door Anja Kuhn

Hoofdstuk 21 – Jij hebt geen probleem

22 May 2026

“Maar jij hebt geen probleem”, sist hij met op elkaar geklemde kaken en hoge stem, terwijl hij met harde ogen en een verwijtende blik naar mij kijkt. Ik ken deze stemverheffing en de blik en ben hem in de afgelopen 26 jaar al vaker tegengekomen. Maar deze keer knapt er iets in mij.

“Heb ik geen probleem?” vraag ik en ik hoor zelf ook dat mijn stem fel is en trilt. Hoe durft hij dit te zeggen? Ik voel me verontwaardigd en boos.

Ik kan dit niet meer, voel ik aan alles. Mijn lijf beeft. Denkt hij nou echt dat mij dit allemaal makkelijk afgaat? Ziet hij niet hoe hard ook ik iedere dag mijn best doe om dit te kunnen dragen? Verwacht hij nou dat ik dit voor hem oplos? Omdat hij van dit nare gevoel van onmacht af wil?

De afgelopen dagen is de stemming tussen Oliver en mij steeds meer veranderd en afgekoeld. Waar wij aanvankelijk een goed team waren in de zorg rondom Luca, begint het, met het zakken van de adrenaline in ons lijf, steeds meer te schuren en irritatie ligt dicht onder het oppervlak.

*

We zitten allebei in deze uitzonderlijke situatie en doen ons best om er voor Luca te zijn. We hebben allebei te maken met de knagende onzekerheid, de angsten en de zorgen die we ons maken. Ons leven staat op dit moment stil.

In ons beiden worden daarnaast ook oude wonden opengetrokken. Daar is geen ontkomen aan.

Dat is een eenzame strijd, want tijd en ruimte om hierover rustig met elkaar in gesprek te gaan is er in deze fase niet. Daarvoor zitten we er nog te veel middenin en ontbreekt het ons beiden aan energie. We zijn moe en we zijn bang. De toekomst van ons kind mist een stuk vanzelfsprekendheid.

Met het feit dat er op dit moment geen ruimte is voor een rustig gesprek met elkaar, kan ik leven. Ik weet dat dit een tijdelijke situatie is en dat er ongetwijfeld in de toekomst ruimte komt om aandacht aan onszelf te besteden. Ieder apart en voor zichzelf, maar ook wij samen als stel. Was het niet dat Oliver zich op mij afreageert. Dat is een oud patroon van hem zodra hij onder druk komt te staan. Een patroon waar uiteraard twee mensen voor nodig zijn. Want ik laat het ook gebeuren. Of beter, ik heb het in het verleden laten gebeuren.

*

Het is ontstaan vanuit een soort schuldgevoel dat ik had, omdat hij voor mij naar Nederland is gekomen. Het eerste jaar voerden we nog een LAT-relatie, maar het jaar erop heeft hij zijn opleiding aan de universiteit met het behalen van zijn proefschrift afgerond en werd het tijd om te oriënteren op werk. We wisten inmiddels dat we met elkaar door wilden gaan en de kinderen vonden het ook leuk als Oliver bij ons in Groningen zou komen wonen. En zo namen we deze volgende stap.

Oliver heeft alles voor mij achtergelaten en daar heeft hij een prijs voor betaald. Hij kreeg er ook iets voor terug uiteraard, maar die prijs was hoog en daar was ik mij van bewust. Ik was immers zelf 8 jaar eerder naar Nederland verhuisd en ik wist wat er dan allemaal op je afkomt.

*

Hem overkwamen de gevolgen een beetje. Hij raakte zijn oude vertrouwde netwerk kwijt, liet vrienden en familie achter, moest een nieuwe taal leren en moest tijdelijk leven met een bepaalde vorm van ‘woordeloosheid’.

Zijn carrière verliep anders en moeizamer dan die van zijn studiecollega’s. Waar zij al snel zeer goedbetaalde banen vonden, moest hij weer vooraan beginnen en zich eerst weer bewijzen. Dat voelde soms oneerlijk voor hem. Hij voelde zich een aantal jaren ontworteld en eenzaam, op een bepaalde manier verdwaald.

Hij kreeg er een nieuw leven en mooie ervaringen voor terug en was ontzettend welkom. Niet alleen in mijn leven, maar ook Lena en Yako liepen vanaf dag 1 met hem weg. Hij voegde gemakkelijk in en zijn komst voelde heel natuurlijk, zonder dat hij op een stoel ging zitten die niet van hem was – die van ‘de vader’.

Hij werd al snel meer dan alleen de nieuwe partner van hun moeder. Hij werd door Lena en Yako zelf ‘bonusvader’ genoemd en voor de kleinkinderen werd hij later gewoon ‘opa’. Hij hoort er helemaal bij en niemand wil hem missen.

*

Ik zelf was in onze beginjaren nog getraind in ‘redden’ en een geoefende ‘pleaser’. Het lag voor de hand dat deze kanten in mij het over zouden nemen. Zij gingen de klus van ‘het opbouwen van een gemeenschappelijk leven’ wel eventjes klaren.

Ik deed mijn best om gezelligheid in huis te creëren, te helpen een nieuw netwerk op te bouwen en oplossingen te vinden voor neerslachtige gevoelens. Mijn ‘pleaser’ ging deze neerslachtige gevoelens compenseren. Dat was vaak hard werken voor mij, want tegelijkertijd had ik ook mijn eigen leven, inclusief de opvoeding van de kinderen, nog invulling te geven.

Nog steeds was ik ook bezig om een soort ‘levensschuld’ af te lossen, vanuit een diep gevoel ‘het te moeten verdienen’ om geluk te mogen ervaren. Mijn redder bleef maar redden en mijn pleaser alles verzachten. Ik droeg daardoor onbewust bij aan een ongezonde dynamiek binnen onze relatie en hield deze zelf in stand.

*

Ik had te leren om grenzen te stellen en om mij dat te realiseren, moest ik eerst dusdanig veel last krijgen van de situatie, dat doorgaan op de oude manier niet langer de beste optie was. Daardoor kwam onze relatie al eerder dusdanig onder druk te staan dat we er hulp bij zochten en dat leverde eerste stappen richting bewustwording en verandering op.

Ik moest leren dat ik überhaupt grenzen mocht hebben. Dat was niet makkelijk, want ‘eigen grenzen’ waren in mijn ouderlijk huis voor mij ‘gevaarlijk’ geweest. Ik had te leren dat dit gevaar er nu niet meer was. Dat ging niet zonder slag of stoot, zo bedreigend als het vroeger voor mij was geweest.

*

Oliver was niet mijn vader. Net zo min als dat ik Olivers moeder was. Ik riep in Oliver net zo goed thema’s op die herinneringen losmaakten aan tekortschietingen vanuit zijn ouderlijk huis.

Oliver had mijn grenzen juist nodig, liet hij mij weten. “Ik heb nog liever dat je soms even flink boos op mij bent. Dan weet ik in ieder geval waar ik aan toe ben.” En zo hadden we allebei een belangrijke les te leren: ik moest leren om mijn grenzen eerder en duidelijk aan te geven. Oliver had te leren hierin zelf verantwoordelijkheid te nemen en deze taak niet bij mij neer te leggen.

We wilden leren om dit patroon te doorbreken en waren ook al een eind op weg om ook in onze relatie volwassen te worden, maar nu werden we in volle vaart geconfronteerd met de nog openliggende bouwputten.

Oliver in het thema van ‘niet gezien worden’. Ik in het thema van ‘stoppen met redden’. De kracht van het verleden zou ons niet sparen.

*

In tijden van emotionele nood of crisis vallen wij allemaal gemakkelijk terug in oud, vertrouwd gedrag. Het werkt als een soort sterk elastiek. De oude overlevingsmechanismen nemen de boel weer over. Ze hebben ons immers in het verleden ook veilig weten te houden en ze zullen er alles aan doen om dat nu ook te doen.

Maar oude overlevingsmechanismen zijn in ons volwassen leven lang niet meer altijd de beste keuze. Dan is het nodig om nieuw gedrag, nieuwe inzichten en overtuigingen op te doen en jezelf eigen te maken, die passender zijn bij je huidige leven en situatie en bij je rol als volwassene.

Dat betekent dat je zelf verantwoordelijk bent en deze verantwoordelijkheid ook neemt voor je keuzes, je welzijn en je omgang met andere mensen. Bij dit proces hoort het vaak ook om afscheid te nemen van een stuk ‘slachtofferschap’.

Zolang we nog kind zijn, hebben we ons te voegen in het systeem van herkomst en zijn we daaraan overgeleverd. Dat kan samengaan met gevoelens als onmacht en bijdragen aan het gevoel ons niet te kunnen verweren, oftewel ‘slachtoffer’ te zijn. Dat mag veranderen met het proces van volwassen worden.

Alleen is er geen knop die plotseling omgaat, maar is het een (vaak lang) proces van bewustwording, reflecteren, leren begrijpen en ombuigen van oude aannames en overtuigingen naar nieuw gedrag.

Dat is een proces dat confronterend, pijnlijk en ingewikkeld kan zijn, beangstigend ook, maar vooral nodig om echte autonomie te kunnen ontwikkelen, veerkracht op te bouwen en flexibeler te leren reageren. Met groeiend bewustzijn herken je waar je invloed op hebt en hoe je jezelf kunt reguleren. Zodra dat lukt, ben je niet langer ‘slachtoffer’ van je verleden.

Het is een proces van vallen en opstaan en de winst ligt erin dat je iedere keer net iets eerder doorhebt hoe en wanneer het oude vertrouwde (overlevings)mechanisme het weer overneemt.

Iedere keer kun je uiteindelijk net wat eerder ingrijpen door je nieuw verworven volwassen inzichten en gedrag toe te passen. Het is een kwestie van herhalen en daar waar dat nodig is hulp zoeken. Dan kun je bijvoorbeeld met een neutraal persoon de situatie ontwarren. Want alleen is het vaak erg ingewikkeld om deze complexe strategieën en emoties uit elkaar te trekken en nieuwe perspectieven te kunnen ontdekken.

Dat is niet raar of een teken van zwakte, maar heel normaal. Je bent immers deel van het geheel.

*

Het is een feit dat Luca en ook anderen makkelijker met mij over ‘gevoelens’ praten dan met Oliver. Mensen zoeken eerder oogcontact met mij en ik pak een gesprek al gauw op gevoelsniveau op. Oliver is net wat afstandelijker dan ik. Daar heeft hij zelf uiteraard een rol en een keuze in, maar het past ook bij hem.

Hij draagt op een andere manier bij aan gesprekken, is analytischer en dan houd ik mij meer op de achtergrond.

Zo hebben en nemen we allebei onze eigen plek en rol in. Vaak verloopt dat natuurlijk en soepel en soms kan het er ook voor zorgen dat een van ons zich een beetje ‘verloren’ voelt in een bepaalde context en/of gezelschap. Dat hoort er allemaal bij en is voor velen ongetwijfeld herkenbaar.

*

Ook in deze spannende dagen in het ziekenhuis zoekt Luca sneller contact met mij, zowel in woorden als in blikcontact. Net als dat sommige bezoekers, artsen of zorgpersoneel dat doen. Oliver maakt hier soms ook ‘gebruik’ van, want smalltalk vindt hij minder fijn en dan komt het hem goed uit als ik dat deel voor mijn rekening neem.

Maar nu wordt er een oud gevoel in hem geraakt en dat is moeilijk voor hem.

Hij merkt het op. Daar is ook niks mis mee. Die oude pijn van ‘niet gezien worden’ is ook pijnlijk en moeilijk om te verdragen. Zeker in deze dagen met een laag energieniveau en grote zorgen. Ik begrijp dat, want ik zoek zelf ook en voel de kracht van mijn oude wonden en de eenzaamheid die erin schuilt. Ik heb mijn handen vol aan mezelf en mijn poging om mezelf hierin te reguleren.

Waar het misgaat, is dat Oliver mij verwijten maakt. Sterker nog, met zijn boze uitspraak “Maar jij hebt geen probleem” gaat hij volstrekt langs mij heen. Hij ziet mij niet. Daarnaast is het niet mijn taak om verandering in zijn gevoel te brengen. Dat is wat ik hierin veel te lang gedaan heb en wat niet werkt.

0 Comments

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *