“Hoor ik daar een accentje?” Deze vraag heb ik de afgelopen weken weer regelmatig gehoord tijdens de gesprekken met de artsen en verpleegkundigen sinds de opname van Luca op de spoedafdeling. Ik knik bevestigend. “Mag ik vragen waar je vandaan komt?” Ook deze vraag hoor ik vaak, want ja, ik heb ‘een accentje’, maar spreek inmiddels vloeiend Nederlands. Mijn accent is met de jaren langzaamaan een beetje vervaagd. Niet iedereen hoort meer onmiddellijk waar ik vandaan kom. Soms willen mensen eerst raden en dan hoor ik van alles langskomen: Twente, Luxemburg, Scandinavië, maar uiteraard ook vaak Duitsland, en dat klopt.
De Nederlandse taal heb ik inmiddels geleerd, maar het accentje blijft, ook na meer dan 30 jaar wonen, leven en werken in Nederland. Ik was 24 jaar oud toen ik in 1991 naar Nederland verhuisde; dan raak je een accent nog maar moeilijk kwijt.
Bijzonder blijft dat de vraag ‘hoor ik daar een accentje?’ iedere keer weer iets met me doet. Een interessante observatie op zichzelf, want wat is dat toch? In eerste instantie is het gewoon een vraag vanuit interesse. Een vraag die ik ongetwijfeld ook zou stellen aan anderen. Een vraag die valt in de categorie ‘verkennende vragen’, zoals: ben je getrouwd, heb je kinderen, huisdieren, broers of zussen, of hoe oud ben je?
Deze vraag kan ik over het algemeen neutraal beantwoorden, maar soms roept de vraag ook weerstand in mij op. Dat komt dan omdat ik mij realiseer dat ik nooit helemaal ‘aankom’. Dat ik altijd ‘net anders’ ben en er niet helemaal bij hoor. Zelfs als ik al langer in Nederland leef dan de vraagsteller zelf. Dat is dus iedereen die in of na 1991 geboren is.
Ik denk dat dit raakt aan een gevoel van mensen die om een andere reden niet voldoen aan het standaardbeeld. De (ongewenst) kinderloze vrouw bijvoorbeeld, de volwassene die nog nooit een relatie had. Iedereen die niet voldoet aan een bepaalde norm en daardoor opvalt. Dat ‘opvallen’ wordt vaak als ongemakkelijk of onprettig ervaren.
Aan de andere kant gaat het over het algemeen om ‘interesse’ en daar is uiteraard niets mis mee. We stellen deze verkennende vragen om ons een beeld te kunnen vormen van de persoon die we ontmoeten. De nuance is vaak subtiel en het lijntje naar ‘oordeel’ is al snel dun. Voor beide kanten (bevraagde en vraagsteller) is het dan de kunst om belemmerende aannames (de eigen en die van de ander) niet zomaar klakkeloos als ‘waar’ aan te nemen.
*
Op een dag begin 1990 zaten mijn partner en ik de privé-advertenties te lezen in een krantje. Een soort huis-aan-huisblad van het stadje waar we destijds inmiddels een paar maanden woonden, samen met Lena, Lupo en Zaff. Het was het geboortestadje van mijn partner. Het was het derde huis waar we sinds onze terugkeer uit Portugal naartoe waren verhuisd.
*
Ons kleine appartementje in de schuur van de boerderij hadden we een paar maanden na de geboorte van Lena verruild voor een oude boerderij een paar dorpen verderop. Het was een mooie oude boerderij, een Zweiständerhaus van zo’n 200 jaar oud met heel veel achterstallig onderhoud en zonder enige luxe. Het had wel een grote tuin.
Het huis had nog geen badkamer, maar alleen een toilet, helemaal achterin een hele grote voormalige stal. Het had ook geen verwarming. Alleen in de kamer en in een piepklein keukentje stonden twee houten kachels. De overige kamers konden we niet verwarmen en het werd er dan ook behoorlijk koud in de winter.
We besloten om het zelf en stap voor stap op te knappen. Door de slechte staat konden we het in ieder geval voor een lage en voor ons betaalbare prijs ons eigen maken.
We vonden het een leuke uitdaging om dat project aan te gaan en begonnen er voortvarend aan, maar in de praktijk liepen we tegen van alles en nog wat aan en met iedere klus die we oppakten kwamen er wel tien andere klussen bij.
Een grote verbouwing met een baby hielp ook niet om ‘vaart te maken’. Daar hadden we wel rekening mee gehouden, maar ondertussen moest er ook geld verdiend worden. Mijn partner vond een baan, maar twee auto’s konden we niet betalen.
Daardoor zat ik het grootste deel van de tijd alleen thuis, ver weg van alles, met een baby en twee honden. Daar werd ik niet heel gelukkig van en vaak voelde ik me nogal alleen. Lena was de eerste maanden van haar leven een huilbaby en soms kwamen dan de muren op me af. De dorpelingen zaten ook niet echt op ons te wachten en aansluiting vinden verliep moeizaam. Ze vonden ons maar wat vreemde vogels met onze beschilderde bus.
*
Uiteindelijk bleek ik ook nog astma te krijgen van al het eeuwenoude stof in die oude boerderij. Dat stof zat overal en zou ook tijdens de nog aankomende verbouwingen voor problemen blijven zorgen. Op aanraden van mijn longarts moesten we daarom besluiten om nogmaals te verhuizen. Dat was niet het idee dat we van tevoren voor ogen hebben gehad, maar in de boerderij blijven wonen was ook geen optie.
Toevallig kwam op dat moment het 2-onder-1-kap-huis vrij dat mijn partner van zijn opa cadeau had gekregen en tot die tijd in de verhuur was geweest. We grepen de kans en gingen daarnaartoe verhuizen. Dat scheelde in ieder geval extra ‘gedoe’, want we hoefden niet op huizenjacht.
Ik raakte in verwachting van Yako en we hadden prima in dat huis kunnen blijven wonen, maar we konden er niet echt onze draai vinden. Op de een of andere manier was dit niet ons leven. Het was net wat te burgerlijk en we merkten dat we ons er niet echt ‘thuis’ voelden. We misten een beetje avontuur.
*
“Moet je kijken wat hier staat” zei mijn partner en ik keek op. “Huis te koop in Nederland, Friesland voor maar 25 000 Gulden”. Ik keek hem aan. “Is dat veel?” vroeg ik.
“Volgens mij is dat bijna net zoveel als bij ons. Er staat een telefoonnummer bij. Zal ik gaan bellen? Gaan we gewoon eens kijken. Is toch leuk?”
Ik had geen idee, maar leuk leek het mij ook. Dit leventje paste niet helemaal bij ons en wie weet wat we gingen ontdekken. We stonden nog steeds een beetje in een ‘ontdekkingsstand’ en terug naar mijn geboortestad wilde ik om mijn ouders niet meer. Te verdrietig werd ik telkens weer van ons contact. Nog steeds was ik mijn vertrouwen helemaal kwijt na alles wat er was gebeurt vlak na de geboorte van Lena.
“Maar dan moet jij bellen” zei ik. “Dat durf ik niet”. Ik moest er niet aan denken dat er iemand aan de ander kant van de lijn in het Nederlands zou opnemen en vervolgens Engels zou praten. Engels durfde ik nog steeds niet te spreken sinds mijn vervelende ervaringen met mijn docente in mijn laatste schooljaren. Dat had er behoorlijk ingehakt.
Het was mij destijds nog gelukt om via de directie te mogen wisselen naar een andere docent. Deze docent deed zijn best om mij de angst, die ik inmiddels ontwikkeld had, te nemen en was heel begripvol en geduldig met mij. Maar ik sloeg telkens weer helemaal dicht als ik voor andere mensen gevraagd werd om Engels te praten. Toen ik vervolgens mijn schooltijd had afgerond was ik ertoe overgegaan om de taal te vermijden.
Vermijdingsgedrag – het voedt de angst!
Destijds kon mijn stresssysteem het niet aan om er ‘nog een probleem’ bij te hebben. Ik was al in een overlevingsstand nadat ik het huis uit was gegaan en mijn leven, zonder de steun van mijn ouders, opnieuw moest opbouwen. Ik had daardoor al te maken met een hele reeks stressgevende factoren. Mijn docente voegde daar met haar gedrag nog een volgend probleem aan toe.
Onder andere omstandigheden had ik mij daardoor mogelijk minder snel uit het veld laten slaan, maar die buffer had ik in die tijd niet meer.
Vervolgens werd de angst met iedere keer dat ik koos voor vermijding groter. Ik begon steeds meer te geloven dat ik inderdaad geen Engels kon leren en misschien ook wel geen enkele andere taal.
Bijzonder genoeg gaf onze verhuizing naar Nederland mij een kans op een nieuwe ervaring.
*
Al korte tijd later zaten we in de auto op weg naar Friesland. Daar bekeken we een schattig klein huisje in een klein dorpje vlak achter de dijk. De sfeer sprak ons aan en de huiseigenaresse was heel aardig. Ze leidde ons rond en was geïnteresseerd in ons verhaal. We raakten aan de praat en na een tijd stelde zij voor om bij haar te blijven logeren. Ze woonde iets verderop in een groot huis en ze had een mooie logeerkamer voor ons. We hadden niet veel bij ons. Dat hoefde ook niet. De hoognodige spullen kochten we nog snel in een winkeltje en het spannendst was dat Lena dan een eerste keer in een gewoon bed zou slapen en niet in een kinderbedje. Tot onze grote vreugde deed ze dat super en voelden we ons heel trots op haar.
*
De volgende ochtend namen we afscheid en spraken we af dat we er nog wat nachtjes over zouden slapen, maar zeker van ons zouden laten horen. We besloten om niet de snelste route terug te kiezen, maar langs de kust terug te gaan en pas later af te zakken richting Groningen en dan verder naar de Duitse grens.
Zo reden we via Lauwersoog, kwamen door Vierhuizen en Ulrum en gingen dan richting Hornhuizen en Kloosterburen omhoog. We reden langs alle plaatsjes die zo dicht mogelijk langs de kust lagen. Totdat we door Pieterburen reden.
Daar ineens zagen we het staan. Een klein wit huisje, met blauw geschilderde houten kozijnen, net als in Portugal. Ik gaf een verliefd klein gilletje. “Kijk eens, wat mooi!”
Voor het huis stond een houten bord met daarop met een kwast de woorden ‘te koop’ geschreven. We keken elkaar aan. “Dat is toch bijzonder?!” Er hing ineens wat spanning in de lucht. “Zullen we gewoon eens gaan aankloppen en vragen of het echt te koop is?” vroeg mijn partner. Misschien stond dat bord daar ook voor iets heel anders. “Ja, zullen we dat gewoon doen?” gaf ik terug. We knikten naar elkaar, stopten iets verderop, tilden Lena uit de auto en klopten aan. Er werd open gedaan, we stelden ons voor en stelden onze vraag. De eigenaren keken ons vriendelijk aan en we werden uitgenodigd om naar binnen te komen. Het huis was inderdaad te koop!
*
Toen ging alles heel snel. We dronken samen een kopje thee, kregen een rondleiding en waren verliefd. Dit huis was precies waar we ons thuis voelden. Het was klein maar fijn, had een sfeer die bij ons paste en het idee om weer een nieuw avontuur met elkaar aan te gaan sprak ons heel erg aan. Daarnaast stond dit huis dicht bij de kust en dat was volgens de longarts goed voor mijn astma.
De prijs klopte ook, want net als dat huisje in Friesland konden we ook dit huis kopen voor 25.000 gulden. Hier hoefden we niet lang over na te denken. We hakten de knoop direct door en zeiden dat we het huisje heel graag wilden kopen, alleen dan niet direct. Ik wilde graag nog eerst rustig de zwangerschap doorlopen en ook liever in Duitsland gaan bevallen. Ik kon de taal immers nog niet verstaan of spreken. Het leek me niet fijn om tijdens de bevalling niet goed te kunnen communiceren. Dat was geen enkel probleem, want de huiseigenaren hadden geen haast. Zij zouden ook pas volgend jaar na de zomer verhuizen en hoefden op die manier geen tussenoplossing te vinden.
We gaven elkaar een hand en daarmee was het huis voor ons gereserveerd.
Op de terugreis voelden we weer die stroom door ons heen gaan, die we kenden van onze reis door Portugal. Daar was weer het gevoel van ‘het niet hoeven weten, maar gewoon gaan’.
*
Of is het een gevoel dat misschien ook hoort bij die leeftijd? Ik was toen 22 jaar oud en het leven lag nog helemaal als een open boek aan mijn voeten.
Ik denk aan Luca nu met haar 20 jaar.
Een tijd terug was zij nog een halfjaar op reis in Canada en daar kwam ze er helemaal vol van terug. Het was een indrukwekkende reis en heeft haar vele mooie en bijzondere ervaringen opgeleverd. Gelukkig kan haar dat niemand meer afpakken.
Ook Luca vertelde daarna dat ‘reizen’ zo anders voelt dan ‘op vakantie gaan’ en ik begreep direct wat zij bedoelde. En nu?
Nu heeft zij te dealen met een nieuwe werkelijkheid. Nu moet zij de draad weer oppakken en revalideren. Gelukkig nu met ‘het best mogelijke nieuws’. Hopelijk geeft haar dat weer een extra portie energie.
Maar zelfs als dit allemaal inderdaad heel goed afloopt, zelfs dan zal deze fase ongetwijfeld iets met haar doen en sporen achterlaten. Het gevoel om nog een heel leven als vanzelfsprekend voor de boeg te hebben, heeft hiermee een knauw gekregen.
Dat hoeft uiteindelijk niet erg te zijn. Misschien geeft het haar juist richting of helpt het haar om het moment meer te leren waarderen en bewuster keuzes te maken. Misschien maakt het haar dankbaarder voor alles wat aanwezig is in haar leven. Desondanks kan ik mij niet voorstellen, dat in haar geen toekomtsangsten worden geraakt. Dat zou haast een beetje bovenmenselijk zijn.
Gelukkig is daar in deze tijd veel meer aandacht en begeleiding voor dan vroeger en kan zij, mocht dat nodig zijn, altijd tijdelijk hulp inschakelen. Ik zou haar tenminste van harte gunnen dat zij zich minder alleen voelt, dan dat ik me zo lang heb moeten voelen, denk ik.
‘En zij heeft ouders die er voor haar zijn’, voeg ik er in gedachten nog aan toe.
0 Comments