door Anja Kuhn

Hoofdstuk 29 – Alle ballen in de lucht

1 Aug 2026

Oliver is bij Luca in het revalidatiecentrum en ik ben thuis. Ik voel me wat verloren en word inmiddels gek van het wachten op het resultaat van het pathologische onderzoek. Wanneer horen we eindelijk wat de uitkomst is? Waarom duurt dit zo lang?

Ik begrijp dat het onderzoek zorgvuldig gedaan moet worden en dat het ergens ook goed nieuws is. Een heel team buigt zich hierover en er is inmiddels zoveel meer kennis over de diverse vormen van hersentumoren, waardoor ook de behandeling veel gerichter is. Maar het wachten op deze uitslag is slopend.

De hondjes liggen rustig te slapen, maar ik kan zelf geen rust vinden. De deur naar het terras staat open en de lentelucht en -geluiden komen naar binnen. Terwijl ik dat fijn vind, brengt het vandaag onvoldoende verlichting.

Nog steeds voel ik dat met name mijn innerlijke controleur op dit moment van slag is. Doordat we minder vaak aanwezig zijn bij Luca, hebben we ook minder zicht op het totale plaatje. Dat is in haar herstelproces een goede ontwikkeling, maar mijn controleur denkt daar heel anders over.

Hij heeft immers ervoor gezorgd dat ik veilig door het leven kon komen door alles bij te houden en te dubbelchecken. Hij is het er nu helemaal niet mee eens om zijn taak zomaar los te laten.

Ooit in het verleden is deze innerlijke controleur actief geworden en kreeg een soort ‘bodyguard-functie’ in mijn leven. In tijden van crisis neemt deze kant in mij het onmiddellijk en op de automatische piloot over. Dat is wat onze primaire subpersonen altijd doen. Dat is ook functioneel en prima, zolang een subpersoon niet in een soort overdrive schiet. Dan is ook mijn controleur niet langer helpend, maar kost hij juist veel energie.

De weg naar verlichting is in dit geval niet om mijn controleur zijn taak zomaar te ontnemen. Dat zal hem allesbehalve geruststellen en er zeer waarschijnlijk alleen maar voor zorgen dat deze kant in mij nog actiever en ongeruster gaat worden.

Wat deze kant in mij nu nodig heeft, is dat ze gezien wordt in haar zorgen door mijn innerlijke teamleider of – zoals we deze in Voice Dialogue noemen – mijn bewuste ego.

Alleen al het feit dat ik opmerk wat hier gebeurt, brengt verandering in mij op gang. Ik val namelijk niet meer samen met dit onrustige gevoel, maar kan het plaatsen bij dat deel in mij dat het nu moeilijk heeft.

Zodra mij dat lukt, kan ik ook contact maken met andere kanten in mij die er wel vertrouwen in hebben. De kanten in mij die weten dat het goed is dat ik Luca nu minder vaak zie. Want die kanten in mij zijn er ook. Ik wijs mijn innerlijke controleur niet af, maar besef dat het maar een deel in mij is. Ik kan er compassievol mee zijn en ernaar kijken.

*

Ik loop wat heen en weer door de kamer en kom langs de piano. Ik doe het deksel open en raak de toetsen aan. Wat mij ooit zo vertrouwd was en nog steeds een gevoel van liefde door mijn lijf laat stromen, doet tegelijkertijd ook pijn.

Ik kan er niet zoveel aan doen, maar vandaag vind ik het leven nogal oneerlijk. Dat zal ongetwijfeld ook met de onderliggende vermoeidheid te maken hebben. Alle spanningen van de afgelopen tijd zijn nog voelbaar in mijn lijf.

Ik ben het zat dat het leven al zoveel dingen van mij heeft afgepakt, want zo voelt het op dit moment. Ik kan mij niet verweren tegen een gevoel van oneerlijkheid en onmacht. Het voelt alsof er een enorme hogedrukspuit al het verdriet en de rouw die ik in mijn leven al ben tegengekomen in één keer op mij afvuurt. Ik moet ineens heel hard huilen.

Het overlijden van mijn broertje, al het verdriet rondom mijn afwezige ouders, de scheiding van de vader van mijn oudste twee kinderen, de fases van armoede, het moeten opgeven van mijn plek achter de piano en mijn werk als beroepsmuzikant – het komt als een grote golf over me heen. Daar is ineens weer het gevoel van eenzaamheid dat voor het eerst op mijn pad kwam toen mijn broertje overleed. Vandaag is zelfs het feit dat mijn oudste twee kinderen zo ver weg wonen mij even te veel, terwijl ik daar over het algemeen vrede mee heb.

Ik kan deze golf vandaag niet tegenhouden en laat hem maar gewoon over me heen komen. Blijkbaar is dat even nodig om te kunnen ontladen.

*

Hier, zo dicht bij de piano, roept mij de troostende klank van het instrument. Ik mis het gevoel van vroeger, dat ik mijn emoties door mijn vingers vorm kon geven, en dat het voor mij een ventiel was om mezelf te kunnen reguleren.

Het deksel van de piano is inmiddels alweer 10 jaar dicht.

*

Nadat ik na de diagnose Morbus Bechterew het dringende advies had gekregen om te stoppen met mijn werk achter de piano, veranderde er veel. Niet in een klap, maar heel geleidelijk en verdeeld over een aantal jaren.

Enerzijds gaf de diagnose mij een bepaalde soort rust, omdat het niet langer ‘mijn schuld’ was dat ik zoveel last had van al die pijn. Het lag dus niet aan mij. Het lag niet aan een foute techniek of houding, zoals eerst nog gedacht werd. Het was niet langer zo dat ik niet hard genoeg mijn best had gedaan of dat ik een aansteller was. Ik had nu een antwoord.

Anderzijds was ik er nog niet klaar voor om los te laten waar ik zo hard voor had gewerkt en wat als een soort vuurtje in mij brandde. Dat vuurtje was er nog steeds en het was niet van plan om zomaar uit te doven.

Jarenlang had ik in mijn hoofd een bepaalde route uitgestippeld en gevolgd om mijn droom waar te maken. Ik had er hard voor gewerkt.

Deze route werd ineens een weg die nergens meer naartoe leidde. Alsof je een wandelroute volgt, soms een rustig weggetje, soms een pittig pad, maar wel een weg die je overduidelijk de richting wijst. Ineens eindigt deze heel vaag midden in de bosjes. Waar ik het pad eerst haast ‘met mijn verstand op nul’ kon volgen, had ik ineens geen idee meer waar ik naartoe moest.

*

In een eerste stap stopte ik met het spelen in bandjes. Ik had al langere tijd gemerkt dat de gebroken nachten die hoorden bij ‘spelen op een podium’ de pijn extra gingen uitlokken. Ik was na een weekend met optredens helemaal gesloopt en had niet alleen veel pijn, maar was ook doodmoe. Haast uitgeput.

De reumatoloog legde mij later uit dat dit helaas hoort bij de ziekte van Bechterew en dat vermoeidheid de meest voorkomende bijhorende klacht is. Ik zou moeten leren om hier rekening mee te houden en niet over mijn grenzen heen te gaan. Mijn lijf was immers continu bezig om met de ziekte om te gaan en dat kost extra energie.

Het klonk logisch en gaf veel herkenning, maar tegelijkertijd was het ook enorm frustrerend. Ik schoot daardoor deels in een soort innerlijke opstandigheid. Dat resulteerde erin dat ik vanuit een soort verzet hard mijn best deed om er alsnog het beste van te maken. Ik was nog niet bereid om mij hier zomaar bij neer te leggen. Dat bleek geen slimme strategie, maar het hoorde bij het proces van afscheid nemen. Een soort van ‘ontkenning’ in een rouwproces.

*

Ik ging door met mijn werk als pianodocente en ook hierin ging ik voor mezelf aanpassingen maken. Dat werkte aardig, maar had ook zijn beperkingen. Lang zitten resulteerde altijd in meer pijn. Daarnaast kon ik niet voorkomen dat ik mijn oude speelniveau niet langer kon vasthouden en al zeker niet verder kon groeien in mijn vak.

Na een dag lesgeven zat het er voor mij niet meer in om ook nog zelf te studeren. Dat maakte me regelmatig verdrietig, want ‘de leuke dingen’ kon ik niet meer doen achter het instrument.

Ook gaf dat vervelende situaties met sommige collega’s. Er kwam een oordeel op mij, omdat ik geen podiumervaring meer opdeed. In hun visie kon ik dan geen goede docent meer zijn en telde ik niet meer mee als ‘musicus’.

Dat gaf mij een onmachtig gevoel. Mijn speelniveau was namelijk nog altijd ruim voldoende om mijn leerlingen te kunnen onderwijzen en mijn situatie deed niets af aan mijn kwaliteiten als docent. Ik moest denken aan sommige docenten op het conservatorium die weliswaar goede musici waren, maar waardeloze docenten. Een discussie die ik nog vaker zou voeren – want wat maakt een docent tot een goede leraar?

Hoe dan ook, ik kwam er niet langer omheen om mijn situatie op mijn werk bespreekbaar te maken en maakte een afspraak met mijn leidinggevende.

*

Ik had in die tijd gelukkig een fijne leidinggevende die mij zag in mijn zoektocht binnen dit rouwproces en bereid was om met mij mee te denken over oplossingen. Hij had al eerder ook andere kwaliteiten in mij gezien en mij een aantal coördinerende rollen gegeven die ik met veel plezier oppakte.

Met het horen van dit nieuws deed hij mij daarom een aantal weken later een voorstel: “We hebben jouw situatie binnen het managementteam met elkaar besproken en willen je een voorstel doen:

Jij volgt de komende 2 jaar een aanvullende opleiding en haalt je Master Kunsteducatie, naast je huidige uren en taken. Je brengt je lesuren al geleidelijk aan steeds meer terug en neemt geen nieuwe leerlingen meer aan. In plaats daarvan breid je andere taken verder uit.

Na succesvolle afronding van de masteropleiding bieden wij jou een passende functie aan als coördinator of teammanager. Op die manier kun je blijven werken in de culturele sector en kun je gebruikmaken van je praktijkervaring in de muziek. Je begrijpt het werk van binnenuit en dat is altijd een meerwaarde ten opzichte van mensen die niet uit het vak komen. Dat betekent wel dat je twee jaar lang je schouders eronder moet zetten en de opleiding in je eigen tijd gaat volgen. Wij betalen de kosten voor de opleiding.”

Wow – dat was een mooi voorstel, maar ik moest er ook over nadenken en het met het thuisfront bespreken. Ik was mij ervan bewust dat dit veel zou gaan vragen van ons allemaal.

Luca was inmiddels 3 jaar oud en Yako 16 jaar. Lena was volwassen en met haar eigen studie bezig. Mocht ik hiervoor kiezen, dan zou er de komende twee jaar nauwelijks tijd overblijven voor sociale afspraken en moest ik al mijn vrije tijd gebruiken om in deze studie te investeren. Ik wist hoe pittig het was om deze combinatie te maken; ik had het immers al eerder gedaan.

Het was ook een enorme kans voor mij en ineens zag ik weer een soort pad verschijnen om te kunnen volgen.

*

Oliver, de kinderen en iedereen die ik erover sprak, waren het er direct over eens: ik moest deze kans grijpen. Ik had het verdiend dat ik een keer de wind in de rug kreeg, vonden zij. En zo schreef ik me in de zomer van 2007 in voor de opleiding Master Kunsteducatie en werd ik na een korte selectieprocedure opnieuw toegelaten aan het conservatorium.

Omdat deze master net opgezet en geaccrediteerd was, was ik deze keer niet de oudste student met mijn inmiddels 41 jaar. Ik ontmoette meer studenten die al meerdere jaren werkervaring hadden. Het was een interdisciplinaire master van alle kunstrichtingen. Ik zat in een klas met beeldende kunstenaars, mensen uit het theater en ikzelf representeerde, als enige student in dat jaar, de muzieksector.

*

Twee jaar lang heb ik hard gewerkt om alle ballen in de lucht te houden. Ik had enerzijds mijn gezin en mijn werk en daarnaast mijn studie. Dat was een pittige combinatie en er bleef niet veel tijd over voor ontspanning. Ik studeerde in de avonden, in de weekenden en in de vakanties gewoon door om alles voor elkaar te krijgen. De tijd die overbleef, had ik hard nodig om uit te rusten, want anders speelde mijn ziekte weer op. Gelukkig had ik ondertussen wel baat bij passende medicatie.

Ik leerde veel en kon hele nieuwe vaardigheden in mezelf ontdekken en ontwikkelen. Vooral het projectmanagement van grotere kunsteducatieve projecten trok mij aan en ik verdiepte mij in de versterkende positieve effecten van muziek en kunst op de ontwikkeling van kinderen in kansarmere landen in Zuid-Amerika. Naar aanleiding daarvan hoorde ik over een schitterend project met de naam Rythm is it! Ik was onmiddellijk verliefd en had tranen in mijn ogen bij het kijken van een film die over dit project gemaakt was.

Het was een documentaire over een jongerenproject dat in het leven was geroepen door Sir Simon Rattle, dirigent van de Berliner Philharmoniker, en de Britse choreograaf Royston Maldoom.

250 Berlijnse kinderen en jongeren die grotendeels afkomstig waren uit achterstandswijken, voerden een dansvoorstelling op in samenwerking met het Berlijnse symfonieorkest. De muziek die ze kozen was ‘Le Sacre du Printemps’ van Igor Stravinsky.

Ik wist als geen ander hoe zwaar het kan zijn als het leven niet vanzelfsprekend de rode loper voor je uitrolt en het leek me fantastisch om zoiets te kunnen vertalen naar minder kansrijke kinderen in Nederland. Ik schreef mijn scriptie over dit onderwerp en werkte een plan uit om een soortgelijk project aan scholen in Groningen op te zetten. Ik noemde het ‘Ieder kind muziek’.

Tijdens mijn afstudeerpresentatie zaten niet alleen mijn medestudenten, familieleden en vrienden in de zaal, maar ook mijn leidinggevende en andere leden uit het managementteam van de muziekschool. Dit project raakte iedereen en al snel werd besloten om het een kans te geven. Ik mocht ‘Ieder kind muziek’ in de praktijk brengen.

*

Na de zomervakantie mocht ik langskomen om hier verder over te praten en mijn ideeën nader toe te lichten. Uiteindelijk zou het een succes worden en resulteerde het in een jarenlang project aan een aantal scholen in Groningen. Het toppunt was een gezamenlijk optreden met alle leerlingen van de diverse scholen, de BigBand van de muziekschool en een bekende rapper op Swingin’ Groningen.

We keken tijdens de uitvoering in de gezichten van meer dan 120 glunderende kinderen en hun trotse ouders, die anders nooit de kans hadden gehad om deze ervaring te mogen maken. Met een instrument op een groot openbaar podium staan en samen muziek maken.

*

Wat hier een mooi begin had moeten worden van een veranderende levensfase, bleek helaas (in de terugblik) anders te gaan. Het werd ook het begin van langdurige en zich opstapelende stressklachten.

Had het verhaal op dit punt inderdaad geleid tot de gewenste koerswijziging die in overleg met het managementteam was ingezet, dan was er niets aan de hand geweest. Hard werken op zichzelf is namelijk geen probleem, mits er daarna ook weer ruimte ontstaat voor herstel en je de vruchten kunt gaan plukken van al dat harde werken.

Dan kunnen de energiereserves weer op peil worden gebracht en raakt het stresssysteem niet uitgeput. Helaas kwam het onverwachts anders en werd er opnieuw een beroep gedaan op mijn flexibiliteitsvermogen, en niet alleen dat. De situatie op mijn werk werd de volgende jaren ook gekenmerkt door ‘onveiligheid’.

0 Comments

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *