door Anja Kuhn

Hoofdstuk 18 – Muziek

30 Apr 2026

Wij zitten bij Luca op de kamer en ik kijk naar Oliver. We hebben ons kind samen grootgebracht en nu zitten we hier en zijn we bang. Door de angst die we beiden ervaren, vliegen we elkaar ineens in de haren, gevoed door onmacht en de schaduwen uit ons verleden.

Mijn gedachten schieten weer terug in de tijd. De tijd waarin wij elkaar leerden kennen.

*

Oliver is in de zomer van 1998 op mijn pad gekomen. Het begin van onze relatie zou zomaar het begin van een romantische film kunnen zijn.

Oliver noemt mij vaak ‘de liefde van zijn leven’. Nog steeds, na zoveel jaren. We hebben goede en moeilijke tijden met elkaar doorgemaakt.

Ook ik had sindsdien nooit de behoefte aan ‘iemand anders’. Oliver is ‘mijn man’. Soms vond ik onze conflicten wel pittig en we stonden ook weleens aan de rand van onze relatie. Maar tot nu toe won de liefde voor elkaar het altijd en kozen we er beiden voor om aan onze relatie te blijven werken. Dat was niet altijd makkelijk. We zijn er wel aan gegroeid. Ieder voor zich en ook met elkaar.

*

Mijn relatie met de vader van Lena en Yako was drie jaar voordat ik Oliver ontmoette, in 1995, uitgegaan en de jaren daarna waren intensief. Ik zat op het moment van het beëindigen van onze relatie in mijn tweede jaar van het conservatorium, waar ik mijn grote droom waarmaakte – leven en werken met en in de muziek.

*

Naast honden was het de muziek die mij al vroeg in mijn leven houvast heeft gegeven. Op mijn zevende begon ik, zoals zoveel kinderen, met blokfluitlessen en terwijl dat instrument niet het beste imago heeft, gaf het mij juist iets heel belangrijks: het gaf mij een stem.

Waar ik verder ‘onzichtbaar’ was, kon ik met het instrument in mijn handen toegang vinden tot een stukje ‘zichtbaarheid’. Ik kon letterlijk van me laten horen, vanuit een veilige positie.

Ik beleefde er daarnaast ook veel plezier aan, oefende graag en kreeg al snel honger naar meer.

*

Mijn droom was een piano, maar dat zat er niet in. Een oom van mij had nog wel een oude accordeon op zolder liggen en die mocht ik van hem lenen.

Regelmatig legde ik de accordeon bij iemand anders op schoot en dan moest de ander de balg bedienen. Ik gebruikte de toetsen dan als een soort minipiano. Ik kan er nog om lachen, maar ik werd daar heel gelukkig van.

*

Ik mocht op accordeonles en ook dat vond ik erg leuk om te doen. Ik leerde snel, zo snel dat mijn moeder en mijn docente voorstelden om met het accordeon in een orkest te gaan spelen, maar dat vond ik erg spannend. Ik zei er daarom ‘nee’ op.

Ik herinner mij nog goed dat mijn moeder mij uiteindelijk een keer letterlijk naar het orkest toe heeft gesleurd, want ik verzette mij enorm, met tranen en verwensingen haar kant op. “Maar je hoeft alleen maar te kijken en als je het dan nog steeds niets vindt, dan is dat prima”, zei mijn moeder. Ze heeft mij niet vaak ergens naartoe ‘geforceerd’, maar in dat geval gaf ze niet op. Ik ben achteraf heel dankbaar geweest dat ze heeft doorgezet, want ik weet nog dat ik bij binnenkomst in de zaal en het klinken van de eerste tonen onmiddellijk verkocht was.

Met grote ogen keek ik toe en er stroomde iets door mij heen dat ik eerder nog nooit zo gevoeld had. Nog dezelfde avond werd ik aangemeld en al een week later mocht ik voor het eerst meedoen.

*

Muziek maken heeft bewezen positieve effecten. Ik had dat al lang ervaren en tijdens mijn master Kunsteducatie vond ik de wetenschappelijke onderbouwing voor mijn ervaringen. Er is een heel mooi boek van Oliver Sacks, ‘Musicofilia: verhalen over muziek en het brein’, waarin hij uitvoerig schrijft over zijn eigen onderzoek.

Zo heeft musiceren onder andere invloed op ons emotie-regulatiesysteem. Het helpt om stress te verminderen en zelfvertrouwen te ontwikkelen. Door het luisteren naar of het maken van muziek wordt er extra dopamine en oxytocine aangemaakt en dat heeft een bevorderend effect op onze stemmingen en daardoor ook op onze gezondheid.

Omdat musiceren de verbinding en samenwerking tussen beide hersenhelften stimuleert, heeft het ook invloed op het ontwikkelen van ons abstractievermogen en ons analytisch denkvermogen.

Ook heeft het gezamenlijk musiceren een bewezen positief effect op het aanleren van sociale vaardigheden, zoals het leren samenwerken, naar elkaar luisteren en elkaar ondersteunen.

*

Ik heb uiteindelijk tot mijn twintigste in dat orkest gespeeld. Of eigenlijk in het vervolgorkest, want ik begon in het beginnersorkest, maar groeide al snel door.

Ik had er de tijd van mijn leven, want hier vond ik waardering en een podium dat ik durfde te nemen. Mijn talent werd gezien en ik kreeg de kans om ook solopartijen te spelen. Waar ik op school moeite had om mij te laten zien in ‘mondelinge deelname’, voelde ik mij in combinatie met mijn instrument veilig.

Daarnaast werden er veel concerten en concertreizen georganiseerd en daar mocht ik aan deelnemen. Dat waren hele mooie ervaringen waar ik mij op mijn plek voelde en gewaardeerd werd. De medemuzikanten werden mijn vrienden, ook over de grenzen van ‘het samen musiceren’ heen, en op een gegeven moment vond ik daar ook mijn eerste vriendje.

Helaas ging mijn vader later deze relatie ‘verbieden’, maar in het orkest kwamen we elkaar toch tegen.

Ik vraag mij nog steeds af hoe mijn vader dat eigenlijk voor zich zag.

*

Ondertussen bleef de piano mij roepen.

Per toeval leerde ik een student kennen die op het conservatorium kerkorgel studeerde. Met hem mocht ik vaak mee tijdens zijn oefensessies in de kerk en dan liet hij mij zien hoe je een orgel bespeelt. Ik mocht het ook zelf proberen.

Wat een klankgeweld hoorde ik daar en ik begon mij helemaal te verdiepen in de wereld van het kerkorgel en de muziek van Johan Sebastian Bach. Maar hoe mooi en machtig ik de muziek ook vond, hier lag niet mijn hart.

In de kerk stond ook een vleugel en daar voelde ik wel die liefde voor. Hij leerde mij de eerste stukken te spelen op dit prachtige instrument.

Terwijl ik geen mogelijkheid had om thuis te oefenen, leerde ik snel en op een gegeven moment nam de student contact op met mijn ouders om met ze te praten. Het zou toch erg jammer zijn om niets met dit talent te doen, gaf hij aan, en hij bood aan om mij, voor een laag prijsje, les te geven.

Tot mijn grote verbazing en nog grotere vreugde stemden mijn ouders in. Mijn vader ging persoonlijk op zoek naar een geschikte piano. Ik was inmiddels 17 jaar oud en we zaten in die tijd al middenin de fase van voortdurende conflicten, maar hier maakte mijn vader ineens toch werk van.

Er werd veel geld geïnvesteerd in de aankoop van een piano voor mij en dat bracht mij in een soort ambivalente emotionele spagaat. Ik kon mijn geluk niet op en ik voelde me oprecht dankbaar. De tranen liepen over mijn wangen toen de piano arriveerde, terwijl ik aan de andere kant daardoor nog meer gevangen zat in het web van mijn vader. Zo voelde het in ieder geval. Want de dankbaarheid die ik voelde was tegelijkertijd een prijs die ik had te betalen.

Een innerlijk conflict dat ik niet goed in woorden kan beschrijven, maar ik ging het aan, omdat de muziek heel belangrijk voor me was. Toch voelde het ergens alsof ik mijn ziel aan het verkopen was.

*

Een jaar lang heb ik elke vrije minuut achter de piano gezeten. Ik vergat de tijd, verdwaalde in de muziek, was ontzettend gedreven, maar vooral gelukkig. De wereld om mij heen verdween, zodra ik op de kruk achter het instrument zat.

Het stopte op het moment dat ik het huis uitging en de piano achter moest laten. Ook een prijs die ik had te betalen.

Pas jaren later, vlak voor de geboorte van Lena, mocht ik de piano komen ophalen en ben ik weer begonnen met spelen. Nog weer jaren later, een jaar na de geboorte van Yako, toen we verhuisd waren naar Nederland, kreeg mijn liefde voor de muziek nog weer een andere wending.

*

We zaten in een eetcafé samen met de kinderen; zij waren toen 2 en 4 jaar oud, toen er een pianist een lunchconcert gaf. Ik vond het prachtig en terwijl ik nog maar een jaar in Nederland woonde en de taal nog niet goed beheerste, ging ik toch naar hem toe om hem te vragen of hij ook les gaf. Dat beaamde hij en al de volgende week mocht ik langskomen voor mijn eerste les.

Wij woonden in Pieterburen, maar iedere week reisde ik af naar Groningen voor mijn pianoles. Ik vond het geweldig om weer te mogen leren en het duurde niet lang of mijn docent stelde mij de vraag: ‘of ik al weleens erover nagedacht had om naar het conservatorium te gaan?’.

Nou, en of ik daarover nagedacht had. Vaak zelfs. Het was mijn droom, maar mijn leven was zo anders gegaan dan dat van andere leeftijdsgenoten. Inmiddels was ik moeder van twee jonge kinderen. Ik had deze droom al lang losgelaten. Maar dat vond mijn docent onzin. Hij stelde mij voor om de komende tijd te benutten en mij voor te bereiden op het toelatingsexamen de komende zomer in het jaar 1993.

Ik weet nog dat ik met trillende handen terug naar Pieterburen reed en niet kon wachten om dit nieuws thuis te vertellen. Aan de andere kant kwamen er duizend vragen in mij op, want was dit wel haalbaar?

Ik zou mijn studie helemaal zelf moeten financieren, want recht op studiefinanciering had ik niet. Ik werd die zomer 27 jaar en had daarmee net de grens overschreden om nog recht te hebben op een financiële bijdrage.

Ik zou veel tijd moeten investeren, niet alleen op het conservatorium zelf, maar ook om thuis te studeren en te spelen. Was dat wel te doen met twee kleine kinderen? En wat zou mijn partner zeggen? Maar oh. Wat wilde ik dit graag.

*

Een keer thuis heb ik het nieuws maar direct op tafel gegooid. Ik kon het ook niet uitstellen, zo vol zat ik ervan. Tot mijn grote vreugde stemde mijn partner in en zag hij minder problemen dan ik. Het zou wel loslopen.

Daarmee begon ik aan het waarmaken van mijn grote droom. Een droom die al sinds het toetreden tot het orkest door mij heen speelde.

Ik had in mijn laatste 3 jaren op het gymnasium ‘muziek’ als hoofdvak gekozen omdat ik hoopte daarna na het conservatorium te kunnen. Daar leerde ik al heel veel, zowel over muziektheorie, harmonieleer en muziekgeschiedenis, maar we deden ook grote projecten en voerden o.a. The West Side Story op.

Mijn droom kwam ineens weer binnen bereik en kon misschien nog waar worden. Mits ik toegelaten werd.

*

In de zomer van 1993 was het dan zover. Ik zat met vele andere jonge muzikanten, waarvan 97% jongens, te wachten op mijn beurt om voor te mogen spelen.

Ik stierf van de zenuwen. Het was een hele hete zomerse dag. Mijn vingers werden de hele tijd dik van de warmte en ik liep voortdurend naar de wc om mijn handen onder de koude kraan af te koelen, totdat ik eindelijk naar binnen werd geroepen.

Ik mocht plaatsnemen achter de vleugel op het podium en voor het podium zaten in een rij 5 docenten, die zonder aantoonbare emoties voor zich uit keken. De moed zakte mij in de schoenen.

Gelukkig was ik niet alleen, want ik speelde samen met een drummer en een bassist. Ik deed toelating voor ‘piano lichte muziek’, oftewel ‘jazz’. De drummer tikte af en we begonnen te spelen.

*

Het duurde niet lang en een docent stond op en zwaaide dat we moesten stoppen. Hij vroeg mij om een volgend stuk te beginnen. Ook het volgende stuk werd op de helft afgekapt. Deze keer werden mij allemaal vragen over de stukken en de diverse muziekstijlen gesteld. Hier was ik niet op voorbereid en ik voelde de tranen al prikken achter mijn ogen, maar bleef antwoord geven. Daarna mochten we het laatste stuk laten horen en ook dat werd na een tijd gestopt.

Ik werd bedankt en hoorde vervolgens op een nuchtere toon dat ik uiterlijk over twee weken zou horen of ik geslaagd was. Ik liep met loodzware benen terug naar de kantine, waar alle toekomstige studenten aan het wachten waren. ‘Dit was dus niks’, dacht ik en ik moest denken aan al die jongens die mij voor waren gegaan.

Zij kwamen vol zelfvertrouwen weer naar buiten en stelden mij gerust: “Ach, het stelt niks voor. Ik vond het een makkie”. Nou, dan was ik dus de eerste die daar anders over dacht. Ik had afgesproken dat mijn partner en de kinderen mij na afloop weer in de kantine zouden komen ophalen, maar het liefst was ik zo snel mogelijk het gebouw uitgevlucht.

“Ik denk dat het niet goed ging”, zei ik, toen ik de vragende blikken zag van de wachtende jongens en ik voelde me heel klein. Hoe had ik het toch ook in mijn hoofd gehaald?

Ik was pas op mijn 17e begonnen met piano spelen, daarna een paar jaar eruit geweest. Ik had een gezin en was allesbehalve de typische ‘pianist’ en nu zat ik hier tussen al die stoere jongens te hopen dat ik aangenomen werd? Ik voelde me ontzettend dom.

*

Ineens zag ik mijn kinderen om de hoek kijken en dat leek mijn domheid nog extra te bevestigen. Ik zag de vragende blikken van de jongens naar elkaar toe en naar mij. Ik voelde me op slag stokoud en een echt buitenbeentje. Ik pakte mijn tas en liep richting mijn kinderen om eindelijk en zo snel mogelijk het gebouw te kunnen verlaten. Door mijn hoofd galmden de woorden: stom, stom, stom.

Ik was al bijna bij de hoofdingang toen ik een stem achter mij hoorde. Ik draaide mij om en zag daar een van de docenten uit de examencommissie. “Anja?” riep de stem. Ik bleef staan en keek hem aan. “Ja… ik denk dat ik het dan wel weet. Ik ben niet aangenomen”, gaf ik terug.

“Wil je even blijven staan?” vroeg hij mij en dat deed ik. Met tranen in mijn ogen.

“Je bent aangenomen”, zei hij, en ik reageerde met “Ja, dat dacht ik al” en liep door. Hij merkte aan mijn houding dat ik hem niet goed had begrepen en begon te lachen.

“Anja, je bent AANgenomen”, herhaalde hij en ineens drong de boodschap tot me door.

Ik ben aangenomen. Ik ben aangenomen. “Ben ik aangenomen?” en ik zag hem knikken. Zonder dat ik er iets aan kon doen, rende ik naar hem toe, omarmde hem en riep: “Ik ben aangenomen!” en hij moest nog harder lachen. Hij zou later nog vele jaren mijn docent worden.

Pas na de zomer, met het begin van het eerste studiejaar, kwam ik erachter dat ik de enige pianist was die in mijn jaar was toegelaten. Al die andere zelfverzekerde jongens waren afgewezen.

*

En zo begon ik in de zomer van 1993 aan mijn 5-jarige studie aan het conservatorium. Ik wist dat het een uitdagende tijd zou gaan worden, maar ik had er nog geen idee van dat twee jaar later mijn relatie tot een einde zou komen en dat ik de laatste drie jaar van de studie als alleenstaande moeder mijn opleiding zou moeten gaan vervolgen.

Toen ik aan de studie begon, waren mijn kinderen drie en vijf jaar oud. Toen we uit elkaar gingen, waren ze vijf en zeven jaar oud.

0 Comments

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *