentrum werd ontslagen, heeft zij haar leven weer op kunnen pakken, in tegenstelling tot de dochter van mijn vriendin. Maar was daardoor alles ‘goed’?

2 Comments

  1. E

    ❤️‍🩹💕, liefs Ellen en Ruud

    Reply
    • Anja Kuhn

      💛

      Reply

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *