Het antwoord in Olivers zoektocht naar een oplossing ligt niet bij mij, maar bij zichzelf. Dat hij geraakt is, begrijp ik en dat raakt mij ook. Maar het is niet mijn verantwoordelijkheid. Dit besef dringt steeds meer tot me door.
Het is zijn eigen taak tot zelfreflectie: Waar komt deze pijn vandaan? Waar ligt de oorsprong? Waar zit de kern van dit gevoel van ‘niet gezien worden’? Welke tools of hulptroepen kan hij inzetten om zichzelf te ondersteunen en te reguleren. Net als dat ik deze taak heb rondom mijn eigen thema’s en pijnpunten.
Ik ben hooguit een symptoom dat zijn gevoel aanwakkert, maar niet de oorzaak. Ik kan hem daarin niet redden en ik wil het ook niet.
Onder andere omstandigheden zou ik hier graag een open gesprek met hem over willen voeren, maar nu gooit hij al zijn boosheid voor mijn voeten en geeft hij mij ‘de schuld’. De hevigheid waarmee dat gebeurt, de kille blik in zijn ogen, geeft mij veel informatie. Het bevestigt dat dit helemaal niet over mij gaat.
*
In vaktermen (in coaching of therapie) noemen we dat overdracht en tegenoverdracht. Dit zijn onbewuste psychologische processen waarbij gevoelens uit eerdere relaties of de jeugd worden geprojecteerd op huidige relaties.
Bij overdracht projecteert een persoon (in coaching – de cliënt) oude emoties zoals woede, angst en afwijzing, op de ander, terwijl tegenoverdracht de emotionele reactie van de ontvanger hierop is.
De ontvanger kan dan onbewust reageren met eigen oude gevoelens, zoals irritatie, te veel willen beschermen of willen redden.
Het herkennen van deze dynamiek is cruciaal om te begrijpen wat van de ander is en wat van jezelf, en om te voorkomen dat oude patronen in de huidige relatie worden herhaald.
In coaching is het herkennen van overdracht en tegenoverdracht van groot belang om met een neutrale blik te kunnen blijven kijken naar de situatie. Hiervoor is zelfkennis nodig en wordt supervisie ingezet om eigen vragen van de coach zuiver te scheiden van die van de cliënt.
Overdracht kenmerkt zich door de hevigheid van de emotionele reactie, zonder dat er voor de ander een duidelijke aanleiding voor is.
Maar ik ben uiteraard in deze situatie niet ‘de coach’, maar gewoon ‘de vrouw’ en die wil ik ook blijven!
*
In het verleden deed ik pogingen om Olivers pijn te verzachten, maar nu heb ik geen reserves meer. Ik ben in deze hele situatie met alle zorgen helemaal teruggeworpen op mijn kern, zonder beschermende laagjes of buffers. Ik voel me open en bloot en ontzettend kwetsbaar.
Ik voel in alles dat ik nu eerst voor mezelf moet zorgen om hier niet in te verdrinken. Daarna kunnen we samen verkennen hoe wij hieruit kunnen komen.
*
Om mezelf te beschermen trek ik mij terug en keer ik mij naar binnen. Ik weet uit ervaring dat Oliver dat heel pijnlijk vindt en het zijn gevoel van ‘niet gezien worden’ gaat versterken. Dat spijt mij en is niet mijn intentie, maar ik kan niet anders. Ik moet mezelf nu beschermen.
Ik besluit om hem in ieder geval uitleg te geven en hoop daardoor aan hem te laten weten dat ik niet uit ben op onnodige provocatie. Ik ben ook maar aan het overleven sinds we hier in het ziekenhuis zijn beland.
Ik kan de emotie in mijn stem niet onderdrukken, maar leg uit:
“Ik begrijp dat jij nu ook geraakt wordt in oude stukken. Het is voor ons beiden een uitzonderlijke situatie, maar ik kan jou hierin nu niet helpen en al helemaal niet redden. Sterker nog, ik voel nu meer dan ooit tevoren dat ik dit ook niet moet doen. Misschien is dat ook wel heel gezond?!” Terwijl ik deze woorden uitspreek, voel ik aan alles dat ze kloppen. Ik sla voor het eerst het reflex van ‘willen redden’ over en richt me op mezelf.
“Ik denk dat wij beiden, ieder voor zich, nu vooral heel goed voor onszelf moeten zorgen en de verantwoordelijkheid voor onszelf moeten nemen. Daarmee helpen we elkaar ook het meest. Ik heb dat de afgelopen week al geprobeerd te doen en mijn eigen stuk hierin geprobeerd te bewaken. Dat vond ik soms best pittig en het deed ook regelmatig pijn. Ik denk dat jij dat nu ook moet doen. Dat is namelijk niet mijn taak.” Ik zie dat hij dit niet leuk vindt om te horen, maar ga door.
“Ik kan hooguit naar je luisteren, naar je eigen deel en wat jij daarin tegenkomt en wat jij kunt doen om jezelf te reguleren. Ik kan en wil dat niet langer voor jou doen. En terwijl het mij pijn doet om je zo te zien, voelt het ook heel gezond om het nu bij jou te laten. Tegelijk voelt het ook alsof ik je in de steek laat. Dat zijn volgens mij oude gevoelens uit mijn verleden. Ik had in mijn leven al vaker het gevoel om anderen in de steek te laten als ik ze niet kon redden en toch moet ik daar juist mee stoppen.”
Ik realiseer mij dat dit veel tekst is, met veel herhaling, maar dat heb ik blijkbaar nodig om mezelf op koers te houden. Ik vermoed dat het voor Oliver ook veel is om nu te kunnen bevatten, maar voor mij wordt het ineens heel duidelijk. Ik kan de woordenstroom niet tegenhouden en snik het voor een groot deel eruit. Met iedere volgende zin voel ik wat ik nu te doen heb.
Misschien doe ik het nog heel erg onhandig, maar ik doe het wel. Ik kom voor mezelf op en dat is juist. Net zoals de vergelijking met de zuurstofmaskers in een vliegtuig. Ik moet eerst zelf het masker opzetten voordat ik anderen kan redden, want anders overleven wij allebei niet; overleeft onze relatie dit niet. En precies dat heb ik in mijn leven al vaker in de verkeerde volgorde gedaan.
*
Het is het begin om mij van mijn haast dwangmatige ‘redder’ los te maken en verantwoordelijkheid terug te geven aan diegene die het betreft. Mijn overlevingsmechanisme helpt mij niet meer in deze ongezonde vorm. Gek genoeg lukt mij dat met mijn cliënten goed, maar als het gaat om mijn naasten, is dat een heel ander verhaal en neig ik ertoe om mijn grenzen uit het oog te verliezen.
Mijn redder werd ooit geboren door het overlijden van mijn broertje. Later werd hij gevoed door de onveiligheid die ik thuis had ervaren. Door de onvoorspelbaarheid van mijn vader. Ik wilde mijn ouders redden en behoeden voor nog meer pijn en verdriet, en later mijn moeder redden voor mijn vader.
Mijn redder mag nu eindelijk teruggebracht worden naar een gezonde en evenwichtige redder. Geen redder in de overdrive, panisch voor de gevolgen van wat er gebeurt als ik stop met redden. In deze actuele situatie word ik mij op een volgend niveau bewust van de rol van mijn redder.
Ik ontneem met mijn pogingen om te redden namelijk ook de ander de mogelijkheid om te kunnen groeien en zich verder te kunnen ontwikkelen. Mijn redder vindt dat redden namelijk prima, want dan blijft hij nodig, maar gezond is dat niet.
Een evenwichtige redder mag blijven. Met vallen en opstaan. Dat hoort bij mijn eigen tempo en mijn eigen proces, maar ik ben vastbesloten om het nu aan te gaan en mijn angst in de ogen te kijken. Want het is deze angst die hieronder zit. Als ik niet meer ‘ga redden’, laat ik namelijk een deel van de controle los. Een vorm van controle die in feite niet bestaat.
*
Ik trek hier op dit punt een grens. Een harde grens, maar ik heb geen keuze. Ik wil mijn hoofd boven water kunnen houden. Dat is tegelijkertijd heel pijnlijk, maar ook een duidelijk gevoel dat ik niet kan tegenhouden. Ik herken dit gevoel. Ik ben het eerder tegengekomen. Voor het eerst, toen ik zomaar het huis uitging.
“Laten we dit nu parkeren en later hulp erbij zoeken en het nu heel praktisch aangaan”, stel ik met wat meer mildheid voor.
In mijn hoofd klinkt een zin door, die al de eerste nacht in het ziekenhuis, liggend naast mijn dochter, door me heen ging: ‘Make it or break it’. Ik vulde mijn ladekast met hulptroepen, waaronder ook een adres van een goede relatietherapeut.
Laten we hier later werk van maken, maar nu vooral de rust bewaren. Ik hoop namelijk dat we het uiteindelijk gaan maken, maar ik weet ook dat ik nu niet bang moet zijn voor mijn eigen woorden en dicht bij mezelf moet blijven.
*
Ik voel aan alles dat ik, met deze stapeling aan stressfactoren, een beroep doe op mijn laatste energiereserves en begin daarom te sorteren en te schaven. Stressklachten en burn-out zijn mijn vakgebied en ik weet heel goed dat ik nu moet oppassen. Ik besluit daarom om extra op te letten waar ik op dit moment mijn energie aan besteed.
Ik meld mij daarom diezelfde avond alvast af voor een familiefeest in april in Duitsland. Dat is al binnenkort. De stiefzus van Oliver viert samen met haar man een ronde verjaardag, maar ik zal dan nog niet klaar zijn voor dit soort activiteiten. Veel (en vooral) onbekende mensen, geluiden en harde muziek, lang reizen, in een ander bed moeten slapen, anders eten – het zijn ook onder normale omstandigheden geen energiegevers voor mij. Zo goed ken ik mezelf ondertussen wel.
Die energie zal ik de komende tijd nog hard nodig hebben. Ik hak de knoop direct door en ga een besluit niet langer uitstellen. Pas dan lekt ook geen energie meer weg aan ‘nadenken over’.
*
Ik maak hierin mijn eigen keuze en vertel het Oliver. Ik geef ook aan dat ik het prima vind als hij alleen wil gaan. Misschien geeft het hem wel welkome afleiding. Alleen ik moet hierin op dit moment een keuze maken die bij mij past. Ik moet goed voor mezelf zorgen.
Hij reageert teleurgesteld: “Zeg je dat nou ook nog zomaar af? Ik had ernaar uitgekeken om eindelijk eens een avond iets leuks te kunnen doen. Dansen, mensen zien” en we botsen ook hierin op elkaar.
“Maar ik kan nu geen feest vieren en al helemaal niet zoveel onbekende mensen zien en vrolijk doen”, geef ik terug, en alleen de gedachte al overvraagt mij helemaal. Terwijl ik zijn teleurstelling ergens ook begrijp, want ik had nu ook liever in een andere situatie gezeten, ben ik ook wat overdonderd door zijn reactie.
Vroeger had ik nu geprobeerd om voor hem tot een oplossing te komen en mezelf waarschijnlijk, tegen beter weten in, weggecijferd. Nu doe ik dat niet. Ik bewaak mijn grens.
Dat hij zijn teleurstelling ook hierin tot mijn verantwoordelijkheid lijkt te maken, raakt daarnaast ook oude gevoelens die mij herinneren aan gedrag van mijn vader. Daar is weer zo’n trigger.
Maar ik ben zo moe en ondertussen gaat de zorg om Luca ook gewoon door, dat ik het uitstel om dit nu met hem uit elkaar te puzzelen. Dat moet later wel.
*
Ik stel weer voor om dit onderwerp voor nu te parkeren om erger te voorkomen. Ik houd namelijk nog steeds van mijn man en ik zie hem in zijn pijn en onmacht. Ik wil hem niet kwijt, maar dit is te groot voor ons alleen. Ik stel voor om op een later moment hiervoor samen hulp te zoeken, ook omdat ik voel dat ik mezelf hierin mag ontzien.
Een neutrale blik zal ons helpen om deze knoop te ontwarren en bij de ander te laten wat bij de ander hoort, zonder elkaar daardoor kwijt te raken. Ik weet dat dit ons nu kan breken, of juist dichter bij elkaar kan brengen. Dat zal pijnlijk en confronterend zijn, maar dat heb ik ervoor over. Dat is voor mij vanuit volwassenheid ‘houden van’.
Oliver heeft nog even tijd nodig om op het punt te komen om hierin in te stemmen, maar uiteindelijk kiezen we ervoor om dit aan te gaan. Het lijkt achteraf een goede keuze te zijn, want we nemen weer een volgende stap in onze relatie. Ieder voor zich en ook samen. Niet de laatste keer, ongetwijfeld, maar wel een waardevolle.
0 Comments