door Anja Kuhn

Hoofdstuk 37 – Mijn vader

3 Oct 2026

Het helpt mij dat ik ‘mijn controleur in actie’ inmiddels kan opmerken. Doordat ik deze kant in mij kan identificeren en observeren, neem ik hem nu als deel van mij waar, maar ik val er niet meer mee samen. Dat is al winst.

Ik ben geen controleur, maar ik draag een controleur in mij – naast een heleboel andere kanten of ‘ikken’. Hierdoor word ik niet meer geleefd door mijn ‘controleur’ en neemt hij niet meer zomaar onopgemerkt de boel over. Hooguit voor even, totdat ik merk dat er iets niet klopt.

*

Dat er iets niet klopt, merk ik aan de hoeveelheid energie die hij mij dan kost. Mijn overactieve controleur kan dan namelijk niet meer stoppen om alles continu in de gaten te houden. Ooit heeft dat gewerkt voor mij en kon mijn innerlijke controleur mij daardoor veilig houden voor de grilligheid en onvoorspelbaarheid van mijn vader.

Zodra er nu ‘gevaar’ lijkt te zijn, wil mijn controleur deze bodyguardfunctie weer vervullen. Als een soort grote, gespierde uitsmijter treedt hij dan naar voren, niet bereid om opzij te gaan of discussies te voeren met andere ‘ikken’ in mij. Soms is hij dan zo dominant aanwezig dat ik ook met de mensen om mij heen deze discussies eerst nog niet kan voeren. Dan moet ik eerst voor mezelf ordenen en ontwarren.

*

Toen ik mij voor het eerst bewust werd van deze kant in mij probeerde ik mijn controleur uit mijn leven te verbannen. Ik had immers in mijn volwassen leven op een gegeven moment steeds vaker last van deze kant. Hij ging namelijk voortdurend overcontroleren. Dan kon ik niet meer tot rust komen en kreeg ik slapeloze nachten vanuit angst om iets over het hoofd te zien.

De conclusie lag voor de hand om mijn ‘controleur’ dan maar te elimineren uit mijn leven, maar dat werkte niet. Dan ging ik krampachtig proberen om ‘niet te controleren’ of deed net alsof het mij niet zou interesseren. Dat werkte hooguit aan de buitenkant, maar van binnen was deze kant alsnog keihard aan het werk.

Pas toen ik kon zien wat ervoor gezorgd heeft dat mijn controleur in mijn leven is gekomen, kon ik ook de onderliggende bezorgdheid zien. Hij wilde mij geen kwaad doen; hij wilde mij beschermen.

Dat inzicht zorgde ervoor dat ik geen oordeel meer had op mijn ‘controleur’, maar vanuit (zelf)compassie naar hem kon kijken. Ik kon hem als het ware bedanken voor zijn zorg en zijn inzet en wees hem niet langer de deur. Een controleur in evenwicht is namelijk ook een prima teamlid. Hij houdt je alert en biedt een bepaalde mate van zorgvuldigheid.

Ik haalde wel mijn innerlijke teamleider erbij om de regie te nemen en weer uit te zoomen naar het grotere plaatje. Daarmee lukte het mij om mezelf te leren reguleren en ook andere kanten in mij de ruimte te geven. Soms kan ik lachen om en met mijn controleur en ook dat geeft ruimte.

Mijn vader heeft ook een sterke innerlijke controleur in zich, maar hij kan daar niet op reflecteren.

*

De puzzel van mijn vader kan ik nog steeds niet helemaal goed leggen. Er zijn veel losse einden en ontbrekende stukjes en regelmatig weet ik nog steeds niet zo goed waar ik nou precies naar kijk.

Mijn vader werd een jaar na afloop van de Tweede Wereldoorlog geboren. Hij was 10 jaar lang het enige kind, voordat hij er nog een zusje bij kreeg. Daarmee was het gezin compleet. Hij groeide op in het midden van Duitsland in een boswachtershuis. Pas later verhuisde het gezin naar mijn geboortestad in het noorden van Duitsland.

*

De vader van mijn vader was geen fijne man. Dat hoorde ik later ook van mijn oma en mijn andere tante, de zus van mijn vader. Ook deze man sloeg en was zeer autoritair (net als de man van mijn andere oma), maar veel meer weet ik dan ook niet over hem. Er werd eigenlijk niet over hem gesproken.

Mijn oma ging uiteindelijk van hem scheiden, iets wat in die tijd nog erg ongebruikelijk was. Scheiden was iets wat ‘niet hoorde’.

Een tijd later leerde zij een andere man kennen, waar zij een nieuw leven mee opbouwde. Deze man werd met mijn geboorte mijn opa. In feite had ik dus twee opa’s die niet mijn opa’s waren. Mijn echte opa’s heb ik beiden nooit leren kennen.

*

Terwijl mijn vader geen warm woord over had voor zijn vader, vond hij het toch ook ingewikkeld dat mijn oma de keuze had gemaakt om te gaan scheiden. Ik vermoed dat er in die tijd ook behoorlijk wat schaamte bij kwam kijken en dat hij ongetwijfeld te maken kreeg met oordelen van anderen. Maar dat vul ik in. Zelf zou hij zeggen dat het hem niets kon schelen wat anderen over hem denken. Zo ken ik hem in ieder geval, ook al dacht ik altijd al dat dit een schild van hem is.

*

Mijn vader zou mijn oma jaren later nog weleens in een dronken bui voor ‘hoer’ uitschelden in een kroeg. Mijn moeder kende mijn vader toen net en zei daarover: “Hij schaamde zich en wilde stoer doen voor zijn vriendengroep.”

Tegenwoordig is ‘scheiden’ dusdanig normaal dat ik mij deze schaamte nog maar moeilijk voor kan stellen, maar dat waren de ‘andere tijden’ waar oudere generaties het dan over hebben.

*

Mijn vader bleek in zijn puberjaren vaker zijn heil in drank te zoeken en moest om die reden ook eens een aantal nachten op een politiebureau verblijven voor roekeloos gedrag. Dat was net in de tijd dat hij een opleiding aan het afronden was en hij kon daardoor een schriftelijk examen niet doen. Dat nam hij mijn oma zeer kwalijk.

“Zij had alleen maar een briefje hoeven te ondertekenen en dan had ik naar huis gemogen”, zei hij daarover later. Toen ik mijn oma daar zelf eens tijdens een bezoek naar vroeg, keek zij mij een beetje onmachtig aan. “Wat had ik moeten doen, Anja? Ik was bang dat zijn drankgebruik anders van kwaad naar erger zou gaan en daarom koos ik ervoor om hem de consequenties te laten voelen. Hij was nog maar een jongen toen. Volgens mij heeft dat gewerkt, want daarna dronk hij nauwelijks nog.” Voor mijn vader voelde het als verraad. Hij werd door haar in de steek gelaten.

Zonder het fijne ervan af te weten, voelde ik toen hoe ingewikkeld het kan zijn om de juiste keuze te maken als ouder. Was het allemaal anders gegaan, had zij dat briefje toen wel ondertekend? En zo ja, welke kant was het dan opgegaan? Ook dat antwoord zal ik nooit meer te weten komen. Een kant kiezen kan ik hierin niet. Ik had beiden gegund dat zij hier op een later moment eens een gesprek over hadden kunnen voeren, maar dat is nooit gebeurd.

*

Mijn vader verbrak het contact met mijn oma toen ik 15 jaar oud was. Het kwam voor ons allemaal ‘uit het niets’, maar zijn keuze bleek definitief te zijn. Hij heeft vanaf dat moment nooit meer een woord met mijn oma gesproken.

Zij heeft nog vele pogingen gedaan om met hem in gesprek te komen, maar hij heeft haar volledig genegeerd. Tot op haar sterfbed heeft mijn oma mij naar mijn vader gevraagd: “Denk je dat papa nog eens met mij wil praten? Weet jij inmiddels wat ik gedaan heb, dat hij niet meer met mij spreekt?” Ik kon haar daar nooit een antwoord op geven. Het deed mij wel zeer om te zien hoezeer zij leed onder het verbreken van het contact. Ze was er enorm verdrietig van en later resigneerde ze.

Ik wist hoe het voelt om door hem verstoten te worden en hoe heftig dat is. Het deed mij zeer dat ik het niet voor haar kon oplossen. Pas veel later drong tot me door dat dit mijn taak ook niet was, terwijl het soms wel zo voelde. Misschien was het ook met name de hoop op constructief gedrag?! Maar daar had ik toen nog niet de juiste woorden aan kunnen geven.

Elke vraag over mijn oma, door wie dan ook, had tot gevolg dat mijn vader helemaal verstrakte. Zijn blik was dan vol hardheid, maar uitleg gaf hij niet.

Pas veel later maakte hij soms een opmerking over mijn oma. Dan bleek onder andere een stuk jaloezie naar zijn jongere zus een rol te spelen, maar ik kon deze puzzel niet rond krijgen, hoezeer ik ook probeerde om de stukken bij elkaar te krijgen. Ik bleef ergens hangen tussen ‘gekwetste gevoelens’, maar ook ‘bedachte redenen’ en ‘meten met twee maten’. Zo verweet hij mijn oma ook dat zij zich onvoldoende om mij bekommerde, maar zelf heb ik dat nooit zo ervaren en het rijmt totaal niet met zijn eigen desinteresse in zijn kleinkinderen.

*

Wat ik weet, is dat mijn vader na het vertrek van mijn opa de mannenrol overnam in het gezin. Deze rol beviel hem goed. Hij zorgde voor zijn moeder en zijn kleine zusje. Beide vrouwen hoorde ik later liefdevol vertellen over deze periode. Hij deed het met ogenschijnlijk gemak, gestructureerd en zorgzaam, maar de schoenen waren in feite veel te groot voor hem. Hij was toen nog maar 13 jaar oud.

We noemen dit parentificatie en het ontstaat vaak vanuit loyaliteit van een kind naar een ouder toe. Het kind neemt dan een ouderrol voor zijn of haar rekening. Het troost, adviseert en reguleert de emoties van de ouder die deze taak niet zelf voor zijn of haar rekening neemt of kan nemen. Hierdoor ontstaat een rolomkering die niet passend is bij de leeftijd van het kind.

Parentificatie heeft tot gevolg dat er weinig ruimte is voor de eigen emotionele ontwikkeling van het kind, passend bij zijn of haar leeftijd. Eigen behoeften worden niet erkend of vervuld. Het gevolg kan zijn dat het kind emotioneel onvolwassen blijft, ook op latere leeftijd. Dat kan leiden tot verstoringen in het ontwikkelen van een gezond zelfbeeld.

In het geval van mijn vader verklaart het ook zijn enorme hang tot perfectionisme en daarmee ook de geboorte van zijn controleur.

Vanuit een poging om deze emotionele leegte te vullen, ontwikkelen deze kinderen soms een ‘valse zelf’. Dat lijkt nodig om te kunnen ‘overleven’ en de ouder tevreden te kunnen stellen. Hierdoor lijkt het kind emotioneel onafhankelijk, maar intern is het juist onzeker en begint het steeds meer te ontvreemden van zijn authentieke zelf.

*

Mijn oma was, zolang ik haar kende, een broze en kwetsbare vrouw die moeizaam liep. Ze straalde altijd meer zorgbehoevendheid uit, dan bijvoorbeeld mijn andere oma. In mijn beleving had het iets ermee te maken dat zij als kind op een dag wakker werd en niet meer kon lopen.

“Ik weet nog dat mijn moeder mij riep, omdat we moesten gaan, maar ik kon mijn benen niet meer bewegen. Mijn moeder werd toen boos, omdat ik niet luisterde, maar ik kon gewoon niet opstaan. Ik riep naar haar dat ze moest komen en toen geloofde ze mij”. Mijn oma had polio.

Deze ziekte zou haar leven vanaf dat moment kleuren en beïnvloeden. Ze werd daardoor vele jaren afhankelijk van anderen en extra omzorgd door haar omgeving. Ook tijdens de oorlog speelde deze ziekte een rol. “Ik kon niet zomaar snel naar de schuilkelders hollen”, zei ze, en ik als haar kleindochter probeerde mij dan een voorstelling te maken van de hele situatie.

*

Toen na de scheiding van mijn opa de nieuwe liefde in het leven van mijn oma kwam, veranderde uiteraard ook het leven van mijn vader en zijn zusje. Deze nieuwe man had een kruidenierszaak met een daarbij horende kleine woning. Mijn oma ging in de zaak werken en met de kinderen bij hem wonen. Mijn vader kreeg een kamer in de kelder met een klein raampje. Dat voelde voor hem als een groot verlies, naast het feit dat hij niet langer de man in huis was. “Ik werd gewoon van mijn plek geduwd”, zou hij na het overlijden van mijn oma daarover tegen mij zeggen.

Dat laatste kon hij maar moeilijk verkroppen en ik weet haast wel zeker dat daar met hem vooraf ook geen gesprek over gevoerd werd. In die tijd werden kinderen nog niet betrokken bij dat soort beslissingen.

*

Als kind zag ik in mijn fantasie de kelderkamer van mijn vader als een donker hok voor me, terwijl ik die kelder kende en er zelf soms rondgescharreld was. Ik had deze kelder niet als heel verontrustend ervaren. Ik vond hem eerder op een bepaalde manier interessant en geheimzinnig. In de beleving van mijn vader was het een enorme afgang.

De jongere zus van mijn vader zei hierover later tegen mij: “Hij had tenminste een eigen kamer. Ik had maar een bed in een hoek.” Ik keek haar aan en probeerde te begrijpen hoe het moet zijn geweest. “En toch vond papa dat jij ‘verwend’ was”, zeg ik tegen haar.

“Ja, dat hoorde ik ook, maar wat had ik moeten doen, Anja? Ik was toen 3 jaar oud. Daarnaast waren de omstandigheden en de tijden ook alweer heel anders dan toen je vader 3 jaar oud was. Maar daar kon ik toch ook niks aan veranderen?!” Ik knik en neem haar niets kwalijk. Ik probeer gewoon te begrijpen en antwoorden te vinden.

*

Zelf kende ik rond mijn 18e een jongen die ook een kamer met een klein raampje in de kelder bij zijn ouders had, terwijl zijn zusje boven woonde bij de ouders. Ik vond die kamer toen een stoer honk met veel vrijheid en hij straalde altijd een bepaalde trots uit over ‘zijn rijk’. Ik weet nog dat dit in mij een soort verwarring opriep. Ik kreeg een soort besef dat ‘de kelderkamer’ op zichzelf waarschijnlijk niet het probleem was in het verhaal van mijn vader, maar een dieperliggende pijnlijke beleving of ervaring.

Ook mijn moeder had mij vaak laten weten dat zij heel wat had gegeven voor ‘een eigen plek’ in haar ouderlijk huis. Zij heeft tot op het laatst haar kamer moeten delen met haar zussen. Deze beperkingen in het wooncomfort hoorden ook bij deze naoorlogse generatie in mijn geboortestad en het overkwam veel jongeren. Ik denk nu dat het gevoel om ineens weer ‘gedegradeerd’ te worden tot ‘kind’ voor mijn vader het minst te verdragen was.

*

Ergens zal dan ook in de jonge jaren van mijn vader de oorsprong liggen van het ontwikkelen van het narcisme – wel of niet ondersteund door een bepaalde biologische aanleg, maar ook dat is gissen zonder het te weten.

Op veel imaginaire ‘kruispunten’ in het verhaal van mijn vader heb ik mij de vraag gesteld: ‘Was het anders gegaan als…?’ Ik denk dat het antwoord hoe dan ook ‘ja’ is.

Hoe hij zich dan ontwikkeld had en welke consequenties dat gehad had op zijn, maar ook op mijn leven, roept in mij dan altijd een haast draaiboekachtig verhaal op. Want alles heeft invloed op elkaar en feit blijft: als er ook maar een klein deel anders was gegaan, dan zou ik nu niet zijn wie ik ben en in feite niet meer ‘ik’ zijn.

Blijkbaar moest dus alles precies zo gaan als het gegaan is, met alles wat daar bij hoort, want alleen dan is het ‘mijn verhaal’ en kon ik groeien en de reis maken van ‘je bent een niemand’ naar ‘ik ben iemand’.

Het verhaal van een heel gewoon mens dat je zomaar op straat tegenkomt.

0 Comments

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *