door Anja Kuhn

Hoofdstuk 2 – Slechtnieuwsgesprek

9 Jan 2026

Op de spoedafdeling krijgt Luca eerst een onderzoek door 2 jonge artsen in opleiding, niet veel ouder dan Luca zelf, van de afdeling neurologie. Ik zie dat ze hun taken, zoals het hoort voor jonge artsen in opleiding, interessant vinden en tegelijkertijd doet het ook iets aparts met me. Ik bespeur een kant in mij die geïrriteerd raakt van het feit dat zij blij zijn met ‘testjes afnemen’ en ‘vragenlijsten doorlopen’. In mijn hoofd noem ik het, heel onaardig, ‘doktertje spelen’, terwijl bij Luca en mij de stress en de spanning van minuut tot minuut steeds verder oplopen.

Ondertussen zijn ik en Luca al een tijdje, apart van elkaar, bezig om een kleine groep ‘belangrijke mensen’ te appen over de situatie. Luca geeft mij de taak om ‘papa, Lena (haar grote zus) en Yako (haar grote broer) te informeren en zelf kiest zij een aantal vrienden uit als een soort binnenste cirkel, die weer de lijn naar buiten moeten vormen, haar overige vrienden. Hier worden continu mensen aan toegevoegd. Onbewust bouwen we beiden aan het nodige netwerk voor de komende tijd, gevoed door angst en de vraag ‘wat als…’.

Aan mijn buitenkant blijf ik rustig, of in ieder geval zo rustig mogelijk. Ik realiseer mij dat ‘rust bewaren’ nu mijn belangrijkste taak is, voor Luca. Maar van binnen gilt een stem tegen de twee jonge artsen: “Schiet op” en verlies ik steeds meer het geduld. Al die maanden van hulp zoeken flitsen weer door mijn gedachten, met een stroom van verwijten aan mezelf dat ik eerder en nog nadrukkelijker aan de bel had moeten trekken. Deze gedachten voelen als zweepslagen. Ik kan het me nooit vergeven, als dit uiteindelijk anders afloopt.

Weer een andere kant in mij wil het liefst de tijd stopzetten, te bang voor dat wat komen gaat. Dat alles bij elkaar zorgt voor een heel onwerkelijk gevoel. Alsof je naar je eigen film aan het kijken bent.

Ondertussen neemt mijn innerlijke regelaar instinctief de eerste stappen. Deze kant in mij vertelt mij wat ik moet doen en in welke volgorde. Ik hoor de stem van deze kant in mij en volg: zet het geluid van je telefoon aan, app Oliver, daarna de kinderen, zeg je werkafspraken af voor vandaag en ook voor de komende dagen, houd de tekst voorlopig nog kort, wees duidelijk erover dat dit ernstig is, maar zaai ook geen paniek, besteed dingen uit en regel iets voor de honden. Mijn innerlijke regelaar spreekt in een soort staccato tegen mij.

*

Na de eerste onderzoeken moeten wij weer wachten op een CT-scan. Inmiddels zijn we sinds het eerste onderzoek bij de oogarts, zo’n 5 a 6 uur verder. De tijd gaat ontzettend langzaam en ondertussen krijgen we honger en dorst en giert de adrenaline door ons lijf. Luca tijgert op en neer in de kille wachtkamer met de harde stoelen en wordt boos op het ziekenhuisbeleid, omdat er alleen maar een snackautomaat te vinden is met smakeloze gezonde snacks, zonder suiker, terwijl haar lijf van de stress gilt om chocolade en cola of een lekker broodje. Ik zelf voel me ook trillen op mijn benen, maar weet niet meer of dat van de honger komt of van de stress. Ik durf ook niet door het ziekenhuis te speuren naar andere voedselbronnen, te gespannen en bang het volgende onderzoek te missen.

Ook mijn innerlijke controleur begint nu op volle toeren te draaien en is als de dood om Luca ‘uit het oog te verliezen’, om iets te missen. Dat zou nog een hele tijd zo doorgaan, blijkt achteraf, en dat met een goede reden. Niet alleen gerelateerd aan de situatie nu, maar ook omdat dus de eerste oude wonden uit het verleden opengerukt worden met alle angsten die daarbij horen en hoorden.

Eindelijk wordt Luca opgehaald voor de scan en terwijl zij weg is, kan ik mijn eigen emoties even niet meer de baas zijn. Een andere wachtende jonge vrouw begint mij te vertellen over haar buikpijn en haar zorgen en ik knik vriendelijk. Ik wil haar zorgen niet onbelangrijk laten lijken, maar kan het ook even niet opbrengen om vanuit openheid te luisteren. Toen ze even later aan ons ziet wat er gebeurt, straalt het ongemak van haar af. We knikken nog even naar elkaar en haar begrijpende blik doet mij goed en tegelijkertijd bevestigt het ook dat dit serieus is.

De scan wordt namelijk halverwege gestaakt, omdat de beelden overduidelijk zijn. Luca weet daardoor direct dat het mis is en komt helemaal overstuur weer naar de wachtruimte. De blik in haar ogen is misschien nog wel het ergste. Want onze ogen kunnen niet verbergen wat we vanbinnen voelen.

Onze ogen werken als een soort poort naar ons binnenste. We kunnen erin lezen: oprechtheid, plezier, liefde, warmte, passie, openheid, humor, maar ook vermoeidheid, boosheid, verdriet, angst en blinde paniek. Niet voor niets maak ik daar ook in mijn werk (onbewust) steeds gebruik van. Onze ogen, onze manier van ademen, onze lichaamshouding geven ons heel veel onuitgesproken informatie.

Je mond kan proberen te glimlachen, maar je ogen spreken de waarheid. Luca zou de komende weken nog vaker tegen mij zeggen: “Mam, het ergste vind ik de blik in je ogen.” En ik begrijp precies wat ze bedoelt, want voor mij is dat niet anders. Ook ik zie haar blik en die raakt me vaak diep. Maar ik kan niet meer doen dan mijn best, en dat doe ik met alles wat ik in me heb. Alleen mijn zorgen ‘uitzetten’ lukt niet. Daarmee ben ik overvraagt.

*

Na het maken van de scan duurt het nog even en dan krijgen we een afspraak met de twee jonge artsen in opleiding samen met een neuroloog en een neurochirurg, en dat bevestigt Luca’s grootste angst. “Een neurochirurg komt er niet zomaar bij zitten, mam.” Ik weet dat ze gelijk heeft en ik spreek haar al langere tijd niet meer tegen.

Het gesprek is heftig. Het is haast niet te beschrijven in wat voor een rollercoaster je dan terechtkomt. Ook hier zijn het de blikken van de artsen, die ons vertellen wat we daarna in woorden horen. Het is serieus, heel serieus.

De informatie wordt in kleine, behapbare brokken aan ons verteld. Steeds met pauzes om te kunnen beseffen wat we horen. Terwijl het binnenkomt, zie ik Luca opspringen en wil ze weglopen. “Nee, nee, nee…” roept ze met een wanhopige blik. “Dat is niet waar?! Dat is f***ing niet waar. Ik wist het. Ik zei het toch mam?!” De artsen kijken mij vragend aan en ik knik alleen maar bevestigend.

“Maar ik moet vanavond nog werken.” roept ze ineens, want die avond staat ze ingepland in de supermarkt waar ze haar bijbaantje heeft, en ik moet haar aan haar arm tegenhouden om niet de kamer uit te lopen, haar proberen te kalmeren, terwijl ook in mij een storm losbarst, of eerder een tsunami.

“Dat werk moet maar even wachten,” antwoord de neurochirurg rustig en hij kijkt heel even naar mij om te kijken of ik begrijp waar het over gaat. Het is een aftasten, een zoeken naar het juiste tempo, naar voldoende informatie geven, maar ook beperken, omdat het nog te veel is om te kunnen bevatten, en toch ook merken we dat Luca de waarheid wil weten en niet minder dan dat, want ze begint heel directe vragen te stellen en draait nergens omheen. Confronterende vragen als: hoe erg is het? Is het levensbedreigend? Kunnen jullie er iets aan doen? Ze kiest een manier van vragen stellen die geen rekening meer houdt met beleefdheidsvormen of vousvoyeren. Ze zoekt het gesprek op ooghoogte en de artsen gaan daarin moeiteloos mee. Ik merk dat ik dat ontzettend waardeer en ook dat het mij verbaast, omdat een soortgelijk scenario in Duitsland ondenkbaar zou zijn geweest. Het geeft wel vertrouwen en voelt op een bepaalde manier ‘dichterbij’.

Mijn blik valt op de twee jonge artsen in opleiding die nu een stuk minder opgewekt kijken, eerder ongemakkelijk. Lerend, dat weet ik wel zeker, want dit is een slecht nieuwsgesprek in de praktijk.

De situatie is zeer ernstig en de eerste stap moet een noodoperatie worden om de veel te hoge hersendruk te verlagen. Dat moet voorkomen dat Luca in coma gaat raken en zo mogelijk blijvende hersenschade oploopt. Deze wordt direct voor de volgende morgen ingepland en Luca moet blijven om in het geval van nood al eerder in te kunnen grijpen.

En daar zitten we dan, ontredderd, bang, vol ongeloof en tegelijkertijd ook bevestigd in wat we al vreesden, en beiden met een systeem in onszelf dat in de noodstand gaat. Het doel is ‘overleven’, letterlijk en figuurlijk.

6 Comments

  1. Henny Bos

    Hallo Anja,

    Wat een indrukwekkend verhaal, ik lees mee en begrijp nu wat er door jou heenging.
    Diep onder de indruk

    Reply
    • Anja Kuhn

      Dank je wel Henny en heel leuk om te horen dat je meeleest. Een hartengroet, Anja

      Reply
  2. Wim Spiering

    Dag Anja,
    Wees overtuigd dat ik met jullie meeleef. Bewonderswaardig vind ik de openheid en de eerlijkheid waarmee je ons, de lezers, ons meeneemt in jullie ervaringen.
    Natuurlijk, elke belevenis is anders. Maar het doet mij wel veel denken aan mijn eigen belevenissen en de strijd die gevoerd moet worden, ik heb dat eerder al uitgelegd. Een klein beetje kan ik dus met jullie meevoelen.

    Ik wens jullie heel veel sterkte, voor nu en voor de komende tijd.
    Ja, jullie staan er alleen voor, maar weet je gesterkt dat velen met jullie meeleven. Sommigen laten dat merken, anderen doen dat in stilte.
    Graag geef ik jullie beiden een hele warme handdruk, een handdruk die mijn medeleven laat blijken.

    Wim Spiering

    Reply
    • Anja Kuhn

      Dank je wel Wim voor je warme woorden. Gelukkig is de situatie inmiddels alweer een andere. Stabieler en we hopen dat dat dit ook nog heel lang zo blijft. Het gaat goed met ons. Maar ik weet dat veel mensen zich nogal alleen kunnen voelen in tijden dat er veel op ze afkomt en ik hoop het gevoel van ‘alleen zijn’ op deze manier wat open te kunnen breken. Want er zijn veel mensen die puzzelen, zoeken en tijdelijk het evenwicht kwijt raken in tijden van zorgen of stress. Het hoort veel meer bij het leven, dan we ons vaak realiseren en daarmee ook alle schommelingen die ons mensen zo menselijk maken. Met de nadruk op ‘menselijk’ en dus niet ‘fout’ zoals veel mensen zichzelf dan soms ervaren. Hartelijke groet, Anja

      Reply
  3. siska werkman

    Dag Anja, ik ben Siska van de filosofie van Olivier. 1 woord is niet genoeg. Ik kan niet wachten op het volgende deel. Succes met schrijven en ook succes met dit hele proces. Een filosofische spreuk komt nu niet omhoog. Oliver zei ooit; to do list: Be. Sterkte

    Reply
    • Anja Kuhn

      Dank je wel Siska en wat leuk dat jij ook meeleest. Ja, die Oliver zegt soms wijze dingen ;-). Hartelijke groet, Anja

      Reply

Leave a Reply to siska werkman Cancel reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *