Na de zomervakantie in 2009 werd ik al in de eerste week bij onze directeur op de muziekschool naar binnen geroepen om te bespreken hoe mijn functie van docent omgezet kon worden naar die van projectmanager/afdelingscoördinator. We maakten afspraken die aansloten bij onze eerdere afspraken in 2007, toen ik aan de opleiding Master kunsteducatie begon. Ik was klaar voor deze volgende stap en had er inmiddels ook echt zin in.
Weer een week later werd ik opnieuw bij onze directeur naar binnen geroepen, maar deze keer keek hij heel anders. Het ongemak straalde van hem af en zijn blik was ernstig. “Anja, het spijt me ontzettend, maar ik vrees dat ik slecht nieuws voor je heb”. Ik keek hem aan en wachtte af. Ik had geen idee welke kant dit gesprek op zou gaan.
“Ik werd net door de gemeente op de hoogte gebracht dat we per direct een vacaturestop hebben en geen veranderingen meer mogen aanbrengen in de huidige functies. Ik mag jou geen nieuw contract aanbieden en kan onze afspraak niet nakomen. De gemeente heeft besloten de muziekschool af te staan. We zullen binnen twee jaar moeten fuseren met het kunstencentrum. Dat is tenminste de bedoeling. Dat wordt nog een ingewikkeld proces met veel arbeidsrechtelijke onderhandelingen en ik kan daar nog niet veel over zeggen. Tot die tijd kan ik in ieder geval niets doen.”
Ik kon het niet geloven. Het voelde alsof iemand de stop uit mij trok en alle energie die ik in de zomervakantie had opgedaan in een klap uit mij stroomde.
*
Op dit punt waren de gevolgen van het oplopen van een hersteltekort al voelbaar. Mijn lijf reageerde om mij te waarschuwen, maar ik kon dat op dat moment nog niet goed plaatsen. Ik had de kennis en de ervaring gewoon nog niet.
In gesprek met mijn cliënten gebruik ik graag de metafoor van de (energie)bankrekening om inzicht te geven in dit proces. Het helpt om te leren begrijpen waarom ‘even’ opladen op een gegeven moment niet meer werkt.
*
Op onze innerlijke bankrekening hebben we een saldo met energie die we kunnen gebruiken voor alle activiteiten, maar ook voor ons emotionele welzijn. Deze bankrekening wordt regelmatig aangevuld met salaris. Dat zijn alle momenten, activiteiten enz. die ons energie geven, zoals bijvoorbeeld: contact met een fijn en veilig netwerk van naasten en familieleden, een goede nachtrust, leuke activiteiten, vakanties, maar ook werk dat ons voldoening geeft, momenten waarbij we gebruikmaken van onze talenten, bezig zijn in de natuur enz.
Op deze bankrekening is er (in het optimale geval) ruimte voor de ‘lopende kosten’, zoals de dagelijkse dingen die ons energie kosten (bijvoorbeeld werk, regeldingen, huishouden, gezin, partner, huisdieren enz.).
Aan al deze activiteiten of situaties hangt een ‘prijskaartje’. Sommige dingen zijn relatief ‘goedkoop’; we betalen er maar een klein bedrag voor van onze rekening. Andere dingen zijn juist ‘duur’ (denk aan zorgen, ziektes, conflicten of existentiële angsten).
Deze prijskaartjes zijn heel persoonlijk, want wat de ene persoon veel energie kost, kan voor een ander een fluitje van een cent zijn. Het is goed om de eigen kosten/batenbalans inzichtelijk te hebben. Desnoods met hulp van een neutrale gesprekspartner.
Op het moment dat de kosten en baten namelijk goed in balans zijn, is er niets aan de hand en zelfs ruimte om een deel apart te zetten op een extra spaarrekening voor het geval dat er eens onvoorziene dingen gebeuren. Dan bouw je als het ware een spaarpotje op voor tijden van hogere stress of zorgen.
Onze (energie)rekening is altijd in beweging. We ontvangen zelfs rente, zolang we maar in de zwarte cijfers zitten. Soms komt er iets bij en dan gaat er weer iets af, maar er is in een optimale situatie altijd voldoende.
In mijn geval ging het hier mis.
*
“Betekent het dat ik de afgelopen twee jaar helemaal voor niets mijn master heb gehaald? Al dat werk, alle inspanningen – sta ik nu precies daar waar ik eerder ook al stond?” Ik zag aan zijn gezicht dat het hem ontzettend speet, maar hoorde ook de onmacht en dat dit veel groter was dan alleen ‘mijn probleem’. Ik verweet hem niets, maar kon de teleurstelling niet tegenhouden. Het voelde meer als een soort teleurstelling in ‘het leven’ dat mij iedere keer weer obstakels in de weg legde als ik eindelijk eens in rustiger vaarwater terecht zou komen.
“Ik kan je in ieder geval niet het beloofde contract aanbieden, maar ik wil je een alternatief voorstel doen om je toch tegemoet te komen. Ik ken je situatie immers en daarvoor wil ik nog steeds graag samen met jou een oplossing vinden.” Ik geloofde hem en zag dat hij meende wat hij zei.
“We doen alles zoals we het eerder met elkaar besproken hebben. Je gaat je lesuren verder verminderen en je gaat aan de slag met het project en een aantal andere taken. Wij ondersteunen je daarin. Ik kan je alleen geen ander contract aanbieden, maar je blijft officieel hier werken als ‘docent’. Mocht de fusie er inderdaad komen, dan zet ik mij ervoor in dat je in de nieuwe organisatie alsnog de kans krijgt om van functie te veranderen. Meer kan ik op dit moment niet voor je doen.”
Boem, dit was de eerste van een hele reeks tegenvallers die nog zouden gaan volgen. Terwijl ik me ook dankbaar voelde dat hij zijn best voor me deed, voelde ik tegelijkertijd weer dat doodlopende pad op me afkomen.
Maar misschien viel het allemaal uiteindelijk ook mee en moest ik alleen maar tijdelijk meebewegen met deze ontwikkelingen. Ik besloot om mijn focus te richten op de kansen en deze te benutten. Alles andere had ook weinig zin. Maar het deed toch pijn en het bracht weer onrust.
Dat was niet helpend voor het aanvullen van mijn energiereserves na deze inspannende periode die achter mij lag.
*
Het hele proces van fuseren duurde al met al een paar jaar en zoals zo vaak bij dit soort ontwikkelingen ging het samen met onvrede, onrust en veranderingen op de werkvloer. Veranderingen die onder de collega’s niet altijd welkom waren en weerstand opriepen. Dat gaat bij ‘fuserende organisaties’ zelden zonder slag of stoot.
Ik besloot zo open mogelijk dit proces in te gaan, maar al snel werd duidelijk dat het niet zozeer op een fusie neerkwam, maar veel meer een soort ‘overname’ werd.
Voor de ene organisatie veranderde er heel veel en voor de andere maar weinig. Soms moest ik denken aan het vallen van de muur in 1989. Terwijl in West-Duitsland het leven gewoon doorging, veranderde er voor de mensen in Oost-Duitsland ontzettend veel en hadden zij zich maar in te voegen. Daardoor voelden veel mensen uit Oost-Duitsland zich lange tijd tweederangsburgers. Alles waar zij zich eerder voor ingezet hadden, leek ineens minderwaardig en telde niet meer mee.
Deze vergelijking gaat uiteraard niet helemaal op, maar er waren wel raakvlakken.
*
In de aanloop naar de fusie kreeg ik zelf ineens een andere leidinggevende. Het was een medewerker die vanuit de gemeente herplaatst werd op de functie die mij eerder beloofd was. Hij was elders binnen de gemeente ‘boventallig’ geworden en er moest tijdelijk een andere plek voor hem gevonden worden.
Dat was zuur voor mij. Ons contact verliep aan het begin stroef. Hij had namelijk eerst geen idee dat hij op de functie was gezet, waar ik naartoe gewerkt had. Daarnaast gedroeg hij zich nogal neerbuigend naar mij toe.
Na een tijd vonden we een vorm om met elkaar om te gaan, maar toen werd de fusie ook al snel een feit. Dat betekende dat alle functies opnieuw gedefinieerd werden en terwijl ik inmiddels al heel ander werk deed, was er ineens weer sprake van dat ik alleen onder de functie ‘docent’ mocht meegaan naar de nieuwe organisatie. Alleen: ik kon het docentenwerk, om bekende redenen, niet meer uitvoeren.
*
Uiterlijk op dit punt ontstond er een disbalans op mijn energierekening. De kosten bleven hoger dan de inkomsten, oftewel ik gaf continu meer energie weg dan dat er binnenkwam en dat over een lange tijd. Door het chronische tekort aan herstelmomenten liep ik op mijn (energie)bankrekening in het rood. Dat resulteerde in het ervaren van steeds meer stressklachten.
Dat had nog niet erg te hoeven zijn, want ik had ook nog mijn extra (energie)sparpotjes om tijdelijk een beroep op te doen. Daarmee kon ik een tijdje extra kosten nog steeds opvangen. Voorwaarde hiervoor was wel, dat er dan op afzienbare tijd salaris/energie binnen had moeten komen. Maar het einde was nog niet in zicht en dat had gevolgen.
*
Door al het gedoe in dat fusieproces was mijn oude directeur ineens helemaal buiten beeld en had ik geen poot om op te staan. De directeur van de andere fusieorganisatie nam de boel over en bleek een eigen agenda te hebben. Hij wilde vooral zo snel mogelijk af van de voormalige medewerkers van de andere organisatie.
Desondanks kreeg ik nog een keer de kans om op een passende functie te solliciteren. Het lukte mij om het assessment, dat deel uitmaakte van de sollicitatieprocedure, met succes door te komen.
Ik weet nog heel goed hoe iedereen die dat gelukt was, gefeliciteerd werd met een handslag. Toen ik aan de beurt was, weigerde de nieuwe directeur mijn uitgestoken hand. Toen wist ik zeker dat ik vanaf nu in het hol van de leeuw zat.
*
De uitgaven op mijn (energie)rekening bleven bovengemiddeld hoog. Ook bij mijn cliënten zie ik deze disbalans vaak terug. Redenen hiervoor kunnen bijvoorbeeld een blijvend hoge werkdruk zijn, maar ook zorgen, rouw en verlies, ziekte, langdurig slaapgebrek, te weinig autonomie, mobbing of pesten en andere onveilige situaties. In dat geval zakt het saldo op onze rekening steeds vaker in het rood. Het lukt ons nog maar met moeite om tot een positief saldo te komen en het vervelende is dat we op dit punt ook nog een negatieve rente moeten betalen. We moeten dus extra aflossen!
In deze fase is er sprake van chronische stressklachten. Eerst komen we nog net rond, maar het is al lang niet meer ontspannen. We hebben er onze volle aandacht voor nodig om nog zwarte cijfers te realiseren en energie over te houden. Dat kost op zichzelf alweer extra energie.
In deze fase van overspannenheid lukt het ons vervolgens nauwelijks nog om het saldo in de plus te tillen, maar staan we steeds eerder en langer in het rood. Het vervelende is dat alles wat aan salaris (tijd die je investeert om op te laden) binnenkomt nu steeds opgaat aan die negatieve rente die je inmiddels te betalen hebt. Hierdoor wordt het aldoor lastiger of zelfs onmogelijk om nog zwarte cijfers te schrijven. Dat werkt frustrerend, want hoe hard je ook je best doet, je komt steeds moeilijker uit de (energie)schulden. Je loopt langzaam maar zeker leeg.
*
Desondanks zette ik mij volop in voor deze nieuwe functie en het team dat ik onder mijn hoede had. Het werk op zichzelf vond ik namelijk heel leuk. De toon en de omgang met de medewerkers die van bovenaf aan ons opgedragen werden, pasten daarentegen helemaal niet bij mij.
Simpel samengevat was er daardoor sprake van een onveilige werksituatie voor veel collega’s en mezelf. Daar liep ik op den duur op vast. We zagen misstanden, maar ons werd verboden om erover te mogen praten met mensen buiten de organisatie. Dat schuurde met mijn eigen normen en waarden.
De directeur smulde ervan, want dat was precies zijn bedoeling geweest. Hij zocht naar een manier om mij en een aantal andere collega’s eruit te kunnen werken en daarmee de voorlopige ontslagbescherming, die voor ons eruit onderhandeld was, te kunnen omzeilen.
Achteraf konden ik en mijn collega’s dat zien, maar ook die puzzel viel pas achteraf helemaal te leggen.
*
Op dit punt raakte ik op mijn (energie)rekening failliet – of dus burn-out. De schulden die ik door alle uitgaven (stress, zorgen, angsten, onmacht en onveiligheid) inmiddels had opgebouwd, kon ik niet meer overzien. Met alle extra kosten voor rentes die ik over mijn energietekort had te betalen, lukte het mij niet meer om tot een positief saldo te komen.
Mijn gewone maandsalaris (veilig netwerk, sociale contacten, slaap, weekenden en vakanties) was al lang niet meer voldoende om mijn schulden af te lossen. Ik zat vast in een negatieve spiraal van roofbouw op mijn energiereserves. Door langdurige overbelasting had ik een hersteltekort opgebouwd waar ik zonder hulp niet meer uit kon komen. In mijn geval was ‘hulp’ niet afdoende, maar was er nog een andere stap nodig. Ik moest uit deze ongezonde situatie komen en opnieuw beginnen.
*
De advocaat die mij na de zomer in 2014 ondersteunde in het traject om tot een vaststellingsovereenkomst te komen, kende deze directeur, want hij had al vaker medewerkers ondersteund van de voormalige fusieorganisatie. “Trek het je vooral niet persoonlijk aan”, zei hij tegen mij. “Deze man staat al vele jaren bekend om zijn narcistische persoonlijkheid en ik durf te zeggen dat jij niets fout hebt gedaan. Je had gewoon pech dat je op zijn pad bent gekomen.”
Ineens herkende ik het gedrag en kon ik het in de terugblik plaatsen. Gevoelsmatig hadden mijn voelsprieten al vanaf het eerste moment gereageerd op deze man en vertelde ik al snel thuis dat er iets niet klopte, maar ik kon er de vinger niet op leggen. Nu zag ik de parallellen met mijn vader. De stressfactoren die zich toch al hadden opgestapeld de afgelopen jaren, hadden daarmee nog een extra laag erbij gekregen. Mijn lijf reageerde met goede redenen gealarmeerd op deze man.
*
Ik vertelde mijn advocaat over een scène met mijn directeur bij het koffiezetapparaat: “Wij waren met z’n tweeën en hij kwam dicht bij me staan. Ik wist niet goed wat hij van mij wilde, totdat hij ineens met een strakke blik in mijn ogen keek en zei: ‘Binnenkort ga ik met pensioen en op mijn laatste werkdag zal ik ervoor zorgen dat jij hier weg moet.’ Daarna draaide hij zich om en liep met een haast hatelijke glimlach op zijn gezicht weg. En nu sta ik hier met u en kan alleen maar vaststellen: hij heeft het waargemaakt.”
Mijn advocaat keek mij aan en klopte zachtjes op mijn schouder. “Ik herhaal het nogmaals: trek het je niet te persoonlijk aan. Hij staat erom bekend. Ik help je wel om hier zo goed mogelijk uit te komen.”
Dat deed hij, maar ondertussen had ik geen reserves meer. Alle rek was eruit.
*
Na het gesprek met mijn huisarts begon namelijk de zomervakantie en had ik nog hoop dat deze vakantie voldoende zou zijn om weer op te laden. De eerste drie weken kon ik helemaal niets en daarna krabbelde ik er langzaam weer wat bovenop. Ik herinner me dat ik tijdens onze vakantie in de Alpen ontzettend vaak moest huilen en mij afvroeg waar ik nou eigenlijk mee bezig was.
Ik leek mezelf te zijn kwijtgeraakt in deze doordenderende trein van ‘moeten functioneren’ en mij continu moeten aanpassen aan de veranderende omstandigheden. Wat ik zelf wilde of nodig had, wist ik helemaal niet meer.
Desondanks was ik nog steeds van plan om terug te keren naar mijn werk. Te veel had ik de afgelopen jaren geïnvesteerd. Er moest nu toch wel een tijd volgen dat het me eindelijk een keer meezat en ik de vruchten mocht plukken.
Na de vakantie ging ik weer aan het werk, maar al in de eerste week sloeg mijn systeem helemaal af. Alle lichamelijke symptomen waren er weer en het was alsof de vakantie geen enkel effect had gehad op mijn herstel. Pas toen besefte ik echt wat mijn huisarts bedoelde met ‘je hebt een burn-out’.
Ik zocht hulp van buitenaf en plande gesprekken met een therapeut. Ik zocht ook het gesprek met onze P&O-medewerker, maar al tijdens het eerste gesprek werd mij duidelijk dat het helemaal niet de bedoeling was dat ik terug zou keren in mijn oude functie. Tot mijn grote verbijstering was mijn plek al een week na de vakantie gevuld met iemand anders en het gesprek ging helemaal niet richting werkhervatting.
Toen ik onze directeur hierna ging vragen, hoorde ik dat mij een voorstel gedaan zou worden in de vorm van een vaststellingsovereenkomst, maar dat ik het niet in mijn hoofd moest halen om daar een advocaat bij in te schakelen. Precies deze uitspraak zorgde ervoor dat ik juist dat wel deed.
0 Comments