Nadat we gisteren het goede nieuws hebben gekregen dat de tumor goedaardig is, heb ik deze nacht aardig goed geslapen. Ontspannen voel ik me nog niet, maar dat is misschien ook een beetje veel gevraagd. De spanning van de afgelopen weken verdwijnt niet zomaar uit mijn lijf, realiseer ik me.
Daarnaast slaap ik al mijn hele leven waakzaam.
Een nacht doorslapen ken ik alleen maar heel incidenteel en dan ben ik iedere keer verbaasd. Wat eigenlijk normaal hoort te zijn, is voor mij een grote uitzondering.
Deze ‘alertheid’ is ontstaan na het overlijden van mijn broertje en nooit meer overgegaan. Ook mijn moeder werd vanaf dat moment een alerte slaper, tot de dag van vandaag. Ze vertelt er soms over als we elkaar aan de telefoon spreken. “…toen ik vannacht weer ‘aan de wandel’ was. Maar dat doe ik al meer dan 50 jaar.” Ik weet dan wat ze bedoelt. Deze ervaring delen we met elkaar.
*
Later in de middag haalt Oliver Luca op in het revalidatiecentrum voor haar volgende weekendverlof. Hij gaat eerst nog met de hondjes naar het bos om daar in de buurt met ze te wandelen. Zo heb ik nog eventjes een moment helemaal voor mezelf.
Dat vind ik wel fijn en ik nestel mezelf op de bank. Tegelijkertijd blijft er die onrust, alsof er duizenden mieren door mijn lijf gieren. Toch dwing ik mezelf om in ieder geval eventjes wat rust te pakken, ook al gaat dat niet vanzelf.
Ik weet dat een overbelast stresssysteem soms eerst weer moet leren om deze rust te kunnen verdragen. Rust kan er namelijk voor zorgen dat je je juist bewuster wordt van alles wat er speelt en de lichamelijke sensaties die dit in je lijf teweegbrengt. Dat is in eerste instantie geen prettig gevoel en daarom willen we er graag van weg. Hier ligt een valkuil op de loer.
Door weg te gaan bij dit ongemakkelijke, vaak opgejaagde gevoel, ontnemen we ons systeem de mogelijkheid om te kunnen verwerken en vervolgens te herstellen. Door direct weer actie te nemen, voegen we er alvast een volgende prikkel aan toe. Deze actie geeft afleiding en we hoeven dan niet te voelen. Hierdoor zijn we in de veronderstelling dat dit beter voor ons is. Helaas kan daardoor de hoognodige rust maar niet komen.
Sommige ouders herkennen het misschien van hun kind dat ‘over het punt van slaap heen is’. Terwijl het kind doodmoe is, lukt het niet meer om de slaap te vatten. Dat overkomt iedereen weleens en hoeft nog geen ramp te zijn, mits er op korte termijn wel een einde komt aan het stapelen van indrukken of activiteiten en ruimte ontstaat voor herstelslaap of -rust. Blijven we vervolgens te lang in een situatie waarin deze rust niet komt, dan raken we op den duur uitgeput.
*
Dit weekend kijk ik steeds weer vol verbazing naar Luca, want de stappen die zij nu neemt zijn groot en overtreffen alle verwachtingen. Iets meer dan vier weken geleden stortte onze wereld in en hielden we rekening met de meest rampzalige scenario’s. Nu kan ik mijn ogen soms niet van haar afhouden en wil ik elke seconde en iedere nieuwe stap die zij neemt helemaal in mij opnemen. Als een droge spons die na lange tijd voor het eerst weer met water in contact komt.
“Wat kijk je, mam?”, zegt Luca dan ook soms tegen mij en ik voel me betrapt. Ik doe mijn best om iets minder opvallend naar haar te kijken, maar dat lukt niet altijd.
*
Vanuit het revalidatiecentrum heeft Luca voor dit weekend huiswerk gekregen, met als doel alvast te kijken welke alledaagse handelingen en activiteiten haar alweer, min of meer zelfstandig, lukken.
Zo gaat Luca met Oliver naar de supermarkt om wat boodschapjes te halen en vervolgens een simpele maaltijd zelf te koken. Dat doet ze supergoed, ook al kosten deze handelingen haar gemiddeld nog wel meer energie dan vroeger. Ze doet het wel!
Het mooiste is dat ze ervan begint te glunderen.
*
Ook dit weekend worden we weer getrakteerd op prachtig mooi lenteweer. Luca gaat een keer mee met een korte wandeling met de honden. Tien minuutjes maar – en toch is het voor haar een grote stap.
Ook kunnen we heerlijk in de tuin zitten. Dat is voor Luca een fijne plek om soms even de nodige rustmomenten te pakken, maar regelmatig kiest zij er ook voor om juist binnen de ligstoel te pakken. Dan kan zij zich nog meer afsluiten en even bijkomen, want dat is nog steeds nodig. Doet ze dat niet, dan wordt ze misselijk.
Mij valt op hoe goed zij nu luistert naar haar lichaam. Dat stelt mij gerust, merk ik, want dat is in het verleden weleens anders geweest.
*
Op zaterdag gaan we met z’n allen lunchen bij mijn vriendin en haar gezin. Haar oudste dochter en Luca zijn (bijna) even oud en inmiddels zelf met elkaar bevriend. Ze hadden ook haast geen keuze, zeggen we soms lachend tegen elkaar.
Mijn vriendin en ik denken dan terug aan die keer dat we bijna 21 jaar geleden met elkaar hadden afgesproken. We gingen samen koffie drinken bij de V&D, omdat we elkaar iets te vertellen hadden. “Ik ben zwanger”, zei mijn vriendin tegen mij en ik keek haar lachend aan. “Ik ook”, riep ik. “Echt waar? Dat is toch bijzonder?! Wanneer ben jij uitgerekend?”, vroeg ze mij. Toen bleek dat er maar een dag verschil tussen zat.
In de praktijk zou het net wat anders gaan, want haar dochter kwam twee maanden te vroeg en Luca had geen haast en koos voor 10 dagen vertraging. Zo verschillen ze uiteindelijk 2,5 maand in leeftijd. Maar bijzonder bleef het alsnog en ze kennen elkaar van baby af aan.
*
We rijden voor deze lunchafspraak met de auto naar het dorp in de buurt van de stad waar zij wonen. Luca’s wereld wordt daarmee weer een stuk groter.
Het wordt een bijzondere lunch, want we vertellen over alles wat er is gebeurd en staan er met z’n allen bij stil hoe bijzonder het is dat we hier nu zo met elkaar kunnen zitten. “Het is toch ongelofelijk”, zegt de man van mijn vriendin steeds weer en zo voel ik het ook.
Deze situatie is extra bijzonder, omdat we vele jaren geleden om het leven van mijn vriendin moesten vrezen na haar ongeluk. En nu zitten we hier toch met onze kinderen erbij en hebben we een volgende keer ‘groot geluk gehad’.
We praten ook over alle spanning die er was de afgelopen weken en schudden regelmatig allemaal vol ongeloof met ons hoofd. Het is gewoon een wonder. “Wat een geluk dat er tegenwoordig al zoveel mogelijk is”, zeggen we tegen elkaar. In vroegere tijden was dit heel anders afgelopen.
Op andere plekken op deze aarde tegenwoordig ook, voeg ik er in gedachten aan toe, en ik kan alleen maar dankbaar zijn dat we toevallig in deze tijden en op deze plek mogen wonen. Ik voel me een bevoorrecht mens, want de plek waar je geboren wordt, kies je niet. Het overkomt je maar.
*
Op zondag krijgt Luca nog bezoek van vriendinnen en daar geniet ze van. Vanzelfsprekend zijn al deze ontmoetingen desondanks nog niet. Ze zijn op een bepaalde manier ook iedere keer weer confronterend. Toch is juist deze confrontatie nodig op haar weg terug naar een alledaags leven.
Het herhalen en steeds weer vertellen van je verhaal na ingrijpende gebeurtenissen werkt ondersteunend in het verwerkingsproces. Heftige emoties die gekoppeld zijn aan overweldigende ervaringen kunnen daardoor stap voor stap aan intensiteit verzachten.
Daarnaast helpt het vertellen om te ordenen en te structureren en daardoor gevoelsmatig de regie terug te winnen.
Maar misschien is het belangrijkste punt van het herhaaldelijk vertellen van je verhaal de verbinding die je op dat moment ervaart met mensen die dicht bij je staan. Deze verbinding is van essentieel belang bij het herstel van een gevoel van ‘veiligheid’. Verbinding en (h)erkenning zijn cruciaal op weg naar emotioneel herstel.
*
Voordat we Luca deze zondagmiddag weer terugbrengen naar het revalidatiecentrum, gaat zij voor het eerst een klein rondje door de straat fietsen op haar nieuwe fiets. Weer kunnen fietsen zal ze straks nodig hebben als ze weer op zichzelf gaat wonen, maar ik vind het even spannend.
Nog maar kort geleden kon ze nauwelijks op haar benen staan. Nu staan we naar haar te kijken en moet ik denken aan haar allereerste fietspogingen toen ze nog een klein meisje was. Diezelfde spanning voel ik, maar ook ontroering.
Ze fietst als vanouds en is alleen een klein beetje voorzichtig. We maken er een filmpje van voor iedereen die financieel bijgedragen heeft aan haar nieuwe fiets. Terwijl ik trots mijn telefoon pak, voel ik tranen opkomen. Ik kan een snikken niet onderdrukken, maar doe mijn best om het voor Luca te verbergen. Dat lukt niet helemaal. Ik hoor haar zeggen: “Wat is er, mam?” om vervolgens hoofdschuddend nog een rondje te fietsen, alsof er nooit iets gebeurd is. Terwijl ik weet dat dit ongetwijfeld ook voor haar bijzonder voelt. Maar dat vul ik in.
*
Aan het begin van haar volgende revalidatieweek horen we dat Luca komend weekend ontslagen wordt en naar huis mag. Deze keer naar haar eigen huis. Daarmee naderen we een volgende fase in dit herstelproces. Voor mij betekent dat ‘nog meer loslaten’ en natuurlijk vindt mijn innerlijke ‘controleur’ daar iets van. Maar ik besef heel goed hoe belangrijk het nu voor Luca is om weer vertrouwen te winnen in haar zelfredzaamheid.
Ik heb in ieder geval nog een hele week de tijd om aan deze gedachte te wennen.
0 Comments