In het voorjaar van 1998 zette ik door mijn bezoek aan de huisarts, het opstarten van de medicatie en de gesprekken met de psycholoog de eerste stappen richting herstel. Dat bracht de nodige ademruimte en een beweging op gang die mij stap voor stap weer vertrouwen gaf in mijn toekomst.
Mijn vriendinnen waren in deze tijd mijn grote steunpilaren. Des te meer vond ik het jammer dat een van hen ging verhuizen naar Amsterdam en wij elkaar daardoor minder vaak konden zien. Desondanks zochten we elkaar regelmatig op en zo ook in de zomer van 1998, toen zij een weekend bij mij kwam logeren.
Lena en Yako, inmiddels acht en tien jaar oud, waren een helft van de zomervakantie bij hun vader en ik had daardoor het rijk voor mezelf.
Dat weekend werd namelijk een bijzonder weekend en luidde een volgende levensfase in.
*
Op vrijdagavond kwam mijn vriendin aan en zoals vaker hebben we samen gekookt en uitgebreid bijgekletst. Ik vertelde dat ik inmiddels bijna geen last meer had van de paniekaanvallen en dat de medicatie haar werk deed. Alleen heel soms voelde ik nog een angstige bui door mij heen gaan, maar ik kon het nu beter aan. Ik voelde sinds een tijd dat ik helemaal ‘okay’ was met mijn leven en kon weer genieten van alles wat er was. Na 3 jaar van heroriënteren en mijn leven opnieuw inrichten, van ups en downs, had ik nu een gevoel van thuiskomen.
Mijn studie moest ik weliswaar nog met een halfjaar verlengen, omdat ik door de scheiding een kleine achterstand had opgelopen, maar ook daar had ik inmiddels vrede mee. In feite was ik desondanks nog steeds goed op schema en andere medestudenten, zonder kinderen en zonder scheiding, zonder ernaast te moeten werken, liepen zelfs nog meer achterstand op dan ik. Eigenlijk voelde ik me voor het eerst ook ‘trots’ op dat wat ik de afgelopen jaren allemaal voor elkaar had gebokst in mijn eentje.
*
Mijn kinderen hebben met mij samen door deze moeilijke fase moeten gaan. Dat kon ik niet voorkomen. Ik kon alleen maar mijn stinkende best ervoor doen om het leven voor hen zo mooi mogelijk te maken. Binnen de kaders die op dat moment voor mij beschikbaar waren.
Ik ben mij er nu van bewust dat ik mijn kinderen niet heb kunnen beschermen tegen de gevolgen van onze scheiding. Daarin zullen zij deels nog eigen stappen moeten nemen in hun eigen proces en hun weg naar groeiende volwassenheid.
Ze hebben mij regelmatig, naast sterk, krachtig en besluitvaardig, ook verdrietig, bang en radeloos gezien. Ze hebben moeten leven met de beperkingen die mijn financiële situatie met zich meebracht. Net als met mijn emotionele zoektocht. Deze werd aangewakkerd door het rouwproces dat ontstond uit het loslaten van het veranderende toekomstbeeld.
Er waren ongetwijfeld ook fases waarin ik te veel met mezelf bezig was vanuit mijn poging om te overleven of omdat het mij nog aan bewustzijn ontbrak. Ik ben met mijn kinderen erbij volwassen geworden.
De situatie was heel anders toen Luca in mijn leven kwam en ik alweer meer levenservaring had en doorgegroeid was in mijn bewustwordingsproces.
Ik weet wel zeker dat ik vooral ontzettend veel van mijn kinderen heb gehouden en nog steeds doe. Ik was altijd trots op mijn twee kinderen en ook dat is nooit veranderd. Ik geloofde en geloof erin dat zij hier uiteindelijk ook sterker uit zijn gekomen.
Zo weet ik dat zij geleerd hebben om zich dankbaar te kunnen voelen over de kleine geluksmomenten in het leven, omdat voor ons niets vanzelfsprekend was. Daar kunnen zij altijd weer naar terugkeren, mochten ze zelf een keer van koers raken.
Maar er zal ook schade zijn en deze maakt deel uit van hun geheel eigen levenspuzzel en persoonlijk proces. Dat kan ik niet ongedaan maken. Ik kan alleen maar laten weten antwoord te willen geven op eventuele vragen en bereid te zijn om bij te dragen aan helderheid.
*
Als ouders gunnen we onze kinderen vaak een ‘perfect’ leven. Een leven zonder slag of stoot en al helemaal zonder pijn en verdriet. Maar is dat wel mogelijk? En is het überhaupt wel wenselijk?
Met het ouder worden stel ik mij steeds vaker de vraag of wij onze kinderen daarmee eigenlijk iets goeds zouden doen?
Is het niet veel mooier om van je ouders ook te mogen leren dat tegenslag bij het leven hoort? Dat het geen teken van falen is, maar een heel normaal proces? Dat je in je ouders een voorbeeld vindt van hoe je met tegenslag om kunt gaan en dat iedere crisis vooral ook een vertrekpunt kan zijn naar iets nieuws, iets waardevols?
Hoe zou het zijn om ‘foutloze ouders’ als voorbeeld te hebben? Vanuit mijn werk weet ik dat dat soms weer tot een geheel eigen en ingewikkelde dynamiek kan leiden, omdat de schoenen die vervolgens door de kinderen gevuld moeten worden veel te groot zijn. Het gevolg is een voortdurend gevoel om ‘onvoldoende’ te zijn en bepaalde verwachtingen, al zijn deze zelf gecreëerd, niet waar te kunnen maken.
Ik hoop dat mijn kinderen van mijn eigen zoektocht hebben mogen leren dat er altijd een weg is. Dat moeilijkheden bij het leven horen en je eraan kunt groeien. Dat ze kunnen zien en ervaren dat deze moeilijkheden ook mooie oefeningen zijn in flexibiliteit, empathie, creativiteit, moed en (zelf)inzicht.
Niets is namelijk voor altijd. Niet de slechte momenten en ook niet de mooie. Dat is gewoon de natuurlijke beweging van het leven. Alles andere, de blijvend rooskleurige plaatjes van succes, eindeloos geluk en voortdurende voorspoed, is een illusie. Een ‘Instagram-idee’.
*
De volgende dag zaten mijn vriendin en ik lekker laat te lunchen, toen ik ineens werd gebeld. Ik nam op en aan de andere kant van de lijn hoorde ik de opgewekte stem van mijn nichtje, de oudste dochter van mijn tante. Wat trok ik graag met dat gezin op. Af en toe mocht ik zelfs mee op vakantie. Mijn nichtje leefde in mijn geboortestad in Duitsland.
Ik had haar al meer dan 8 jaar niet meer gezien, voor het laatst toen zij nog een puber was. Ik trok eigenlijk ook meer met haar oudere broer op, die ook piano speelde en 4 jaar jonger was dan ik. Mijn nichtje was 7 jaar jonger en dat matchte minder goed met mij. Toen ik moeder werd, was zij nog maar 14 jaar oud en toen ik naar Nederland verhuisde, was zij 16.
Daarnaast was ik als kind stil en wat verlegen en zij was het volledige tegenovergestelde. Ik weet nog dat ik haar interessant vond, maar ergens ook onder de indruk was van haar snelle mondwerk.
Inmiddels waren we natuurlijk een stuk ouder. Ik luisterde ineens naar haar volwassen en toch ook vertrouwde stem:
“Hey Anja, hier is je nichtje. Ik was net met twee vrienden in Groningen een dagje shoppen toen ik ineens bedacht dat ik familie in Groningen heb wonen. We zijn eigenlijk al bijna weer op de snelweg terug naar huis, maar mama (mijn tante dus) heeft mij nog snel je nummer gegeven. Lijkt het je leuk als we nog even op een koffie langskomen?” Ze praatte snel en vrolijk en ik was een beetje overrompeld, maar merkte ook dat het mij wel heel leuk leek om een keer ‘familie’ bij mij thuis in Groningen op bezoek te krijgen.
Ik stemde snel af met mijn vriendin en zij had geen bezwaar. Een halfuur later ging mijn deurbel. Voor mij stond met een brede grijns op haar gezicht mijn inmiddels volwassen nichtje. Ze was inmiddels zeker wel een hoofd groter dan ik. Volgens mij zei ik zelfs met een knipoog: “Wat ben jij groot geworden”.
Achter haar stonden haar twee vrienden en terwijl ik ze een voor een binnenliet, bleef mijn blik vrij direct hangen aan die ene vriend en zijn blik bleef hangen aan mij.
Hij was een grote vent met blond geverfd haar, een stoere leren jas en hij had iets om zich heen dat ik niet in woorden kon vatten. Misschien is de makkelijkste omschrijving gewoon: er was sprake van wederzijdse ‘liefde op het eerste gezicht’.
*
Het werd een hele gezellige middag met z’n vijven. We hadden genoeg gespreksstof en het klikte ook tussen hen en mijn vriendin. Er werd veel gelachen, we maakten nog een wandeling en de jongens haalden spontaan wat extra eten bij de benzinepomp. De supermarkten waren al dicht. Toen had je nog geen standaard koopavonden en ruime openingstijden.
Ook na het eten waren we nog niet op elkaar uitgekeken en toen besloten we heel spontaan om er een gezamenlijk logeerpartijtje van te maken. De kinderen waren er immers niet en daardoor had ik slaapplekken genoeg. Hun onderbroeken moesten ze dan maar twee dagen dragen en een tandenborstel was vast nog ergens te krijgen.
We besloten om later nog met z’n allen naar jazzcafé De Spiegel te gaan en daar naar een live bandje te luisteren. Onderweg was nog een avondwinkel te vinden voor de meest belangrijke benodigdheden.
Al die spontaniteit vond ik geweldig en verfrissend, na deze lange periode van ‘alle touwtjes in handen moeten houden’ om mijn leven weer op de rit te krijgen.
*
In het jazzcafé was het, zoals altijd, erg druk, lawaaierig en door al die mensen ook benauwd op deze zomerse avond. Omdat ik nog aan de medicatie voor de paniekaanvallen zat, dronk ik geen alcohol. Dat leek mij geen goede combinatie, maar de rest nam wel een borrel.
Op een gegeven moment merkte ik dat ik van de slechte lucht daarbinnen wat draaierig werd en zei tegen mijn vriendin dat ik even naar buiten moest. Daarna wist ik niets meer.
Blijkbaar was ik op weg naar buiten flauwgevallen en kwam ik pas op het terras, zittend op een stoel, weer bij. Ik had geen idee hoe ik daar gekomen was en voelde me nog wat van slag. Naast mij zat Oliver. Met een lieve en bezorgde blik vroeg hij of het weer ging. Later zou hij nog lange tijd vertellen dat ik zo verliefd op hem was dat ik voor hem door mijn knieën was gezakt en hij mij moest redden.
*
We bleven nog heel even, totdat ik weer wat stabieler was, maar reden daarna met z’n allen terug naar mijn huis. Daar gingen we al gauw naar bed. De twee vrienden sliepen in het stapelbed bij Lena op de kamer, mijn vriendin in Yako’s bed, mijn nichtje op een matras in een andere kamer en ik op mijn slaapbank in de woonkamer. Ik was gevloerd, maar ook gelukkig en op een bijzondere manier opgetogen. Wat een onverwachte ontmoeting en wat een leuke mensen.
Ik voelde wat vlinders in mijn buik, maar tegelijkertijd voelde ik ook alertheid.
Ik genoot van de lichtheid en het ‘niet weten’, maar het maakte mij ook bang. Ik was immers nog maar net weer in rustig vaarwater terechtgekomen. Ik voelde me eindelijk weer stabiel en had het goed in mijn eentje, samen met de kinderen. Ik had nog een halfjaar totdat ik ging afstuderen en ik wilde geen enkel risico nemen om dat te verknoeien. Dat kon ik ook niet betalen en het zou mij in alle opzichten terugwerpen. Ik besloot daarom om het eerst maar eens bij deze leuke en gezellige avond te laten en hier verder niets mee te doen. Dat leek mij verstandiger.
En zo hadden we nog een leuke ochtend met elkaar voordat mijn nichtje samen met haar twee vrienden vertrok richting haar thuisstad in Duitsland.
Zo ver de theorie. In de praktijk bleek het anders te gaan.
*
De komende week moest ik dagelijks aan het afgelopen weekend denken. Mijn nichtje en ik bleken ineens wel een hele leuke klik met elkaar te hebben en ze herinnerde mij ontzettend aan mijn jonge tante, waar ik zo gek mee was. Ik had nooit verwacht dat zij ineens op deze manier weer in mijn leven zou komen. Wat een leuke wending was dat.
Maar uiteraard moest ik ook vaak aan die ene leuke vriend, aan Oliver, denken. Maar tot nu toe was ik nog steeds vastbesloten om het hierbij te laten. Ik moest nu geen risico nemen; dat zou ik ook om het welzijn van mijn kinderen niet willen.
Maar een paar dagen later had ik ineens een handgeschreven kaartje in mijn brievenbus, van Oliver en zijn vriend. Het was een grappig kaartje, waarop ze mij nog een keer bedankten voor het gezellige weekend en hoopten dat we elkaar nog eens tegen zouden komen. Ik moest ervan lachen en zette het kaartje op mijn tafel. Leuk, maar meer wilde ik nu niet.
Ondertussen bleven de vlinders, maar vlinderen.
*
Twee dagen later belde mijn nichtje op: “Hey Anja, hier is je lievelingsnichtje. Heb je geen zin om komend weekend naar mij toe te komen? Dan is hier een stadsfeest en het lijkt me leuk om mij te revancheren voor de gezelligheid van afgelopen weekend.” Ik moest even nadenken, maar de kinderen waren nog steeds met hun vader op vakantie en ik had verder geen plannen.
Ik had tijd en ook wel zin om haar weer te zien en het bracht leuke afleiding. Daarnaast kon ik dan ook nog even bij mijn tante langs, die twee verdiepingen lager woonde en die ik al een tijd niet meer had gezien. Ik zei dus ‘ja’ en vertrok al 2 dagen later om haar 200 km verderop op te zoeken.
Een keer weer bij elkaar kletsten we heel wat af en bespraken we de plannen voor de avond. Toen we bijna op het punt stonden om te vertrekken, belde ze en even later kwam ze naar mij toe om te vertellen dat ze helaas plotseling moest invallen bij haar horecabaantje.
Ik voelde wat teleurstelling, toen ze vervolgde: “Maar ik heb ook net Oliver gesproken. Hij gaat ook met wat vrienden en hij komt je hier zo oppikken, als je dat goed vindt. Dan kunnen jullie met elkaar naar het stadsfeest gaan en ik sluit later op de avond aan.”
Die zag ik niet aankomen. Pas achteraf had ik door dat dit een doorgestoken kaart was en al van tevoren met elkaar bedacht.
*
En zo ging ik mee, met Oliver en zijn vrienden, naar het stadsfeest en het werd heel gezellig en met ieder volgend uur werd duidelijk dat mijn hoofd wel van alles kon bedenken, maar dat mijn hart iets heel anders zei.
Onze blikken zochten elkaar steeds vaker op, de afstand werd steeds kleiner, totdat er een moment kwam dat ik voelde hoe zijn hand de mijne zocht – vanaf dat moment was elk verzet onmogelijk.
We speelden met elkaar het spel van de verliefdheid, maar voelden allebei dat dit meer was dan een beetje flirten. Het was spannend, het was onverstandig, het was risicovol, het was een spel met nog heel veel vraagtekens. Want hoe moest dit?
Ik woonde 200 km ver weg, in een ander land. Ik had kinderen die ik in co-ouderschap opvoedde, ik zat nog in mijn afstudeerfase van mijn studie, ik had geen geld om vaak op en neer te reizen, ik…
De ‘maren’ vlogen mij om de oren, maar de vlinders trokken zich daar niets van aan en zetten hun dans vastberaden voort. Het leven daagde mij uit om een volgende sprong te wagen.
Weil du die Liebe meines Lebens bist …
💛
Tranen in mijn ogen! 🥲
Wat ongelofelijk mooi!
Ook het commentaar van Olivier hierop..🩷.
Het geluk aan jouw kant…🧡
(En ja, een mens kan wel zoveel bedenken. Ich weiss….😉)…🙏
Dat moeten we ook vooral blijven doen – het ‘bedenken’. Alleen ‘forceren’ werkt vaak niet in ons voordeel. Dan loop je gevaar om jezelf vast te zetten.