Na de koffie breng ik Luca terug naar het revalidatiecentrum. Zij heeft direct een volgende afspraak met een ergotherapeut en daarom is er niet veel tijd om nog na te praten. Eigenlijk voelen we ook allemaal dat het nieuws eerst even moet binnenkomen. We hebben er niet zo heel veel woorden aan toe te voegen op dit moment.
Ik rij daarna terug naar huis in de wetenschap dat we Luca morgen alweer ophalen voor haar volgende weekendverlof.
*
Eenmaal thuis verlang ik vooral naar rust en voel ik me ineens weer enorm moegestreden. De voortdurende golven van spanning wennen niet. Het kost gewoon veel energie, ook al is deze keer de opluchting groot.
Ik besluit om de hondjes te roepen en een lange wandeling met ze te maken. Ik hoef maar een zacht klikkend geluidje te maken en ze kijken me onmiddellijk verwachtingsvol aan. Klaar om met mij op pad te gaan. Daar moet ik wel om lachen en ik voel een grote golf dankbaarheid door me heen gaan. Wat houd ik toch van deze lieve zielen en voel ik mij een rijk mens door hun vriendschap en het vertrouwen dat ze in mij hebben. Iedere dag geven zij mij energie en voel ik mij in hun nabijheid ‘voldoende’, gewoon omdat ik ben wie ik ben.
*
Onderweg hoor ik de vogeltjes fluiten, zie ik de mooie blauwe lenteluchten en adem ik de zachte warme lucht in. Wij lopen het natuurgebied in en ik kies ervoor om richting mijn lievelingsplekje te gaan, bij de molen. Daar kom ik maar weinig mensen tegen en dat is wat ik nu nodig heb.
Na zo’n 20 minuten lopen zijn we er en ik voel de rust die zich als een warme deken om mij heen legt. Ik besluit om niet door te lopen, maar even in het gras te gaan zitten en gewoon voor me uit te kijken. Elsa en Einstein vinden dat geweldig en ik zie dat ze genieten van deze welkome pauze met extra snuffel- en knuffeltijd.
Ik kijk over het water en het daarachterliggende weiland. Het overweldigende gevoel van zo net maakt ruimte voor een ander gevoel. Ik begin te zakken in mijn lijf.
Het lukt mij hier op deze plek om mij weer verbonden te voelen met alles wat er wel is in mijn leven. En dat is veel. Eigenlijk is alles wat ik nodig heb al aanwezig.
Alsof ze dat willen bevestigen komen Elsa en Einstein elk aan een andere kant van mij, met een diepe zucht, naast me liggen. Ook ik adem diep uit en voel hun lijfjes tegen me aan. Dit voelt direct al weer minder alleen.
Honden – ze hebben en hadden altijd een soort zielspoorters plek in mijn leven.
*
Ik denk terug aan Lupo en Zaff, twee zwerfhondjes die kozen voor een leven met mij, met ons, toen we op reis waren door Portugal. In feite troffen wij met z’n allen al zwervend op elkaar.
Mijn vriend en ik waren in 1986 inmiddels al zo’n twee maanden onderweg met onze Bulli, ons kleine campertje, en kampeerden uitsluitend wild. Dat kon in die tijd gemakkelijk, want er waren maar heel weinig campertjes onderweg en ze waren niemand tot last.
Voor ons scheelde het daarnaast enorm in de kosten en we hadden ook niet veel nodig. Op wat water na, dat we in de supermarkt kochten of soms mochten tappen bij mensen die we onderweg leerden kennen, misten wij niets. Niet eens elektriciteit, want we hadden geen koelkastje, en in die tijd ook nog geen mobiele telefoon, laptop of andere apparatuur die we tegenwoordig allemaal gebruiken en met ons meeslepen. Het was een ‘onthaast leven’.
We kozen vaak een beetje verscholen plekjes en lieten altijd alles netjes achter. Op een dag stonden we op een klein parkeerplaatsje in een bos in de buurt van Coimbra in het noorden van Portugal. We waren al weken achter elkaar rondgetrokken en besloten op deze mooie en rustige plek een paar dagen langer te verblijven.
*
Wat een contrast met het leven dat we tegenwoordig voeren, zelfs als we er, zoals wij destijds deden, voor een tijd tussenuit glippen. ‘Travel light’ kwam een tijd geleden weer een beetje in de mode, maar toch ziet ons alledaagse leven in onze huidige en westerse maatschappij er vaak allesbehalve ‘bagagearm’ uit.
We verbazen ons er soms over dat mensen sneller overspannen lijken te raken dan vroeger. Maar is dat wel zo raar?
We leven in een tijdperk van consumptie en van overinformatie en het tempo waarmee we bestookt worden met (nep)nieuws is duizelingwekkend. Het is maar de vraag of wij mensen hiervoor gemaakt zijn.
We worden overspoeld met ‘een te veel van alles’: prikkels, keuzes, doelen, ambities, zorgen, ellende, veranderingen en razendsnelle ontwikkelingen tot op wereldniveau.
We zien ons steeds geconfronteerd met onderwerpen waar we geen invloed op hebben. Met zaken die spelen en die eigenlijk ‘niet van ons zijn’, maar die toch zomaar ons leven binnenkomen en daardoor om onze aandacht vragen. Dat geeft stress door een gevoel van onmacht. Het is dan moeilijk om te focussen, want waar moet je je energie op richten?
Ik spreek regelmatig mensen die daardoor het leven ingewikkeld en soms ook als verlammend ervaren. Ze willen helpen of iets veranderen, maar het is gewoon te veel. Het voelt dan als dweilen met de kranen open.
Anderen ervaren daardoor een soort onverschilligheid en ook dat kan een gevoel van verwijdering tot gevolg hebben. Een gevoel om steeds achter de feiten aan te hollen en met niets en niemand meer echt te kunnen verbinden.
Weer anderen reageren met boosheid en ook dat is vaak een weerspiegeling van de onderliggende onmacht.
Vertragen en versmallen – wij mensen hebben het nodig voor ons mentale welzijn, maar dreigen het te verleren. Net als de vaardigheid om vaker in ‘het nu’ aanwezig te zijn, terwijl dat in feite het enige moment is dat er echt toe doet. Het moment waarop het leven daadwerkelijk plaatsvindt.
Laat nou juist de hond een mooie spiegel hierin zijn. De hond leeft namelijk in het nu en neemt je maar al te graag mee in dat moment. Ik voel dat ik in de nabijheid van mijn honden weer kan landen, doordat ik niet voortdurend wegdrijf naar een mogelijke toekomst, waarvan ik de uitkomst toch niet weet.
*
Op een morgen hoorden we geritsel en gescharrel voor de deur van onze bus. We konden dit niet goed verklaren en dachten aan andere mensen, maar die zagen we niet door de rampjes.
Toen we de schuifdeur opendeden, keken we in 6 paar oogjes van een groepje zwerfhonden. Een hele kleine die een beetje op een pinscher leek, een iets grotere ‘van alles en nog wat’-mix en een grotere bruine podenco met twee geweldige sta-oortjes. Twee van de drie hondjes schrokken van ons, maar de grootste van de drie vond ons eigenlijk best wel interessant en keek vriendelijk en nieuwsgierig onze kant op.
We moesten er wel om lachen en lieten ze gewoon een beetje hun gang gaan en deden hetzelfde. Twee van de drie honden bleven in de buurt en het derde hondje vertrok op een gegeven moment.
Toen we later richting het dorp liepen om wat groente en fruit te kopen en ergens een koffie te drinken, liepen de honden gewoon met ons mee. In het dorp zelf hielden ze wat afstand, met name omdat ze wat bang waren voor de dorpsbewoners, maar zodra we het dorp weer uit liepen op weg terug richting ons busje, kwamen ze rustig achter ons aan lopen.
Ze hielden ons gewoon gezelschap, vroegen nergens om, maar lieten weten dat ze zich in onze buurt op hun gemak voelden. In de avond waren ze ineens vertrokken, maar de volgende ochtend lagen ze gewoon klein gerold naast de schuifdeur van onze bus en leken ze ons een ‘Goedemorgen’ te wensen. Ze keken eventjes op, maar verder leek het de meest vanzelfsprekende zaak van de wereld dat ze daar lagen.
*
De komende dagen herhaalde zich dit gebeuren en waren ze eigenlijk altijd in de buurt. Het pinscherachtige hondje was een iets ouder teefje, dat helaas ziek bleek te zijn. Ze zat onder de wondjes en bultjes en hield meer afstand naar ons toe. Af en toe was zij ook ineens weer weg. De grotere Podenco was een jong reutje, naar mijn schatting nog net geen jaar oud, en hij bleef.
*
Mijn vriend vertelde mij dat hij eigenlijk altijd bang was geweest voor honden en niet zo goed wist wat hij met ze aan moest. Dat wist ik helemaal niet van hem en daar had ik niet op gerekend. We kenden elkaar nog maar een paar weken voordat we besloten om samen op reis te gaan en leerden elkaar in feite pas onderweg echt kennen.
Ik was ondertussen al helemaal verliefd op de hondjes en liet zo nu en dan merken dat er een bepaalde gedachte door me heen ging.
Mijn oma had namelijk in een opwelling Sir James weggegeven aan het gezin van de boerderij waar zij regelmatig kwam om een aantal weken of maanden te helpen. Dat had ik helemaal niet zien aankomen en maakte me enorm verdrietig.
Ik had niet eens de kans gekregen om afscheid van hem te nemen. Ze haalde hem op een dag op om hem mee te nemen voor een weekendje weg, maar bracht hem nooit meer terug. Ze gaf daar ook geen uitleg over. “Gewoon, omdat ik dat wil”, was haar korte antwoord. Ik was ontroostbaar.
Mijn moeder haalde daar later alleen maar haar schouders over op en zei: “Ja, dat is oma. Zij doet altijd wat in haar opkomt. Dat kan soms nogal grillig zijn.”
*
Mijn moeder waardeerde haar moeder, maar ik wist dat zij soms ook moeite had met haar. Deze gebeurtenis liet mij zien dat mijn lieve oma, waar ik altijd terechtkon, dus ook een andere kant in zich droeg. Mijn moeder noemde het zelf een keer ‘onvoorspelbaar’. Ik voelde onmiddellijk aan wat zij bedoelde. Ik wist immers wat opgroeien met een onvoorspelbare ouder betekent, ook al was de situatie met mijn oma weer volstrekt anders. Het duurde een tijd voordat ik oma’s keuze om Sir James weg te geven kon vergeven.
Later dacht ik dat ze dit wellicht gedaan had, omdat ze van mijn plannen gehoord had om op reis te gaan. Alleen begreep ik niet waarom ze hierover niet het gesprek met mij had gezocht. Ik had Sir James namelijk nooit achtergelaten. Of is dat het antwoord op de vraag?
Ook mijn oma had te maken met ‘een verleden’ dat haar gevormd heeft tot de vrouw die ze was. Ze dacht het juiste te doen.
*
Na een paar dagen in gezelschap van de honden bij onze bus, trok ik de stoute schoenen aan en durfde ik mijn gedachte uit te spreken: “We kunnen de hondjes toch straks niet zomaar hier achterlaten? Wat denk jij?” Mijn hart klopte in mijn keel. De reactie van mijn vriend was, zoals altijd, een hele rustige. Daar moest ik nog aan wennen, want ik zette mij innerlijk nog altijd schrap en was op mijn hoede. Daar was ik in mijn ouderlijk huis aan gewend geraakt.
Hij antwoordde met een uitgestrekte en gemoedelijke: “Nou… ja… ik begin ook wel aan ze te wennen, maar ik denk er nog even over na”.
Mijn hart maakte een sprongetje van hoop. Deze hoop werd extra gevoed, omdat ik zag dat hij de hondjes begon te tekenen. Hij maakte namelijk een soort cartoonachtig reisverslag van ons leven in de bus. Blijkbaar begonnen ze een plek te krijgen in ons verhaal.
*
Na een paar dagen wilden we toch weer verder trekken en dat betekende dat we een keuze moesten maken. Zouden we onze reis met z’n tweeën vervolgen? “Ik wil best een hond meenemen”, zei mijn vriend. Ik was dolblij. We bespraken alle ‘voor’s en tegen’s’ en wat we dan te doen hadden, want we beseften heel goed dat dit geen keuze voor ‘even’ zou zijn. Juist dat besef zorgde ervoor dat we ons realiseerden dat we niet alle hondjes zouden kunnen ‘redden’ en dat we ook realistisch moesten zijn.
Na veel wikken en wegen besloten we daarom om alleen de podenco mee te nemen. Hij had inmiddels duidelijk voor ons gekozen en wij zagen een gezamenlijke toekomst voor ons. Het brak ook mijn hart om het kleine hondje aan haar lot over te laten. Maar ze was een stuk zelfstandiger. We waren er ook niet zeker van of ze niet toch ergens bij hoorde, omdat ze steeds verdween. Ons gevoel zei ons dat ze wel een manier had gevonden om haar weg te vinden in dit leven. Of dat terecht was, durf ik niet te zeggen, maar toen deden we wat op dat moment binnen onze mogelijkheden lag.
Toen het kleine teefje weer eens afwezig was, zetten we de Podenco in onze bus en vertrokken samen met hem. Hij zat tussen ons in op het bankje van de bus en moest tijdens deze autorit duidelijk wennen. Hij kwijlde enorm, maar liet ook zien vertrouwen in ons te hebben. Gelukkig ging het autorijden al heel snel beter en werd hij een fantastische reisgenoot en veel meer dan dat. Zoals hij vanaf het begin had gedaan, liep hij overal trouw met ons mee en volgde hij ons waar we ook waren. Een riem hadden we niet nodig. We gaven hem de naam Lupo. Ik voelde me sinds de afwezigheid van Sir James ineens weer ‘compleet’.
Pas nu besef ik dat mijn honden mij hierin altijd hebben aangevuld. Sinds de dood van mijn broertje was er dat gevoel van ‘incompleet zijn’. Met de komst van Buffy veranderde dat gevoel, maar het kwam telkens weer terug op het moment dat een hond overleed of om een andere reden uit mijn leven verdween, zoals Sir James of later met de scheiding Zora. In de fases ‘zonder hond’ had ik het emotioneel altijd zwaarder en raakte ik mijn evenwicht gemakkelijker kwijt. Met mijn honden in de buurt komt mijn lijf tot rust en kan ik gemakkelijker ‘zijn’ met wat er is.
*
Maanden later bereikten we uiteindelijk een afgelegen strandje helemaal in het zuidwesten van Portugal. Hier stonden we een tijd langs een weggetje, vlak bij het strand. Tijdens onze wandelingen in de omgeving voegde zich een ander hondje bij ons. Een hond die rondzwerfde met een kleine roedel andere honden en toch steeds weer onze nabijheid zocht. Het was een labradorachtige mix met een licht rozig neusje.
’s Nachts sliepen we met alle deuren wijd open. Wij lagen achterin de bus en Lupo op de bestuurdersstoel. Deze plek had hij zelf gekozen.
Op een ochtend werden wij wakker en wilden we Lupo een ‘Goedemorgen’ wensen toen we zagen dat de labradormix naast hem op het bankje lag te slapen. Ook dit scenario herhaalde zich vanaf nu iedere dag en hij was altijd in onze buurt en wandelde trouw met ons mee. We hadden nog geen idee wat we hiermee wilden of moesten en gingen gewoon mee in de ontwikkelingen van het moment. Meer was op dat moment niet nodig.
Dat gaf een ultiem gevoel van rust en ook van vrijheid. Een gevoel dat ik daarna nooit meer op deze manier zou ervaren en dat nog steeds diep in mijn geheugen zit. Het was de combinatie van dit hele minimalistische leven en geen plannen hebben.
Later bleek dat het alsnog van tijdelijke aard zou zijn, want er kwam een moment dat wij weer verlangden naar thuis – naar ons netwerk, een huis, een doel. Er brak een tijd aan waarin we ook zagen dat dit leven ook keerzijdes had en we gingen ontwaken uit onze romantische droom.
Tot die tijd had deze reis mij geholpen om nog meer afstand te creëren met thuis en een beginnetje te maken om de afgelopen jaren te verwerken, zonder dat dit een bewust doel was.
Ik heb toen ontzettend veel geleerd over mezelf. Ik heb ook heel veel geschreven en dat hielp mij om mijn gevoelens en gedachten te ordenen. Ik schreef in een boekje, maar ik schreef ook hele lange brieven, met name aan een vriendin die in dezelfde tijd als au-pair in de VS was. Wij deelden onze ervaringen met elkaar. Zowel over het reizen, maar ook over onze vaders, want die bleken nogal veel gemeen te hebben. Zonder dat ik het toen al zo zou hebben genoemd, waren we op die manier bezig om ons te oefenen in de vaardigheid van ‘reflecteren’.
Ik zelf ontdekte toen de kracht van het schrijven.
*
“Houd de honden de komende tijd maar goed bij je”, zeiden bewoners in de buurt op een gegeven moment tegen ons. “Nu komt het seizoen dat de zwerfhonden hier in de omgeving vergiftigd worden door overal aas neer te leggen om ze te doden.”
We konden niet geloven wat we hoorden. We hadden het de afgelopen maanden juist zo mooi gevonden dat de mensen hier heel ontspannen omgingen met alle zwerfhondjes. We zagen geen vervelende situaties van mishandeling of verwaarlozing en er heerste meer een gevoel van ‘leven en laten leven’. Uit deze droom werden we nu geholpen.
We schrokken ervan en besloten spontaan om ook de labradormix een plek in ons leven te geven. We noemden hem Zavial, later Zaff (naar het strandje waar hij vandaan kwam), zochten een dierenarts en besloten het nu officieel te maken. Beide honden lieten we grondig onderzoeken en inenten. Met alle nodige papieren op zak waren ze klaar voor vertrek en wij ook.
We namen nog de tijd voor een hele rustige reis terug naar Duitsland. We hadden geen haast, want niemand verwachtte ons. Toch voelden we gewoon dat het tijd was voor een volgende stap. Welke dat was, wisten we ook nog niet.
Dat dit al snel de fase zou worden waarin we vader en moeder zouden worden, was ons op dat moment nog niet bewust.
0 Comments