door Anja Kuhn

Hoofdstuk 10 – Heb je mama en papa al gesproken?

7 Mar 2026

De volgende dag check ik mijn telefoon en zie ik een grappig appje van mijn tante, de jongere zus van mijn moeder. Zij weet nog van niks. Ik heb haar nog niet op de hoogte gebracht over Luca en stel een reactie op haar bericht nog even uit. Ik ben mij ervan bewust dat een bericht aan haar betekent dat ik ook weer over mijn ouders na moet denken en dat lukt mij nu nog niet.

Toch gebeurt er ondergronds van alles en weer zijn mijn ouders juist in hun afwezigheid aanwezig.

Ik mis mijn moeder. Mijn moeder, waar ik vroeger zo hecht mee was, maar die ik verloren ben nadat ik op mijn 18e overnacht het huis uit ging. Ik ben haar vanaf dat moment verloren aan mijn vader.

*

Nadat mijn vader de eerste jaren van mijn leven ver weg werkte en alleen in de weekenden thuis was, veranderde dat rond mijn 13e. Hij vond een baan bij een andere werkgever in dezelfde stad waar wij woonden. Een baan waar hij een stuk minder last zou krijgen van vervelende collega’s, zo hoopte hij. In deze baan werkte hij in feite zelfstandig; alleen zo nu en dan werden externe bedrijven ingehuurd voor bepaalde opdrachten. Hij werd een soort ‘eigen baas’, maar dan met een werkgever.

Hij verliet ’s ochtends al vroeg het huis en kwam dan tussen de middag voor 2 uurtjes thuis om warm te eten en kort te slapen en vervolgens weer voor 2 uurtjes terug te gaan naar zijn werk. Om 16:00 eindigde dan zijn werkdag. Op die manier was hij ineens aanwezig in ons leven. Voor ons allemaal was deze nieuwe situatie onwennig.

*

Waar mijn moeder en ik door de jaren heen een bepaald ritme hadden gevonden in ons leven, voegde hij nu niet in, maar nam hij ons leven over.

“Maar is het niet normaal?”, hoorde ik nog vaak in mijn leven mensen vragen als ik probeerde uit te leggen wat er bij ons thuis destijds gebeurde, en ik begrijp de vraag. Want ja, je zou kunnen denken dat het normaal is dat er een nieuw evenwicht moet ontstaan en dat dit ook tot wrijvingen kan leiden. Dan schuren verschillende belangen en gewoontes en ontstaat er na een tijd iets nieuws. Zo herken ik het ook vanuit mijn eigen volwassen leven.

Maar dit was anders.

Er was geen enkele ruimte voor andere belangen dan die van mijn vader. Hij noemde dat ‘respect hebben’ voor hem. Dat woord zou ik nog heel vaak horen. Het woord respect zei mij aan het begin nog niet zoveel, omdat het gewoon nog geen deel uitmaakte van mijn actieve woordenschat. Het moest nog gevuld worden met inhoud.

Nu weet ik: ik had respect voor mijn moeder, omdat ik haar waardeerde voor alles wat ze voor me deed, omdat ik haar vertrouwde en zag hoe hard ze werkte en probeerde het juiste te doen. Ze had een soort liefdevolle basishouding en daar twijfelde ik geen seconde aan.

Bij mijn vader kreeg het woord ‘respect’ een andere lading, want ik voelde vooral angst. Angst, omdat ik al heel snel merkte dat ik het nooit ‘goed’ kon doen. ‘Goed’ ontstond altijd ter plekke en werd ieder moment opnieuw gedefinieerd. Respect betekende in de taal van mijn vader ‘gehoorzaam’ en dat is in mijn beleving iets wezenlijk anders dan ‘respect’.

*

Met de thuiskomst van mijn vader werden de regels in ons leven opnieuw bepaald – door hem. Waar ik eerder na schooltijd eerst gezellig met mijn moeder aan tafel zat en we met elkaar bespraken wat die dag was gebeurd, we een spelletje speelden en het gewoon gezellig hadden, moesten we nu geluidloos door ons kleine appartementje glijden. De 60 vierkante meter, die tot nu toe in mijn beleving ruim voldoende waren, voelden vanaf nu heel beklemmend.

Bij binnenkomst mocht de deur geen geluid maken, want mijn vader was bezig met zijn middagdutje en als het toch een keer gebeurde dat hij door het klikken van de deur wakker werd, dan kwam hij woedend de slaapkamer uit. Niet een beetje geïrriteerd, maar blauw van boosheid. “Ik verwacht respect”, bulderde hij dan met harde stem.

*

Ik weet nog dat ik jaren later een keer met Lena en Yako bij mijn ouders logeerde en zij mijn vader op deze manier meemaakten. Ik schat dat zij toen 6 en 8 jaar oud waren.

Mijn ouders waren inmiddels verhuisd naar een groot huis met 4 verdiepingen en sliepen op de onderste verdieping, een soort souterrain. Toen Yako rond negen uur wakker werd, vroeg hij of hij al even zachtjes in de kamer op de begane grond mocht spelen. Ik vond dat goed en Lena ging met hem mee. Ze gedroegen zich keurig en speelden met Playmobil. Ik droomde nog een beetje voor me uit op de zolder waar wij geslapen hadden, twee verdiepingen hoger dan waar de kinderen speelden.

Het duurde niet lang en Lena en Yako stonden helemaal bang naast me: “Mam, opa is heel erg boos geworden. Hij kwam de kamer binnen en was blauw van boosheid en riep woedend dat we geen geluid mochten maken, maar we waren echt heel stil.” Lena’s stem trilde en ze was helemaal in tranen. Ik was in een klap wakker en misselijk, maar voelde me ook strijdbaar. Iets dat ik niet van mezelf in combinatie met mijn vader kende.

Mijn hele lijf beefde en ik liep naar beneden. Mijn vader was er niet meer, alleen mijn moeder. Ik zag haar angst en onzekerheid en de zoekende blik die mij vertelde welk conflict er in haar gaande was: ze wilde mijn vader niet nog bozer maken, maar tegelijkertijd ook proberen om de situatie te redden.

De rest van ons bezoek heb ik sterk ingekort en het verliep koeltjes. In mijn hoofd hoorde ik steeds dezelfde zin: “Wat je mij hebt aangedaan kan ik niet veranderen, maar je blijft af van mijn kinderen.”

*

Ik was er toen nog niet klaar voor om het conflict openlijk met hem aan te gaan; daarvoor zou ik nog weer twee jaar nodig hebben. Het zaadje voor assertiviteit werd wel geplant.

Een aantal jaren later heb ik nog een poging gedaan om tijd met elkaar op neutrale grond door te brengen, tijdens een kampeervakantie. Dat escaleerde des te harder.

Ook toen reageerde mijn vader herhaaldelijk lelijk en onfatsoenlijk tegen mij en mijn kinderen, afkeurend, allesbepalend en zonder enige vorm van empathie. Voor het eerst in mijn leven kwam er een soort leeuwin in mij tot leven, waarvan ik niet eens wist dat ik ze in me droeg.

Ik weet nog dat ik, zonder enige angst, tegen mijn vader midden op het dorpsplein begon te schreeuwen en opkwam voor ons. Het kon mij niets schelen of er iemand meeluisterde of een oordeel over mij zou hebben.

Voor het eerst in mijn leven voelde ik de kracht van boosheid. Het was een soort ‘oerkracht-gevoel’, zoals ik het tijdens de geboorte van Luca later zou ervaren tijdens een perswee. Iets wat je met geen mogelijkheid kunt tegenhouden en wat nodig is voor het proces.

Sindsdien is het contact met mijn ouders op een minimum van 2-3 telefoontjes per jaar en een bezoek van enkele uurtjes een keer per jaar beperkt.

*

In het appartement waarin ik opgroeide, moesten mijn schoenen in de gang op de millimeter precies op hun vaste plek staan. Gezelligheid tussen mijn moeder en mij werd door mijn vader niet gewaardeerd. Dat zei hij niet hardop, maar ik voelde het aan alles.

Pas veel later, toen ik de 30 al gepasseerd was, begreep ik dat het hierbij om jaloezie ging. En nog weer later hoorde ik dat jaloezie, zelfs tegen het eigen kind, hoort bij narcisme.

*

Ondertussen wilde ik als 13-jarige niets liever dan ‘het goed doen’, vanuit een poging de gezelligheid weer terug te halen in huis en om te laten blijken dat ik helemaal niet uit was op gedoe. Daaronder lag nog iets anders: ik wilde mijn moeder beschermen. Zij kreeg de volle lading over zich heen, elke keer dat ik niet ‘voldeed’. Daarnaast was ik al sinds het overlijden van mijn broertje bezig om te proberen zijn dood te compenseren. Alsof ik een soort levensschuld had af te lossen, want ik had niet gemerkt dat hij naast mijn bed was overleden. Ik was het overgebleven kind.

Hiermee kreeg mijn innerlijke perfectionist een belangrijke taak in mijn leven, net als mijn pleaser. Dag en nacht waren zij aan het werk om ervoor te zorgen dat mij niets zou overkomen. Door mij foutloos en braaf te gedragen moest er zoveel mogelijk veiligheid worden gecreëerd.

Mijn pleaser had hierin een dubbele taak: Hij was al 9 jaar bezig om goed te maken dat mijn ouders veel verdriet hadden na de dood van mijn broertje. Nu kwam er nog een volgende taak bij: ‘opstandigheid’ werd door mijn vader niet getolereerd. Het lokte heel verontrustend gedrag bij hem uit. Om te kunnen overleven, moest er alles aan gedaan worden om de sfeer in huis goed te houden. Alles andere werd ‘gevaarlijk’.

Regelmatig was het daarom ook weer nodig om onzichtbaar te worden. Onzichtbaar zijn bracht bescherming. Mijn onzichtbare kant hield mij zoveel mogelijk uit de wind. Deze kant in mij was toch al actief sinds het overlijden van mijn broertje en daardoor al een trouwe bondgenoot in mijn team van ‘ikken’.

Een vierde belangrijke kant in mij die nu steeds meer ontwikkeld werd, was mijn innerlijke controleur. Dat had alles te maken met het onvoorspelbare gedrag van mijn vader. Mijn controleur had de taak om alles in de gaten te houden en dubbelchecken werd mijn tweede natuur.

Deze vier subpersonen of ikken (vanuit het perspectief van Voice Dialogue bekeken) werden mijn bodyguards. Ze namen de regie en beschermden mij.

In mijn volwassen leven werkten juist deze subpersonen op een gegeven moment niet meer in mijn voordeel. Ze waren dusdanig overactief en niet te stoppen, dat ze mij niet langer beschermden, maar gingen belemmeren. Omdat ik mij hier nog niet bewust van was en geen alternatief kon bedenken, raakte ik er op een gegeven moment zelfs uitgeput van. Dat was pittig, maar tegelijkertijd ook ontzettend leerzaam en het begin van iets heel waardevols – bewustwording. Daarmee kon ik stappen zetten naar verandering.

Voor mijn vader voldeed ik bijna nooit. In dat geval was er namelijk aandacht naar mij toe gegaan; dat kon hij niet verdragen. Al helemaal niet als het de aandacht van mijn moeder was.

*

Mijn vader tolereerde niemand naast zich, in welke vorm dan ook. Dat overkwam niet alleen mij, maar met mij nog vele andere familieleden en vrienden van mijn ouders.

Had iemand kritiek, en kritiek begon al bij een kleine vraag of opmerking, dan mocht je vertrekken. Mijn vader heeft in zijn leven met veel mensen het contact verbroken, waaronder ook zijn moeder, zijn zus, een hele rij vrienden en ook ik bestond een paar jaar niet meer voor hem, nadat ik uit huis was gegaan.

Mijn vader wilde gevierd worden als ‘de beste’. Merkte hij dat je dat niet deed, dan was je voor hem niets meer waard – letterlijk en figuurlijk.

*

Toch kon mijn vader ook juist heel charmant, oplettend, gul en aardig zijn. Veel mensen waren van hem onder de indruk. Hij was een harde werker, correct, niet dom en hij kon goed praten. Hij oogde op het eerste gezicht heel zelfverzekerd, maakte makkelijk een babbel en bracht mensen aan het lachen. Hij had zijn leven voor elkaar en niemand anders nodig om op te leunen, en dat straalde hij ook uit. In verenigingen nam hij al snel een leidende rol en dan zorgde hij dat dingen goed geregeld waren. Dat werd gewaardeerd.

Ook voor mij kon hij af en toe ineens stevig opkomen. Als hij het bijvoorbeeld oneens was met een leraar, dan sprong hij voor mij in de bres. Dat overrompelde mij dan helemaal, want thuis ontving ik mijn hele leven nooit lof voor mijn prestaties. Als ik weer eens met een negen thuis kwam, dan keek hij niet eens op, maakte alleen een brommend geluid en vroeg waarom het geen tien was. Later zei een psycholoog een keer tegen mij dat hij op school niet zozeer voor mij opkwam, maar veel meer voor dat wat ik naar buiten toe moest uitstralen, want dat zei iets over hem.

Toen ik dat begon te zien, stopte er een stuk verwarring in mij over zijn gedrag en mijn ingewikkelde zoektocht daarin. Er vielen ook hier puzzelstukjes in elkaar en daarvoor had ik een neutrale blik van buitenaf nodig. In mijn eentje had ik deze puzzel nooit kunnen leggen, want ik was een deel ervan en als kind ben ik erin opgegroeid. Ik had geen referentiekader.

*

Ik weet wel dat ik er dol op was om bij mijn tante op bezoek te mogen zijn of mee te gaan op vakanties. Mijn tante en oom hadden 4 kinderen in huis en als ik daar was, dan keek ik mijn ogen uit, want het leven was er zo anders dan bij ons thuis.

Er was altijd lawaai, gestoei, geruzie, gelach en mijn neefjes en nichtjes namen geen blad voor de mond, ook niet naar hun ouders toe. Als ze iets vonden, werd dat op een haast Italiaanse manier verkondigd. Terwijl er toch ook echt verschil was in de ouder- en de kindrol, kon dit toch naast elkaar bestaan zonder dat het daardoor ‘gevaarlijk’ werd. Ze kregen misschien een snauw, maar dat was dan maar zo en het leven ging gewoon door.

Terwijl ik de oudste was van dit clubje kinderen, was ik zeker niet haantje-de-voorste. Mijn tante vertelde mij later dat zij zich geregeld zorgen om mij maakte, omdat ik zo stil en braaf was.

Mijn vader dacht daar anders over. Hij vond mij maar een ‘moeilijk’ kind.

*

Later op de dag app ik mijn tante terug. Ik heb even een moment voor mezelf en kies een rustig plekje in een ziekenhuisgang.

“Ons leven staat op dit moment op z’n kop. Luca heeft een hersentumor en zij is de afgelopen week al 2 keer geopereerd. Vooral de 2e operatie was zwaar en ingrijpend. We weten ook pas over 2 weken of de tumor goed- of kwaadaardig is.

Ze konden het grootste gedeelte van de tumor voorlopig weghalen. Ik app je later meer. Ik ben nu eerlijk gezegd kapot van 6 dagen dag en nacht in het ziekenhuis zijn. Ik ben alleen thuis om te slapen.

Ze had vandaag een zware dag, maar ze praat, kan haar tenen en vingers bewegen, maar nog niet op haar eigen benen staan.”

Ik adem even diep in en uit voordat ik op versturen druk. Nu kan ik niet meer terug.

Het duurt 2 minuten en ik krijg al een antwoord:

“Oh mijn god! Wat een verschrikkelijk nieuws, Anja. Ik hoop van harte dat dit goed afloopt.”

Ik merk dat ik blij ben dat mijn tante op de hoogte is. Met haar kon ik altijd al dingen bespreken die ik met mijn ouders niet kon bespreken en ik hoef haar niet alles uit te leggen, omdat zij precies weet wat er tussen mij en mijn ouders aan de hand is.

“Weten mama en papa hier al van?” Alleen al het feit dat ze deze vraag stelt, bevestigt dat.

“Nee, ik kon het nog niet opbrengen. Ik heb er even helemaal geen energie voor.” En ik voeg er met een diep gevoel van verdriet en teleurstelling aan toe: “…en zoals je weet hebben ze nooit interesse gehad in Luca of hun kleinkinderen.”

Dat doet mij nog steeds pijn. Ik ben eraan gewend geraakt dat ze niet geïnteresseerd zijn in mijn leven en uitsluitend over zichzelf vertellen, maar de chronische desinteresse in mijn kinderen is een ander verhaal.

Mijn vader kan mij gerust tijdens onze zeldzame telefoongesprekken die wij met elkaar voeren een uur lang over een of andere autohandelaar vertellen. Maar met geen enkel woord gaat hij in op iets wat ik hem aanbied over mijn eigen leven of dat van zijn kleinkinderen. Dat blijft pijn doen, ook al begrijp ik inmiddels dat dit hoort bij narcisme en dat het er gewoon niet in zit. Het is kenmerkend voor deze persoonlijkheidsstoornis. Kon hij het anders doen, dan had hij dat wel gedaan.

“Wil je dat ik het ze vertel?”, vraagt mijn tante mij.

“Geen idee. Ik weet het eerlijk gezegd even nog niet”, antwoord ik.

“Denk er rustig over na en als je ervoor kiest, dan laat het me weten.”

Daar laten we het voor nu bij en dat geeft mij ruimte om mijn eigen tempo te bepalen.

3 Comments

  1. Ellen

    Indrukwekkend én verdrietig verhaal lieve Anja, maar heel herkenbaar voor mij. Geen narcistische vader, maar wel een heel autoritaire vader. Brrrrr.
    Allergisch voor macho-mannen en het vormt je voorgoed.

    Reply
    • Anja Kuhn

      Dank je wel voor je lieve reactie Ellen. Ja, het vormt je voorgoed. Dat klopt zeker. En mooi dat je het woord ‘allergie’ gebruikt, want vaak reageren we allergisch op iemand, zonder eerst nog goed door te hebben waar dat vandaan komt. Wat ik mij wel steeds meer realiseer is dat iedereen ‘voorgoed gevormd is’ door zijn of haar verleden, zo ook onze ouders. Dat maakt mij weer iets milder, zonder dat ik daardoor dingen ‘goed’ wil praten.

      Reply
      • Ellen

        De laatste zin onderschrijf ik Anja. Hij had waarschijnlijk ook zo’n autoritaire vader…

        Reply

Leave a Reply to Anja Kuhn Cancel reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *